Hoeveel auto’s werden er in jouw buurt gestolen?

DEN HAAG - Ingeslagen autoruit. ANP XTRA EVERT-JAN DANIELS

In de binnensteden van Nijmegen en Utrecht zijn het afgelopen halfjaar de meeste auto’s gestolen, respectievelijk 59 en 50. Dat blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) die door NRC Q zijn opgevraagd bij de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit (STAVC). Zo ontstaat een gedetailleerd overzicht per postcodegebied van autodiefstallen in Nederland.

Meeste gestolen auto’s (per postcode)

In onderstaande kaart zijn alle personenauto’s die in het afgelopen halfjaar gestolen zijn te zien, weergegeven per postcode. Voer in het zoekvenster een plaatsnaam in om automatisch in te zoomen op de desbetreffende plaats. Hoe groter de bol, hoe meer gestolen auto’s.

Top 10 postcodegebieden

Opvallend is dat in de drie buurten waar de meeste auto’s zijn gestolen - in Nijmegen, Utrecht en Arnhem – de aantallen in 2014 explosief zijn gestegen ten opzichte van een jaar eerder. In Rotterdam en Utrecht vonden de meeste diefstallen plaats in het centrum van de stad, in Amsterdam en Den Haag juist in de buitenwijken.

Waarom het aantal gestolen auto’s in Nijmegen en Utrecht aan de hoge kant is, is niet bekend. Een woordvoerder van de politie Utrecht kon geen nadere uitleg geven. “We hebben daar niet zo snel een verklaring voor en zullen eerst meer onderzoek moeten doen.” Ook de politie Nijmegen kon de cijfers niet direct duiden.

Jonge auto’s in trek

Vooral nieuwe auto’s – niet ouder dan drie jaar – zijn populair onder dieven. Uit de meest recente cijfers blijkt dat er in 2013 ruim 3.500 van werden ontvreemd. Ter vergelijking: een jaar eerder waren dat er nog iets meer dan 3.100.

Volgens Werner Postma van STAVC zijn professionele criminele organisaties verantwoordelijk. “Voor de ‘huis-tuin-en-keuken-dief’ loont het nauwelijks nog om een moderne auto te stelen. Zij beschikken niet over de faciliteiten of het netwerk die nodig zijn om er geld aan te verdienen.”

Omkatten, klonen of de grens over

Dat laatste kan op een aantal manieren. Bijvoorbeeld door de auto ‘om te katten’ en te voorzien van een nieuwe identiteit. Criminelen kopen het wrak van een bepaald soort auto op, stelen eenzelfde type auto en doen vervolgens alsof ze het wrak hebben gerepareerd. Het identificatienummer van de gestolen auto wordt vervangen door dat van het wrak. Vaak wordt het kentekenbewijs van het wrak gebruikt of wordt gewoon een nieuwe aangevraagd.

Een tweede optie is het zogeheten ‘klonen’ van een auto: een voertuig wordt gestolen en vervolgens huren de dieven ergens hetzelfde model. In een garage wordt alle relevante informatie van de gehuurde auto overgenomen – denk aan het chassisnummer en de kentekengegevens. Die informatie wordt vervalst en gebruikt voor de gestolen auto. Vanaf dat moment rijden er twee identieke auto’s rond, die bij een keuring niet zouden opvallen. De dieven verkopen de auto als nieuw. De fraude komt pas boven als de eigenaar van de originele - niet verkochte - auto bericht krijgt van de Belastingdienst of de RDW over de verkoop van zijn auto.

Nog makkelijker is om met de gestolen waar de grens over te rijden. “Als het omkatten van een auto goed is gedaan, kan die prima in Europa worden verkocht”, zegt Postma. “Of je rijdt even door naar Afrika en weet vrijwel zeker dat je hem kunt slijten.”

En dan is er nog het scenario waarin de auto uit elkaar wordt gehaald om in losse onderdelen te worden verkocht. “Dat is nog altijd lucratief”, erkent Postma. “Het is heel moeilijk om aan een losse deur te zien of die gestolen is of niet.”

Volkswagen Groep – waar ook Audi, Skoda, Seat en Porsche onder vallen – werkt via een nieuw systeem samen met de politie. Daarvoor registreert het merk gestolen auto’s in een database. Duikt de auto in kwestie op bij een officiële garage en wordt er geprobeerd contact te maken met de boordcomputer, dan gaat er automatisch een signaal naar de politie.

Landelijke daling

Landelijk gezien daalt het aantal gestolen personenauto’s al wel een tijd: waren het er in 1995 nog ruim 26.000, afgelopen jaar kwam de teller niet verder dan een krappe 12.000. Volgens Postma is verbeterde beveiliging een van de belangrijkste redenen voor de daling. “Het verplichtstellen van de startonderbreker was eind jaren ‘90 de eerste stap. Dieven kunnen een auto daardoor niet meer zomaar meenemen. De techniek daarachter is sindsdien elk jaar verbeterd.” Ook beschikken auto’s volgens Postma in toenemende mate over een geavanceerd alarm of een systeem dat het mogelijk maakt het voertuig via GPS op afstand te volgen.

Daarnaast is de informatie-uitwisseling tussen politie, de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) – dat kentekens registreert – en verzekeraars verbeterd, zegt Postma. Recent is een proef gedaan met één centraal telefoonnummer waar autodiefstal kan worden gemeld. “Die informatie gaat direct naar alle relevante instanties en hoeft niet meer apart te worden gemeld. De bedoeling is dat een voertuig op die manier binnen twee uur internationaal geregistreerd kan staan als gestolen.” Het systeem moet nog dit jaar over heel Nederland worden uitgerold.

    • Yordi Dam & Harrison van der Vliet