Ga blowen. Of zuipen. Of in de leer bij de jonge garde

Joyce Roodnat

Over Otto Piene; Sieb Posthuma; John Buijsman; Club Guy & Roni.

Otto Piene had nog even moeten volhouden. Hij was een Nulkunstenaar van het eerste uur en wegbereider voor de ‘happening’. Hij stierf pas, op 17 juli. Net iets te snel. Nu weet hij niet dat honderden mensen naar Raketenstation Hombroich bij Düsseldorf zijn gekomen voor zijn, laatste, Sky Event. Ik ook.

Daar is Pienes ‘luchtballet’: een ijle kathedraal die wuift in de zon en de wind. Dit werk bestaat uit niet meer dan een stuk of 15 meterslange, deinende ballonnen. Het wil slechts verbazing wekken over iets wat eigenlijk niets is. Mooi.

Op Insel Hombroich, hier in de buurt, waar hotseflots gecombineerde kunstwerken verlokken in daglicht vangende paviljoens, doen de wiebelende staalconstructies van Alexander Calder hetzelfde. Daar snik ik een beetje, ze herinneren me aan Sieb Posthuma, de tekenaar die kortgeleden overleed terwijl hij nog helemaal niet aan de beurt was. Sieb Posthuma hield van Calders tarten van de zwaartekracht. Met zijn krullende lijnen adoreerde ook hij de almacht van fantasie en vrolijk denken. Maar buiten de wereld van papier en inkt kreeg hij het niet meer voor elkaar.

In de kermistenten van theaterfestival de Parade zijn de voorstellingen dit jaar nogal eens stichtelijk. In de country & western-voorstelling Honger naar jou van John Buijsman kan dat makkelijk, want het past bij een solo over de trucker die het geluk wil afdwingen met een bedevaart van duizenden mijlen naar een legendarische prostituee. Vergeefs, natuurlijk. Geluk moet je bij jezelf vinden, is de bleke moraal. Maar de tekst, van Peer Wittebols, is rijk. En Buijsman speelt hem alsof hij hem oppeuzelt. Ik vraag hem of hij enig idee heeft waarom zijn Rotterdamse tongval zo goed werkt, in dit stuk. „Rotterdam, dat is Texas”, verklaart hij. O ja, da’s waar ook.

Maar dan. In haar voorstelling Who Run the World zet Stephanie Louwrier uiteen hoe curieus vrouwen moeten schipperen tussen vrouw(tje) zijn en stoer. Ook een goeie tekst, die culmineert in haar act met een roze bezem- en-stofzuiger-setje voor kleine meisjes. „Wat is dit?”, stamelt ze. „Hoezo wordt dit verkocht?” Met die doorgelopen mascara en dat zwabberblote glitterbadpak is ze een brok wanhoop. Geweldig. Tot ze ervoor gaat zitten en alles nog een keer uitlegt wat we al begrepen hadden.

Een paar tenten verderop zie ik Club 27, over een stel illustere popdoden. Ze zitten samen op één wolk in de hemel. Met instemming van Jimi Hendrix en Janis Joplin valt uitgerekend Amy Winehouse (Sanne Wallis de Vries in haar element, dat weer wel) ons lastig met gemoraalridder, over dat het beter is je idealen uit te dragen dan ervoor te sterven. Nou zeg. Ga blowen. Of zuipen. Of allebei.

Of ga in de leer bij de jonge garde dansers van Club Guy & Roni. Die staan hier met Offending the Audience, hun versie van Peter Handkes Publikumsbeschimpfung.

Exploderend in flitsende dans spreken ze ons letterlijk in ons gezicht aan op onze moraal. Veel bloot, en het publiek is niet veilig. Een moedernaakte actrice gaat naast me zitten en even later krijg ik een danser op schoot. Hij voelt als een huisdier, onwillekeurig klop ik ’m op zijn bil. Waarvoor ik me wil verontschuldigen, maar dat kan niet want dan doorbreek ik de show. Hij is trouwens niet naakt. Zoals gebruikelijk moeten de meiden het bloot opknappen – wat het punt van deze voorstelling verzwakt, want valse schaamte is de inzet. En dat vraagt offers.

Het lijkt een verloren strijd, het publiek laat zich niet kennen. Tot het slot: superieur spuugt een danseres (die uitstekend acteert ) een hagelslagbui van beledigingen over ons uit , met „pisvlekken!!” als de minste aantijging. Ze stikt er bijna in. Nu ben ik gegeneerd. Omdat ze rood aanloopt. Omdat ze in ademnood raakt. Voor ons. Voor mij.

Dank je wel. Het was me een eer om door jullie beledigd te worden.