De laatste femme fatale

Lauren Bacall (1924-2014)

Filmster

Haar zwoele blik was haar handelsmerk als Hollywood-ster, film noir-ster Humphrey Bogart haar grote liefde.

Lauren Bacall in 1945 met ‘The Look’, de zwoele blik die haar beroemd maakte; daaronder met de klok mee: Bacall met Bogart in de film To Have and Have Not (1944), Bacall in 1965, met VS-president Harry Truman (1945), en met Marilyn Monroe en Betty Grable inHow To Marry a Millionaire (1953) Foto’s Getty Images, Hollandse Hoogte, AP

Ze was onuitsprekelijk cool. Tot het einde. Toen ik haar tien jaar geleden voor deze krant interviewde op het Filmfestival Wenen wond ze iedereen om haar vingers. Zoals een ster betaamt. Maar dan eentje zonder sterallures. Ze dronk haar mineraalwater gewoon uit een flesje, was razend nuchter en reuze ad rem. Ze speelde zichzelf, en ze speelde met die rol, van ster, van sekssymbool, van icoon die geen icoon genoemd wil worden. En ze was op en top de fatale vrouw die ze in haar beste films had gespeeld. Ze genoot ervan dat ze mannen die haar kleinzoon konden zijn de adem kon benemen en mannen die daar te oud voor waren in blozende jongens kon doen veranderen. Gisteren overleed Lauren Bacall op 89-jarige leeftijd in haar woonplaats New York aan de gevolgen van een beroerte. De laatste femme fatale is niet meer.

Lauren Bacall werd in 1924 als Betty Joan Perske als dochter van Pools-Joodse ouders geboren in New York. Na de scheiding van haar ouders kreeg ze de meisjesnaam van haar moeder en maakte als zeventienjarig fotomodel haar debuut op Broadway. Maar het duurde niet lang voor de vrouw van Hollywoodregisseur Howard Hawks haar ontdekte op de cover van Harper’s Bazaar. Ze spoorde haar man aan deze Betty Bacall een screentest te laten doen voor zijn nieuwste film To Have and Have Not (1944), naar het boek van Ernest Hemingway en met de grote film noir-ster van die dagen in de hoofdrol: Humphrey Bogart.

Alles wie en wat Lauren Bacall was lag in die beslissing besloten. Die verrukkelijk dubbelzinnige woorden die ze in de film zou spreken: „You know how to whistle, don’t you, Steve? You just put your lips together and blow.” Dat ze zo zenuwachtig was dat ze haar kin tegen haar borst hield om het trillen tegen te gaan, waardoor ze haar ogen wel naar boven toe moest opslaan. En ziedaar: ‘The Look’ was geboren, de zwoele blik die haar handelsmerk zou worden. Net als haar karakteristieke sexy hese stem, het gevolg van consequent een octaaf te laag praten, omdat regisseur Hawks niet van vrouwen met hoge stemmetjes hield. Nadat hij haar voornaam in het stijlvollere Lauren had veranderd was de ster geboren.

Wat hij niet had kunnen voorzien was de vonk die oversloeg tussen zijn twee hoofdrolspelers. Ze werden verliefd, trouwden en zouden getrouwd blijven tot Bogies dood in 1957. Samen zouden ze nog in drie noir-klassiekers spelen: The Big Sleep (1946), Dark Passage (1947) en Key Largo (1948). Bacall destijds in Wenen: „Hawks had grote plannen met me. Het was zijn droom om van een onbekend meisje een ster te maken. Toen verscheen Mister Bogart op het toneel en gooide roet in het eten. Hawks heeft alles gedaan om die relatie te voorkomen. Maar als je eenmaal verliefd bent op Mr. Bogart, dan heb je geen keuze. Als ik hem niet had ontmoet had ik vast een betere carrière gehad, maar ik gaf de voorkeur aan Mr. Bogart.”

Wat haar carrière ook niet hielp was dat ze zich eind jaren veertig met Bogart, als een van de weinige Hollywoodsterren overigens, uitsprak tegen de communistische heksenjachten van de conservatieve senator Joseph McCarthy en zijn commissie van on-Amerikaanse activiteiten die heel Hollywood in het beklaagdenbankje zette en velen werkloos maakte.

In de jaren vijftig ontpopte ze zich als comédienne in How to Marry a Millionaire (1953, tegenover Marilyn Monroe) en Designing Woman (1957). Na de dood van Bogie keerde ze terug naar het New Yorkse theater. En ondanks een verloving met Frank Sinatra en een later huwelijk met acteur Jason Robards bleef hij haar grote liefde.

Ze maakte ook kennis met de hardvochtigheid van Hollywood: „Film is geen medium voor vrouwen. Als je niet het zoveelste lekkere stuk bent, dan is er geen plaats voor je”, schreef ze in haar autobiografie. Toch is ze altijd blijven werken, eerst in het theater, en toen ze oud genoeg was om niet langer het nieuwe lekkere ding te hoeven zijn weer in de filmwereld. Ze maakte interessante keuzes.

Ze was te zien als een van de twaalf verdachten in Murder on the Orient Express (1974) en in John Waynes laatste film The Shootist (1976). En ze speelde in Dogville (2003) en Manderlay (2005) van Lars von Trier. Uiteindelijk kwamen ook de prijzen: een Oscarnominatie voor The Mirror has Two Faces (1996, als moeder van Barbra Streisand), vele oeuvreprijzen en lifetime achievement-bekroningen, uitmondend in een ere-Oscar in 2009.

    • Dana Linssen