Assad kan zijn gang weer gaan

De oorlog in Syrië heeft al 170.000 levens geëist. Het Westen is nu niet geïnteresseerd in het regime.

Niet alleen in Irak rukken de extremisten van de Islamitische Staat op; ook in Syrië breiden ze gestaag het gebied van hun kalifaat uit. Dat gaat hier en daar ten koste van het regeringsleger van president Bashar al-Assad. Maar nog veel harder pakken de jihadisten, in hun streven naar een aaneengesloten gebied, de meer gematigde Syrische oppositie aan. In het noordoosten van Syrië dreigen niet-jihadistische rebellen uit al het gebied te worden verdreven dat ze beheersten. De westerse bondgenoten van die rebellen interveniëren nu in Irak met wapenhulp en zelfs luchtaanvallen op de Islamitische Staat om bedreigde minderheden en Koerdische geallieerden te beschermen.

En waar blijft de hulp aan ons, vragen de Syrische oppositie en de belegerde Syrische bevolking zich af.

President Barack Obama maakte twee maanden geleden bekend van plan te zijn voor een half miljard dollar duizenden Syrische rebellen te trainen en hun wapens te leveren. Maar het Congres gaat dit voorstel niet vóór september behandelen, mogelijk zelfs niet voor januari. Congresleden zijn er tot dusverre verre van enthousiast over. „Waarschijnlijk te weinig en te laat”, zei de Republikeinse senator Lindsey Grahams. Het Witte Huis zit er zelf evenmin achterheen. President Bashar al-Assad is de lachende derde.

Obama dreigde vorig najaar met beperkte luchtaanvallen op het Syrische regime, zoals nu in Irak, nadat Assads troepen gifgas hadden gebruikt tegen rebellen en burgers. Op het laatste moment werden de luchtacties geannuleerd nadat Assad er onder Russische druk mee had ingestemd zijn chemische wapens in te leveren. Er begon zich toen overigens een meerderheid in het Congres af te tekenen tegen Obama’s luchtacties – nergens zijn publieke opinies voorstander van ingrijpen in de chaotische oorlog in Syrië. „Syrische oppositieleden voelen zich nu kanonnenvoer van de regering-Obama”, mailde de Syrische activist Ammar Abdulhamid, gevraagd naar de stemming bij de gematigde oppositie, gisteren vanuit Washington.

Westerse leiders, onder wie Obama, riepen in de zomer van 2011 voor het eerst op tot het vertrek van Assad, die toen al duizenden doden had gemaakt bij zijn inspanningen om een aanvankelijk geweldloze opstand neer te slaan. Dergelijke oproepen worden nu niet meer gedaan, ook al heeft de oorlog in Syrië naar schatting 170.000 levens geëist en zijn er meer dan negen miljoen Syriërs ontheemd of naar het buitenland gevlucht.

De westerse buitenwereld is niet meer geïnteresseerd in de val van Assad. Niet omdat zijn bewind minder repressief zou zijn, maar omdat andere crises, zoals die in Oekraïne en de oorlog in Gaza, de slepende Syrische oorlog naar de achtergrond hebben verdreven. Ook een factor: hij en zijn bondgenoten Rusland en Iran zijn taaier dan het Westen had verwacht.

Waarschijnlijk het allerbelangrijkst: de opkomst van de Islamitische Staat. Deze extremisten die zich door hun fanatisme en discipline een dominante positie hebben bevochten onder de Syrische rebellen, zijn de facto Assads beste bondgenoot. Geen westers land wil de kaliefs 1.300 jaar na hun val terughebben in Damascus. Gematigde rebellengroepen krijgen nauwelijks wapenhulp uit angst dat die bij de Islamitische Staat en andere jihadistische groepen terechtkomt.

Dat betekent dat Assad zijn cruciale luchtoverwicht houdt. Als hij met zijn opgevoerde vatbommen-offensief binnenkort heel Aleppo herovert, waarvan nu sprake lijkt te zijn, heeft hij zijn land terug, op het economisch minder interessante platteland na.

Er zijn berichten dat gematigde rebellen de strijd opgeven, ontmoedigd door de geringe steun van buitenaf en door het steeds zwaardere stempel van de jihadisten op hun strijd. „Woede, desillusie, frustratie en een diep gevoel van verraad kunnen worden gevoeld in elk woord dat wordt uitgesproken door leden van de Syrische oppositie”, mailde Ammar Abdulhamid, die lange tijd als ideoloog van de opstand gold. „Het lijden van het Syrische volk is ruimschoots in de publiciteit geweest, dus niemand kan voorwenden van niets te weten. Maar de vrije wereld was onverschillig en blijft dat.”

    • Carolien Roelants