Het lot van een minderjarige student: wel feest, geen bier

Tweedeling op de introductieweken voor studenten: wel of geen drank.

Feest bij studentenvereniging Unitas op het Lucasbolwerk in Utrecht. Foto’s Olivier Middendorp

„Als ze je nu zien, knippen ze je bandje door”, roept een begeleider naar een minderjarig meisje. Even daarvoor: een aankomend rechtenstudente staat tussen een tiental mensen voor de bar te wachten bij studentenvereniging Unitas in Utrecht. In het kader van de Utrechtse Introductie Week (UIT) geeft Unitas een feest. Geen bandje betekent: einde van de introductieweek.

Voor de bar staan aankomend studenten met een groen polsbandje. Dat betekent dat ze achttien jaar of ouder zijn en dus alcohol mogen. De aangesprokene draagt een wit bandje. Ze is zeventien en dus te jong. Het barpersoneel zegt streng te controleren en geen alcohol te schenken aan minderjarigen. Maar ze houdt haar bandje een beetje verborgen, vraagt om bier, betaalt 1,50 euro en loopt weg met een biertje in haar hand.

Nuchter kennismaken

Tijdens de introductieweken voor aankomend studenten – die maandag zijn begonnen in Utrecht, Leiden en Groningen – mag dit jaar geen alcohol geschonken worden aan minderjarigen, sinds de vernieuwde Drank en horecawet op 1 januari 2014 inging. Na onderling overleg hebben enkele introductieweekorganisaties besloten tot het polsbandjessysteem, zoals in Utrecht. Ongeveer vijfhonderd deelnemers aan de UIT-week zijn minderjarig, zegt UIT-voorzitter Vivien Bonke. En dus moeten zij nuchter kennismaken met de stad waar ze gaan studeren. Zij hebben een wit bandje.

Het meisje met het witte bandje: „Ik moet dat maar accepteren. Maar het is jammer.” Een biertje zou ze „wel lekker” vinden. Toch lijkt het bier buiten de bar binnen handbereik. In het midden van het grasveld waar het feest plaatsvindt, staat een groot fust. Een groepje Unitas-leden, in colbert en met stropdas, hangt om het fust heen. Terwijl een lid zijn tanden zet in een plastic bekertje vol bier, knijpt hij met zijn handen in een luchtpompje dat ervoor zorgt dat het volgende bekertje volloopt. Maar laat één ding duidelijk zijn, zegt een Unitas-lid: dat bier is zeker niet bedoeld voor niet-leden.

Aan de bar bij het veldje geldt de regeling dat aankomend studenten maximaal zes consumpties meekrijgen, om de kans te verkleinen dat ze uitdelen aan minderjarigen. Volgens Dennis Doorduyn, voorzitter van Unitas, wordt tijdens de UIT-week ook gecontroleerd of bierdrinkers groene bandjes dragen. Dat ondervond Melanie Essink (17). Een groepsgenoot was te jong om te drinken, dronk toch alcohol en moest de introductieweek verlaten.

Helemaal los

Because there ain’t no party like an alcoholic party!” klinkt het later op de avond over het veld. De leden van feestband Weekend Warriors zorgen ervoor dat het publiek springt en zingt. Of hun tekst klopt? Niet voor Essink. „Ik was sowieso niet zo’n drinker.” De tekst slaat ook niet op Demy. Ze is achttien jaar oud, draagt een groen bandje en gaat helemaal los. Demy gooit haar handen in de lucht en springt herhaaldelijk wanneer de muziek versnelt. Zonder alcohol, want dat vindt ze niet lekker. Het drinken laat ze aan anderen over. Met een biertje in de lucht springen die anderen met Demy mee.

Anniek Derksen (17), die normaal gesproken tijdens het uitgaan wel drinkt, moet dat nu missen. Erger nog: bij sommige feestjes komt ze niet binnen omdat ze geen achttien is. „Ik vind het niet leuk”, vertelt ze. „Maar ze controleren streng, dus ik waag het er maar niet op.” Groepsgenoot Bob Ruijgrok (20) zou haar misschien wel een biertje willen geven. „Ik zou dat doen als ik iemand beter ken. De organisatoren weten best dat er gewoon gedronken wordt.”

Het meisje met het witte bandje, dat de kans heeft gekregen toch te drinken, besluit het advies van de mentor op te volgen. Na enige twijfel doet ze het biertje weg. Ze wil niet het risico lopen dat haar bandje wordt doorgeknipt en weggestuurd te worden. Dat zou zonde zijn, zo halverwege de UIT-week.

Naschrift (3 september 2014): De naam van een minderjarige betrokkene is in de digitale versie van dit artikel verwijderd [red.].

    • Evy van der Sanden