Pieter. Leven als niet-al-te-hard-werkende aristocraat

Voor het werk naar het buitenland. Leuk, maar hoe doe je dat, een nieuw bestaan opbouwen?

Jan Hendrik Frederik Grönloh, beter bekend onder zijn schrijversnaam Nescio, ving het verlangen naar maatschappelijke onthechting in een mooi beeld. In het dal der plichten, zoals hij dat zo’n tachtig jaar geleden beschreef, heersen ambities, regels en gefnuikte verlangens. Daarboven, op aanpalende heuvels en bergen, komt een mens dichter bij wijsheid, schoonheid en waarheid.

Met een goede vriend voer ik al jaren een gesprek waarin de centrale vraag is: wat is te verkiezen, dal of berg? Speler zijn of toeschouwer? In het veld of langs de lijn?

Dit gesprek over theorie versus praktijk, is oeverloos. Het kreeg onlangs een impuls toen we beiden een artikel hadden gelezen over ‘digitale nomaden’: Nederlanders die besloten hadden hun werk te verrichten vanuit een ver buitenland. Tekstschrijvers in Gran Canaria, ICT’ers in Thailand, game designers op de Malediven... Dat werk.

Dat moest mijn vriend een geweldig perspectief bieden, meende ik. Deze zzp’ers hadden een manier gevonden om op de rots te kijken naar ons ondermaans mensengebroed, met een glimlach op het gezicht en een piña colada in de hand.

Tegelijk viel op dat zij, anders dan Nescio, geen verheven woorden gebruikten om hun positie van buitenstaander te beschrijven. Het leek hun vooral om comfort te gaan: goedkoop leven, onder de zon, op het strand. Sterker, ik kreeg de indruk dat ze vooral blij waren hun positie in de Nederlandse middenklasse te verruilen voor een leven als niet-al-te-hard-werkende aristocraat of rentenier. Voor bijna niets leven als koning op een bounty-eiland.

Ik ken die houding wel van expats in mijn omgeving. Ze zitten op een berg, maar het dal kan ze helemaal niets schelen. Langs de zijlijn, met de rug naar het veld.

Op de site werkenvanuithetbuitenland, opgezet door zo’n tekstschrijver onder de zon, gaat het onder meer over de mogelijkheden je kinderen thuis te onderwijzen. Typerend, want het biedt de kans zelfs je kroost te vrijwaren van een dagelijks ritje naar het dal. Als ze terugkeren naar Nederland, klagen ze over de kosten van goedverzorgde collectieve voorzieningen, ofwel: over belasting betalen.

Ben ik anders? Of beter? Dat weet ik niet. Ik verheug me op mijn verblijf in Polen, maar wantrouw weleens mijn eigen drijfveren. Wil ik alleen een beetje lummelen op de berg, met een glaasje slivovitz in de hand, meewarig glimlachend om het gekrioel van werkmieren in het dal? Of ga ik een serieuze poging ondernemen dat gekrioel te doorgronden?

De taallessen heb ik voor de zekerheid al gepland, opdat ik er niet meer onderuit kan.

Ha, dat ga ik mijn vriend nu trots vertellen. Hoewel… Hij gaat zeker op bezoek komen, in Warschau, en dan ziet hij hoe ik me in het Pools red. Of niet. Dus misschien moet ik nu niet een te grote mond hebben.