Energiereus RWE ziet winst opnieuw kelderen

Stroom opwekken met kolen- en gascentrales loont steeds minder. Het Duitse RWE, moederbedrijf van Essent in Nederland, meldt een winstval van ruim 60 procent.

Voor traditionele, Duitse energiebedrijven wordt het steeds moeilijker het hoofd boven water te houden. RWE, moederbedrijf van onder andere het Nederlandse Essent, maakte vanochtend bekend dat de nettowinst de afgelopen zes maanden 62 procent lager is uitgevallen dan in het eerste half jaar van 2013. „Conventionele stroomopwekking verliest terrein”, aldus Peter Terium, de Nederlandse bestuursvoorzitter van RWE.

Net als concurrent Eon, die gisteren een winstval van 20 procent bekendmaakte, kampt RWE met lage elektriciteitsprijzen. Die zijn voor een deel het gevolg van het grote aanbod van, gesubsidieerde, duurzame energie. De ongewoon zachte winter heeft het bedrijfsresultaat nog gedrukt.

RWE-topman Terium hamerde vanochtend opnieuw op de noodzaak van het instellen van een ‘capaciteitsmarkt’ in Duitsland. Daarbij zouden energiebedrijven een vergoeding moeten krijgen om stand-by te staan voor het geval zon en wind onvoldoende stroom opleveren.

De traditionele energiecentrales zouden de balans in het stroomnet en daarmee leveringszekerheid moeten garanderen. Hij benadrukte dat Groot-Brittannië, Frankrijk en België al een soort capaciteitsmarkt hebben en dat de Europese Commissie daar haar goedkeuring aan heeft gegeven.

De slechte resultaten nopen RWE volgens Terium om nog eens drie kolencentrales te sluiten. Voor 2017 zal er nog eens 1.000 MW (megawatt) aan productievermogen worden gesloten. In totaal zal RWE dan 9.000 MW hebben uitgezet, volgens Terium een hoeveelheid stroom die gelijk is aan de helft van de behoefte van de Duitse huishoudens.

Afzonderlijke resultaten voor het Nederlandse Essent zijn vanochtend niet bekendgemaakt. Maar uit de algemene cijfers valt op te maken dat steenkool in Nederland aardgas verdringt bij de opwekking van elektriciteit. De Clauscentrale in Maasbracht (een gascentrale) staat in de mottenballen. RWE probeert de centrale in leven te houden door toegang te zoeken tot de Belgische markt.

Bezuinigingen die RWE doorvoert om de financiën in de hand te krijgen, kosten duizenden banen. In het afgelopen jaar – van juli tot juli – gingen er bijna zesduizend banen verloren. Het bedrijf heeft nu nog ruim 62.500 mensen in dienst, van wie 3600 in Nederland, en opereert behalve in Duitsland, Nederland en Groot-Brittannië in Midden- en Oost-Europa.

    • Renée Postma