Van die 5.000 euro kan ik ruim leven

Floris Bannier (73) is emeritus hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam. Hij geeft cursussen, schrijft boeken en begeleidt promovendi. Bannier woont in een koophuis in Amsterdam.

Foto Peter de Krom

‘Als advocaat verdiende ik vroeger een paar ton per jaar. Ik weet niet eens meer hoeveel precies, het was ook niet belangrijk. Op het advocatenkantoor in Amsterdam, waar ik 46 jaar mijn eigen praktijk had, waren we lange tijd niet bezig met wat je verdiende. We hadden genoeg werk, konden goed rondkomen. Pas toen we gingen fuseren met een kantoor uit Rotterdam werd alles zakelijker. Er werd beter gelet op hoeveel er jaarlijks binnenkwam.

„In 1995 werd ik lid van de Raad van Toezicht, het bestuur van de Orde van advocaten in Amsterdam. In 1998 heb ik het voorzitterschap op mij genomen. Ik werd toen deken. Ik was als een biechtvader, advocaten kwamen naar mij toe met hun problemen. Ik werd iedere dag wel door een van hen gebeld. Mijn kantoor heeft me destijds drie jaar lang uitbetaald, terwijl ik vrijwel geen tijd meer overhield om voor ze te werken. Door een advocatenkantoor wordt het als een eer gezien als een deken uit hun midden wordt gekozen.

„Toen ik in 2004 hoogleraar advocatuur werd aan de Universiteit van Amsterdam combineerde ik dit twee jaar lang met mijn eigen praktijk. Vanaf 2006 heb ik me vol op de leerstoel gestort. Ik ging er qua salaris erg op achteruit, van een paar ton naar ongeveer 30.000 tot 40.000 euro bruto per jaar. Ik had mijn pensioen echter al bij elkaar gespaard. Ik heb het bij de bank laten beleggen en leef er tegenwoordig van.”

‘Ik zet voor mezelf zo’n 4.000 euro per maand opzij om van te leven. Daarnaast krijg ik maandelijks nog zo’n 1.000 euro aan AOW. Ik woon alleen in een koophuis, mijn vrouw en ik zijn gescheiden en de kinderen zijn al uit huis. Van die 5.000 euro kan ik dus ruimschoots leven. Zo ga ik met vrienden vaak uit eten en met mijn vriendin, die in Hamburg woont, ga ik regelmatig op reis. Eens in de drie weken zoeken we elkaar op.

„Een grote kostenpost is het bezoeken van concerten. Ik woon in Amsterdam-Zuid en heb een abonnement op het Concertgebouw. Daar betaal ik 2.500 euro per jaar voor, maar dan ga ik wel zo’n twintig tot dertig keer. De liefde voor klassieke muziek heb ik als kind overgenomen van mijn vader. In mijn studententijd speelde ik contrabas en ik speel al veertig jaar klassiek gitaar. Qua concerten heb ik een brede smaak. Ik houd van de klassieke meesters, maar ook moderne stukken schuw ik niet.

„Een andere hobby is mijn zeilboot. De ligplaats in Naarden is vrij duur en ook het onderhoud is prijzig. Hoewel ik de boot heb gekocht voor langere reizen, blijft het helaas altijd bij één dag. Sinds dit jaar gebruik ik de boot minder vanwege mijn gezondheid. Ik wil hem alleen nog niet wegdoen.”

    • Liza Titawano