Oplettend zitten in de vensterbank

NRC volgt Rotterdam-Zuid op de voet.

Vandaag: Daan en Jannie Pols, de actiefste bewoners van Bloemhof.

Om een uur zeven ’s avonds gaat mevrouw Pols (bijna 74) in de minimarkt zitten, op de Strevelsweg in de wijk Bloemhof, Rotterdam-Zuid. Rond acht uur komt meneer Pols (76) binnen. Ze vullen voorraad aan, ruimen dozen op, maken een praatje met klanten. Ze helpen de eigenaar (uit Pakistan) van de minimarkt tot sluitingstijd om tien uur.

Waarom? Nou, gewoon, omdat die man alleen in de winkel staat, omdat hij aardig is, omdat er zo nu en dan vreemde snuiters binnenstappen, omdat er vaak spullen gejat worden. En omdat niemand het in zijn harses zal halen de winkel te overvallen als mevrouw Pols in de vensterbank zit.

Om tien uur hangen ze gedrieën zwarte doeken voor de sigaretten, trekken het rolluik dicht, sluiten de winkel af, en wachten meneer en mevrouw Pols tot de eigenaar in zijn auto zit en de straat uit rijdt.

Dan zijn ze niet klaar. Ze moeten nog hun vaste rondje lopen. Dat gaat eerst langs wijkcentrum Irene – is het licht uit, zit de deur dicht? Dan lopen ze naar de voetbalkooi op het plein. Daan Pols kijkt rond en sluit het hek af. Langs de speeltuin gaan ze. Is alles nog heel? Rond half elf is het echtpaar thuis.

Daan en Jannie Pols zijn de actiefste bewoners van Bloemhof. „We helpen graag”, zegt Jannie. „Zo ben ik opgevoed. Ik kan niet anders.”

Zijn er meer actieve bewoners? Enkele. Maar „ze zijn ziek of onderweg”, zegt Jannie Pols. „Als ze hoofdpijn hebben, blijven ze thuis.”

De meeste bewoners doen niks. Behalve klagen, zegt Jannie Pols. Ze probeerde een buurtfeest te organiseren met geld uit een potje van de gemeente. De straat afsluiten, lange tafels, en iedereen zou eten meenemen. Geen animo. Jannie: „De Turken, Antillianen, Surinamers, Marokkanen, ze willen alleen feesten met hun eigen volk.” Jannie Pols heeft toen gevraagd of ze het geld mocht gebruiken voor een feestje in de buurtspeeltuin, want daar is ze vrijwilliger. Net als Daan Pols. Dat mocht. En de kinderen willen wel.

Soms komen Jannie en Daan Pols na half elf ’s avonds nog in actie. Meestal als de hangjongeren op het pleintje te veel herrie maken. Zij hebben geleerd met hen te praten. Ze gaan niet meteen kankeren, maar groeten. Jannie doet het voor. Een boks (vuist tegen vuist) en dan sla je met dezelfde vuist op je hart. En dan niet meteen gaan schreeuwen: ‘Ruim je zooi op’, maar: ‘Jongens, gezellig dat jullie hier zitten, maar kan de troep straks in de prullenbak?’ Daarna is het een prijsvraag, zegt Jannie. „De ene keer doen ze het, de andere keer niet.”

Andere bewoners ergeren zich maar praten niet met de jongeren. „Bel de politie”, zeggen ze tegen Jannie. „Doe het zelf”, zegt Jannie dan. „Dat kan niet”, zei een buurvrouw. „Als ze het zien, krijg je een steen door je ruit.” Pas later snapte Jannie waarom de buurvrouw niet wilde bellen; haar eigen zoon stond er tussen.

    • Sheila Kamerman