De jihadisten schoten wild om zich heen

Turkije versterkt de grensbewaking om te voorkomen dat tienduizenden vluchtelingen het land binnenkomen. Ze willen naar Europa.

Faris al-Haskani en zijn echtgenote Mahabat al-Khudhur met Shahnaz (17), Norshan (16), Fanar (14), Fardews (12), Qasim (10), Ranya (7) en Fadila (4). Foto’s Eric Brinkhorst

Doden moeten in Cizre wijken voor de overlevenden. In de twee uitvaartcentra van de Turkse gemeente aan de Tigris worden yezidi’s opgevangen die uit Irak hebben weten te ontsnappen. Ruim vierhonderd mensen slapen en eten op kleden op de tegelvloer. Ze wachten op nieuws over de achterblijvers.

Hussein Ali is met zijn vrouw Hayat en zes jonge kinderen na acht dagen op het droge Sinjar-gebergte gered door Koerdische strijders uit Syrië. Die hadden een vrije doorgang bevochten waarlangs duizenden mensen naar Syrië konden. Van daaruit zijn ze doorgereisd naar Turkije, waar het geen oorlog is.

Inmiddels zijn enkele duizendenaanhangers van het yezidi-geloof erin geslaagd Turkije te bereiken. Betrouwbare cijfers zijn er niet, omdat veel mensen illegaal de grens oversteken. Tijd om een paspoort mee te nemen was er vaak niet. In en rond de steden Dohuk en Zakho in Iraaks Koerdistan, niet ver van de Turkse grens, worden volgens de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR zo’n 135.000 yezidi’s opgevangen. Veel mensen hebben diarree en hebben hoofdpijn door de zon. In het gebergte zouden nog 20.000 tot 30.000 mensen vast zitten.

Yezidi’s spreken Koerdisch. Het zijn de Koerden in Turkije die voor de eerste opvang zorgen, in parken, sporthallen, scholen en tenten en verschillende steden. Een onbekend aantal vluchtelingen slaapt bij mensen thuis. Soms bij verre familie. Turkije heeft ook een kleine minderheid van yezidi’s in de grensstreek.

Jurist Hussein Kacmaz heeft 19 mensen in huis genomen en geeft als vrijwilliger juridische bijstand in Silopi, de eerste Turkse stad voor vluchtelingen die vanuit Dohuk en Zakho komen. In een bewaakt schoolgebouw zitten 130 mensen, onder wie kinderen, die tijdens een illegale oversteek zijn gepakt. Daarnaast zijn er twee kampen. Uit een daarvan, waar jonge mannen buiten volleyballen, worden journalisten actief geweerd. Bevel van de lokale overheid, zegt de manager, hand zwaaiend voor de lens van een camera. Toelichting geeft hij niet.

Turkije voert volgens jurist Hussein de grensbewaking op om te voorkomen dat een vloedgolf van tienduizenden vluchtelingen binnenkomt. „Officieel is er een ‘open deur’, zegt hij, maar de praktijk is anders. Wie geen paspoort heeft moet in Irak blijven. Zoals veel Koerdische betrokkenen in de grensstreek klaagt hij dat de Turkse regering alle opvang overlaat aan lokale overheden en vrijwilligers.

Dat is politiek, zegt Welat Özer van het Koerdische persbureau DIHA stellig, zelf een geëngageerde Koerd. Turkije houdt de grens tussen de door Koerden bewoonde Turkse regio en de door Koerdische strijders gecontroleerde regio in Syrië het liefst dicht. Turken zijn bang dat de Koerden uit verschillende landen ooit samen een staat uitroepen of dat de gewapende strijd in Syrië over slaat op Turkije. Het zijn de yezidi’s met de beste auto’s, het meeste geld of geluk die erin zijn geslaagd Turkije toch binnen te komen. Een horde genomen op weg naar Europa of de VS, waar iedereen zegt heen te willen.

Zaagbeweging

„Niemand wil nog terug”, zegt Ali Hussein in het uitvaartcentrum in Cizre zacht. Zijn vrouw Hayat praat hard. Ze zet haar driejarige dochter rechtop in haar schoot en maakt met een hand een zaagbeweging langs de keel van het meisje om uit te beelden wat zal gebeuren als ze terugkeren. Mannen geven telefoons door met foto’s, waarvan niet duidelijk is of ze die zelf hebben genomen of op Facebook verzameld. Een jongetje van een jaar of vier bungelt aan een strop. Het grijze hoofd van een man met snor ligt op straat naast zijn lichaam.

Hayat zag hoe jihadisten van de Islamitische Staat (IS) hun dorp binnenreden en met een machinegeweer om zich heen schoten vanuit een Hummer, vertelt ze. In de uren daarvoor hadden de dorpelingen geprobeerd zich te verweren met hun eigen kalasjnikovs. De peshmerga die het dorp zouden moeten beschermen waren verdwenen. Toen de munitie op was, restte alleen heel hard wegrennen, zonder omkijken.

Ze maakt zich zorgen om haar vader en om de broer van haar man, diens vrouw en kinderen. Voor zover ze weten zitten die nog in de bergen. In totaal zo’n twintig familieleden.

Twee broers van Hussein Ali zijn gedood. Hij lijkt verdoofd. Zijn ogen zijn rood, maar hij huilt nu niet. Terwijl zijn vrouw schel klinkt, praat hij zacht. „Wat kan ons de huizen of bezittingen schelen”, zegt hij. „Onze vrouwen zijn verdwenen. Tweeduizend mensen uit ons dorp zijn vermoord. Hun lichamen liggen op straat te stinken.”