Politie VS discrimineert nog altijd

Zwarten zijn onevenredig vaak het doelwit van de politie. De dood door politiegeweld van een tiener in Missouri brengt woede daarover naar buiten.

Gister gingen weer mensen de straat op uit protest tegen het doodschieten van Michael Brown. Foto AFP

De demonstranten houden hun handen omhoog en roepen: „Niet schieten!” „Niet schieten!”

Zo protesteert de zwarte bevolking van het stadje Ferguson, in de Amerikaanse staat Missouri, sinds zaterdag tegen de politie. Op die dag werd daar de 18-jarige Michael Brown door een politieagent op straat doodgeschoten, hoewel hij ongewapend was.

Brown zou volgens een vriend zijn handen omhoog hebben gestoken toen de agent hen naderde. De ‘strip mall’ die aan de doorgaande weg van Ferguson ligt, werd de afgelopen dagen geplunderd. De oproerpolitie trad hard op tegen de demonstranten. Met traangas en rubberen kogels werden ze uiteen gejaagd.

In Ferguson komt een al jaren sluimerende woede onder Afro-Amerikanen plotseling aan de oppervlakte. De politiek van segregatie, die sinds de jaren zestig niet meer bestaat, is bij de politie nog altijd springlevend, zeggen ze. Zwarte Amerikanen worden veel vaker op straat aangehouden dan blanken. Ze krijgen hogere straffen. Er wordt meer geweld tegen hen gebruikt.

Onderzoek na onderzoek wijst uit dat deze klacht terecht is. Ferguson, een voorstad van St. Louis, is daar zelf een goed voorbeeld van. De stad bestaat voor 67 procent uit Afro-Amerikanen. Stadsbestuur en politie zijn vrijwel zonder uitzondering blank. De politie in het stadje wil de identiteit van de schutter niet bekend maken, en geeft ook geen gegevens over hem vrij. Het is dus onbekend of hij blank of zwart was.

Agenten arresteren eerder zwarten. In bijna 93 procent van de arrestaties ging het om zwarte inwoners, een veel hoger percentage dan op basis van de bevolkingsopbouw te verwachten is. Opmerkelijk: aangehouden blanken waren vaker dan zwarten in het bezit van verboden middelen of spullen.

Begin dit jaar onderzocht Robert Brame, hoogleraar Criminologie, deze ongelijkheid op landelijk niveau. Zijn conclusie: jonge zwarte mannen zijn sterk in het nadeel. Voor het 23ste jaar is al bijna de helft van deze groep (49 procent) een keer aangehouden. Bij blanke mannen is dat 38 procent.

Brame verwerpt de theorie dat zwarte Amerikanen nu eenmaal in een criminelere omgeving opgroeien. Jonge zwarte vrouwen worden namelijk juist weer mínder vaak aangehouden dan blanke leeftijdsgenoten – de politie lijkt dus vooral op zwarte mannen te letten.

Psycholoog Phillip Goff onderzocht hoe dat kwam. Hij liet agenten foto’s zien van jongeren, en kwam erachter dat de agenten zwarte jongeren 4,5 jaar ouder schatten, én vaker schuldig achten dan blanke of latino jongeren. Die vooroordelen sijpelen door in het hele Amerikaanse rechtsysteem. De doodstraf is daar een wrang voorbeeld van: in een onevenredig groot aantal gevallen wordt de doodstraf uitgesproken als een zwarte Amerikaan een blanke vermoordt.

De rellen ontstaan nu in Ferguson, maar de spanning was eerder voelbaar in New York, waar de zwarte sigarettenverkoper Eric Garner op 17 juli ruzie kreeg met een agent, in een wurggreep werd genomen, en stierf.

Het beruchte ‘stop and frisk’-beleid in New York is sinds het aantreden van burgemeester Bill de Blasio wat versoepeld. Dat beleid zorgde de afgelopen jaren voor honderdduizenden aanhoudingen op basis van vage verdenkingen. Vooral zwarte mannen werden aangehouden, maar 90 procent was onschuldig. Toch treedt de New Yorkse politie hard op tegen kleine misdrijven op straat, bewees de dood van Garner.

President Obama greep vorig jaar de dood van de zwarte tiener Trayvon Martin – gedood door een burgerwacht – aan voor een veroordeling van deze ongelijkheid. Ook hij kende het geluid van autodeuren die snel op slot gingen zodra hij langsliep, zei hij. Gisteren riep hij op tot een dialoog. „We moeten elkaar troosten op een manier die heelt, niet op een manier die verwondt.”

    • Guus Valk