Komen uit deze pijp dioxinen?

Omwonenden wantrouwen afvalverwerker Omrin in Harlingen. Ze vermoeden dat die dioxinen uitstoot. Gedetailleerde gegevens over de uitstoot wil het bedrijf niet geven.

Afvalverwerker Omrin. Het bedrijf wil „open en transparant” zijn.

Die dagrapporten maken hem bezorgd. En angstig. Sikke Jellema uit Wijnaldum, tegenstander van het eerste uur en een van de oprichters van Stichting Afvaloven Nee, laat in zijn woonkamer zijn vinger over de kolommen gaan in het uitstootrapport van 5 juni 2011 van afvalverwerker Omrin.

De meeste kolommen bevatten geen gegevens, alleen streepjes. Jellema verzekert dat die streepjes staan voor uitstoot van schadelijke stoffen. Hij vreest voor dioxine en weet het zeker: Omrin heeft wat te verbergen.

In 2011 ging de Reststoffen Energiecentrale (REC) van de Friese afvalverwerker Omrin aan de Waddenkust in Harlingen in bedrijf. Ondanks verzet van de bevolking. De REC is veilig en voldoet aan alle wettelijke eisen, onderstrepen de afvalverwerker en de provincie Friesland, die de vergunning verleende.

Maar tegenstanders zijn wantrouwend. Vooral toen vorig jaar bleek dat er dioxine in kippeneieren van hobbyboeren in en rondom Harlingen werd aangetroffen. Verontruste burgers stapten in april naar de rechter om de milieuvergunning aan te vechten die Omrin in december vorig jaar kreeg om 52.000 ton extra afval te verbranden. De oorspronkelijke vergunning stond 228.000 ton afval toe. De uitspraak komt nog.

Jellema en een andere REC-tegenstander, Hans Gillissen uit Harlingen, zijn bezorgd om hun gezondheid. De oven zou onlangs tegen de voorschriften in met een temperatuur onder de 850 graden zijn gestookt. „Dan kunnen er dioxines vrijkomen”, stelt Jellema. „Volgens de GGD Fryslân verhogen dioxines de kans op sommige soorten kanker. En de Gezondheidsraad wees in maart in een rapport op schadelijke effecten van dioxines op ongeboren kinderen.”

Gillissen en Jellema willen daarom de zogeheten T-3000-gegevens hebben. „Dat zijn de eerlijke, zuivere meetgegevens en niet de afgeleiden zoals Omrin die naderhand op de website plaatst.” Eén keer, in 2011, kregen ze die data via de provincie in handen. Dat zijn de rapporten met de streepjes.

Half mei eisten ze voor de bestuursrechter in Groningen een uitdraai van alle T-3000- data. Dat werd afgewezen. Een gang naar de Raad van State wordt overwogen. Jellema klikt naar sites van afvalverbranders in Ierland en Oostenrijk. „Die laten real time alle uitstootgegevens zien. Waarom kan dat hier niet?”

Niets te verbergen

Op zijn kantoor in Leeuwarden stelt Omrin-directeur John Vernooij diverse keren dat hij „open en transparant” wil zijn. Hij heeft niets te verbergen, verklaart hij. „Elke dag zetten we op onze site de daggemiddelde waarden, zodat ze controleerbaar zijn. Dat doen we als enige in Nederland.”

En die streepjes? Toen was de oven uit bedrijf en werd hij afgestookt met aardgas. „Er zijn op dat moment wel emissiewaarden, maar die worden niet gebruikt voor de formele emissieregistratie.”

De onrust begrijpt hij wel. „Maar er komt beslist geen dioxine uit de pijp. Dat probeert Afvaloven Nee ons in de schoenen te schuiven.” Hij wil graag in dialoog met de tegenstanders. „Nu wordt er ten onrechte een schimmige sfeer rond de verbrandingsinstallatie gecreëerd.”

Jellema: „Als er zoveel wantrouwen is, laat die T-3000-gegevens dan zien.”

Grotere onduidelijkheid

Maar Vernooij is dat niet van plan. „De T-3000-gegevens zijn een brij aan procesinformatie, die we wettelijk gezien niet hoeven vrij te geven. Het zijn officieuze data die alleen maar tot grotere onduidelijkheid leiden.” De emissiegegevens op de site van Omrin zijn afgeleid van T-3000-data. „Er wordt een vertaalslag gemaakt. Zo is dat wettelijk vastgelegd.”

Maar als er zoveel wantrouwen is en hij toch niets te verbergen heeft, waarom maakt Vernooij die data dan niet openbaar? „Dat doen wij niet.” Wel wil hij Jellema en Gillissen inzage geven in de T-3000-data. Jellema: „Wij willen niet alleen inzage, maar die data hebben. Het zijn er zoveel dat we ze willen laten onderzoeken door een deskundige.”

GrienLinks, zoals GroenLinks in de Friese Provinciale Staten heet, wijst in dit verband op het verdrag van Aarhus van 1998. Daarin staat dat uitstootgegevens niet vallen onder bedrijfsgevoelige informatie. Burgers hebben er recht op en overheden moeten die informatie publiceren.

Dioxines in kippeneieren

De Friese gedeputeerde Sietske Poepjes (CDA) verzekert dat er beslist niet gesjoemeld wordt met uitstootgegevens. „Dat kan ik oprecht zeggen.”

De provincie kan Omrin echter niet dwingen de T-3000-data openbaar te maken. „In die zin vertoont de landelijke wetgeving hiaten. Die wet zou aangepast moeten worden. Als provincie kunnen we nu wel goed handhaven, maar aan de openheid die de Friese mienskip [gemeenschap] wil, kunnen we niet tegemoetkomen.”

Als uit onderzoek blijkt dat de dioxines in kippeneieren afkomstig zijn van de REC, moet die in het uiterste geval dicht, stelt Poepjes. Maar dat is tot nog toe niet geconstateerd, zegt ze. „Wij meten de uitstoot ter plekke in de REC minstens twee keer per jaar. Tot nog toe gaven parameters niet aan dat er dioxines vrij zijn gekomen.”

    • Karin de Mik