Is ‘waf’ honds voor ‘yo’?

Er komt een schelle kef uit je iPhone. En dan een harde blaf. Een doffe woef. Weer die kef. Waf. Woef. De app Bark kan niet veel: geblaf versturen en ontvangen. Hij doet een beetje denken aan de recente hype-app Yo, waarmee je naar vrienden die de app ook hebben niets meer of minder dan het blikkerig uitgesproken ‘yo’ verstuurt. Menigeen fronste al zijn wenkbrauwen over de schijnbare zinloosheid van die app, die het moest hebben van zijn ‘contextuele kracht’. Want een ‘yo’ middenin de nacht klinkt toch anders (lees: flirteriger) dan zomaar een ‘yo’... Of Bark die kracht ook heeft is de vraag, want de communicatie is hier wel extréém summier. Bij het installeren kies je jouw woef of waf, waarna je je virtuele geblaf dankzij de locatiefunctie van je iPhone in een straal van een mijl (1.600 meter) kunt laten horen. Je blaft dus niet tegen ‘bevriende honden’, maar, Aristocats-achtig, naar je omgeving. Met weinig naburige Bark-gebruikers blaf je dus als een waakhond op een verlaten boerderij: geen hond die je hoort. De redactie van deze krant, in hartje Amsterdam, bleek echter in een soort kennel te liggen. Er bleken genoeg virtuele honden in de buurt om de app al snel bloedirritant te gaan vinden – en sneu. Want behalve een kakofonie van gekef bracht de app een gevoel van treurnis over eenzame honden teweeg. Immers: al hóór je geblaf, je weet niet wie er blaft of wat de waf betekent. Het enige wat je kunt doen is terugblaffen. In het wilde weg.

    • Thomas de Veen