Kabinet, laat uw tolk niet vallen

Heeft Nederland een morele verplichting jegens de voormalige defensietolk Abdul Ghafoor Ahmadzai? De vraag stellen is ’m beantwoorden, voor wie het verhaal in de krant van gisteren las over de Werdegang van deze gevluchte Afghaan. Hij voelde zich niet langer veilig nadat de Talibaan zijn broer hadden vermoord omdat ze dachten dat hij het was. Althans dat is zijn vluchtverhaal. Hij kwam via Griekenland en Noorwegen in Nederland, waar de IND hem toegang tot de Nederlandse asielprocedure ontzegde. Dat gebeurde op basis van de zogeheten Dublin-regel, die zegt dat asielverzoeken worden behandeld in het land van aankomst. Dat was in zijn geval Noorwegen; Griekenland telt niet mee, nu de hoogste rechter de procedures en de opvang in dat land als niet menswaardig heeft afgewezen. Strikt formeel gesproken is de verwijzing naar Noorwegen daarom juist – op de beslissing van de vreemdelingenrechter in Roermond valt dan ook weinig af te dingen. En toch deugt het niet.

De Dublin-regel is niet van schokbeton. „Iedere lidstaat kan om humanitaire redenen op grond van familiebanden of op culturele gronden aanvaarden om een asielverzoek te behandelen waarvoor hij niet verantwoordelijk is”, zo luidt de afspraak binnen de Europese Unie. De asielaanvrager moet daar slechts mee instemmen. Dat is hier het geval, sterker, dat is zijn expliciete wens.

De Nederlandse regering mag dus deze asielaanvraag naar zich toetrekken en het vluchtverhaal van Abdul Ghafoor Ahmadzai toetsen. Dat verhaal wordt ook gesteund door documenten. In een opmerkelijk positieve BBC-reportage over het ‘Dutch success’ in Uruzgan is hij aan het werk te zien als tolk voor een Nederlandse patrouille. Daarmee werd overigens de Defensieregel geschonden dat tolken te allen tijde buiten beeld worden gehouden, juist om hun (latere) veiligheid. Het is alles bijeengenomen meer dan aannemelijk dat hij is wie hij zegt te zijn, een ex-werknemer van Defensie.

Vorig jaar stelden de Kamerleden Sjoerdsma en Hachichi (D66) aan de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken nog bezorgde vragen. Is het niet billijk om voor Afghanen die in Uruzgan voor Nederland werkten en daarna voor hun veiligheid vreesden, een lichtere asielprocedure open te stellen? Het volledig correcte antwoord van het kabinet was toen dat „mensen die in levensgevaar verkeren omdat zij voor de Nederlandse missie gewerkt hebben, op steun moeten kunnen rekenen”. Voor een collectieve regeling vond het kabinet geen aanleiding – een individuele beoordeling, maatwerk dus, kon volstaan. Dat is precies wat hier aan de orde is.

Geef Abdul Ghafoor Ahmadzai dus een inhoudelijke beoordeling van zijn asielverzoek in Nederland. Dat is wel het minste.