Varkenswangen, ieuw!

illustratie jet peters

De rest van de familie zit deze dagen in, of all places, Clacton-on-Sea. Dit uit nostalgische overwegingen: mevrouw Steketee is in Engeland opgegroeid. Op de pier daar is een permanente kermis, belden ze al blij. Met ‘candy floss’, ‘toffee apple on a stick’ en gefrituurde donut – help me herinneren dat ik de kindertandarts bel. Dit alles betekent wel dat hier de kust vrij is om eten klaar te maken dat hen doet gruwen. Zoals daar zijn – „ieuw papa” – varkenswangen.

De directe aanleiding om eens wat met dit incourante vlees te doen was een opvallend voorgerechtje van het buurtrestaurant: varkenswang met prosciutto, pickle van meloen, rucola en vlierbessendressing. In culispeak zou je van een symfonie kunnen spreken. Welk restaurant dit was, kan ik uit hoofde van belangenverstrengeling niet prijs geven – maar, hint, met Google en deze trefwoorden zou je nu een eind moeten komen.

Verbazing: de prijs, nog geen twaalf euro de kilo. Het zijn mooie ronde stukken blozend vlees. Stevig, het kost moeite om er een vork in te steken. Je kan zien dat het gestaalde kaakspieren zijn, net als bij andere zoogdieren de sterkste van allemaal. Niet alleen bij zoogdieren trouwens. Appelvinkjes kraken er kersenpitten mee. De term ‘wang’ lijkt me dus misleidend.

Aangezien bij de slager ook een ruime kilo werd besteld, zaten er voor de onbestorven weduwnaar een tweetal gerechten in. Allereerst een Aziatische stoofschotel met gember, sojasaus, rijstewijn, Spaanse peper en bosui. Vlees eerst aanbakken, daarna twee uur sudderen in voornoemde ingrediënten, aangevuld met een beetje water. Fijne smoor. De wangen slinken trouwens aanzienlijk.

Het tweede gerecht een dag later was klassieker: een stoofschotel met bier. Je ziet er vaak Leffe en Krieck en ander ‘kleurig’ bier in verwerkt, maar met straffere Duvel gaat het ook prima. Met wat druiven voor het ‘zoetje’.

    • Menno Steketee