Column

De Van Aartsentjes op het hotelterras

De burgemeester van Den Haag komt toch eerder terug van vakantie voor een spoedberaad. Christiaan Weijts beschrijft hoe dat volgens hem ging.

De Haagse burgemeester Jozias van Aartsen vertrok op 22 juli naar Frankrijk, zou eigenlijk pas ‘eind deze week’ terugkeren, maar reed woensdagavond al terug. Eén of twee dagen eerder terugkomen, dat zal een heel gevecht zijn geweest bij de Van Aartsentjes op het hotelterras.

‘Eerder terug? Geen denken aan, Joosje, ik wil donderdagavond nog naar dat strijkkwartet op het chateau, en ’s middags is die proeverij…’

‘Maar schat, ze staan daar met IS-vlaggen te wapperen.’

‘Dat deden ze op 24 juli ook. Toen heb je het toch ook opgelost?’

‘Dat dacht ik. Ik had gehoopt dat iedereen nog te druk zou zijn met dat vliegtuig in Oekraïne. Wees blij dat ik geen minister-president ben. Dan hadden we helemaal niet met vakantie gekund deze zomer.’

‘We, wé? Dacht je echt dat ík mij m’n wijntje door de neus laat boren door zo’n stel stenengooiers. Ach, mon chéri, wat ben je toch een heerlijk naïef ventje. Jij rijdt lekker zelf terug. En ik vlieg je wel achterna. Na het weekend ofzo. Dan sla ik zaterdag nog een balletje met Jean-Claude.’

‘O, dan mag ik het weer alleen opknappen? Zaterdag is er weer een demonstratie. Geert Wilders doet mee. Desnoods loopt hij in z’n eentje met de Nederlandse vlag langs de Hoefkade, zegt-ie. Hier, lees De Telegraaf maar.’

‘Doe weg dat ding, idioot. We staan hier niet op de camping. Wat moeten de mensen wel niet denken! Schenk me liever nog wat bij van dat spul. Nee, jij niet. Jij moet nog rijden, mon amour. Het zal lekker druk zijn bij dat spoeddebat. Al die raadsleden zijn natuurlijk wel met vakantie. Ik zie je daar al zitten, tout seul tegenover Richard de Mos. Kostelijk.’

‘Intussen staat míjn stad in brand.’

‘Door die paar honderd IS-fans? Die wapperen met zo’n vlag zoals skinheads met hakenkruizen. Pure provocatie, met pure symbolen. Die had je meteen op 25 juli moeten isoleren. Was er geen tegenprovocatie gekomen. Had die Pro Patria-wandelclub geen stenengooiers geprovoceerd. Had Wilders z’n fascistische achterban niet gemobiliseerd. Enzovoorts, enzovoorts. Maar ja, op 25 juli had jij nog een kater van die wijnproeverij. Terwijl ík al uren op was om een balletje met Jean-Claude…’

‘Jajá, jij hebt gemakkelijk kletsen. Zo achteraf. Wat moet ik nu?’

‘Mon loulou, het is zo simpel. Verplaats die demonstraties. Zeg dat het in de Schilderswijk teveel schade kan aanrichten. Verplaats allebei de groepen naar het Malieveld. Zet er camera’s op, en pak relschoppers op. Simpel. Allez, ga dat maar vertellen. Stap de auto in. Bon voyage, mon petit chou.’