De baarlijke nonsens van een Haagse ambtenaar

Aan de inhoud van het Twitterbericht dat Justitieambtenaar Yasmina Haifi gisteren de wereld instuurde, hoeven eigenlijk weinig woorden vuil te worden gemaakt. Haar bewering dat de Islamitische Staat een vooropgezet plan van zionisten is om de islam zwart te maken, past geheel in de complottheorieën waarvan er zoveel de ronde doen in de Arabische wereld. Voor het overige gaat het om baarlijke nonsens. En een open, voor iedereen toegankelijk medium als Twitter, zo blijkt elke dag weer, bevat nu eenmaal veel nonsens.

Het gaat dan ook niet zozeer om de mening als wel de persoon die deze uitdraagt. Yasmina Haifi is, beter gezegd was (tot gisteren) projectleider bij het Nationaal Cyber Security Center, dat deel uitmaakt van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Een functie die overigens niet bij haar Twitteraccount stond vermeld. Maar in haar geval zijn privé en publiek minder te scheiden. Temeer daar zij haar mening nog eens enkele uren later voor de radio herhaalde. Haar opzienbarende mening was alleen maar nieuwswaardig, omdat zij ambtenaar was.

Vanuit die optiek bezien heeft het ministerie van Veiligheid en Justitie het enige gedaan wat het kon doen. Iemand in haar positie die zodanige, al dan niet persoonlijke meningen in het openbaar spuit, is niet langer op die functie te handhaven. Volkomen terecht is zij geschorst. Een andere vraag is hoe het is gesteld met het rekruteringsbeleid bij een gevoelig departementsonderdeel als het NCTV.

Het is zeker niet de eerste keer dat werknemers hun werkgever in problemen brengen door hun uitlatingen op de sociale media. Twee weken geleden was er het geval van de politierechercheur in Groningen die zijn privéopvatting over de Gay Pride – een volgens hem „smerige vertoning” – met de buitenwereld deelde. Het leidde tot een stevig gesprek en een nader onderzoek.

Wat de inmiddels indrukwekkende reeks incidenten rondom uitglijders via de sociale media leert, is dat het uitermate moeilijk is hiervoor eenduidige regels op te stellen. Er zou bijvoorbeeld allereerst een onderscheid kunnen worden gemaakt tussen private Facebookpagina’s van personen en Twitteraccounts die in principe voor iedereen toegankelijk zijn. Maar in de digitale praktijk is dit onderscheid aanzienlijk minder strikt te hanteren.

Twitter is voor iedereen leesbaar. De boodschappers op dat medium dienen zich ervan bewust te zijn dat zij kunnen worden aangesproken op hun functie in het maatschappelijk leven. Van ambtenaren mag een neutrale opstelling worden verwacht. Het is zodoende allereerst een kwestie van aanvoelen. Dat gevoel is bij ambtenaar Haifi duidelijk afwezig geweest.