Van de ene oorlog naar de andere

‘Dit is geen oorlog, dit is een grap. Hier in Gaza weet je wie je vijand is, in Syrië weet je het nooit. Daar is iedereen de vijand: het regime, het Vrije Syrische Leger, de jihadisten van Al-Nusra en de Islamitische Staat. In Syrië wordt al drie jaar gevochten, hier slechts een maand. Het is een cynisch politiek spel.”

Anas Qatargi heeft enig recht van spreken. De 27-jarige Syriër woont al ruim een jaar in Gaza. Gevlucht uit de ene oorlog, maar terechtgekomen in een andere.

Ik kwam Anas tegen in de beste shoarmatent van Gaza-stad. Toen hij binnenliep, zag ik meteen dat hij geen Palestijn was. Geen donker gezicht met korte krulletjes, maar een lichte teint en lang golvend haar dat met gel naar achteren was gekamd. Groot zilveren horloge om zijn pols. Mooi overhemd van Les Mills aan, wat de meeste Palestijnen in Gaza nooit kunnen betalen.

Salaam aleikum”, zei hij opgewekt. „Hoe ben je hier in godsnaam beland?”, vroeg ik. Anas grijnsde. „Ga zitten, dan vertel ik je mijn verhaal.”

Hij vertelde dat hij uit Aleppo komt, waar hij manager was bij een groot bouwbedrijf. Zijn familie handelde in kleding en stoffen. Maar door de burgeroorlog is een groot deel van Aleppo verwoest. „Ons huis is kapot geschoten, van het familiebedrijf is niets meer over. We hadden geen inkomen, dus ik besloot een baan in het buitenland te vinden zodat ik mijn familie geld kon sturen.”

Anas kwam in Kairo terecht, waar hij als manager in een restaurant ging werken. Maar hij vond de Egyptenaren verschrikkelijk. „Ze denken dat wij hun banen stelen.”

Na een paar maanden kwam Anas een man uit Gaza tegen, die hem een baan aanbood als manager in zijn restaurant. „Hij zei: ‘Neem de beste chef-kok mee die je kunt vinden. Ik wil een Syrisch restaurant beginnen’. Ik dacht eerst dat hij een grap maakte. Maar later dacht ik: waarom niet? Erger dan hier kan het niet zijn.”

De enige manier om Gaza binnen te komen, was via de smokkeltunnels van Hamas. „Dat was echt een avontuur. We zijn met de taxi richting Rafah gereisd, waar we werden afgezet bij een huis. Daar binnen bleek de ingang van een tunnel te zijn. Er was zelfs een wachtruimte met een televisie en airco. We namen de trap naar beneden en na vijf minuten lopen stonden we in Gaza. Alsof het niets was.”

De eerste maanden waren geweldig. „Iedereen hield van ons. Het restaurant was een geweldig succes. We verdienden veel geld, dat we naar onze familie konden sturen.”

De laatste zes maanden waren het tegenovergestelde. Sinds Egypte de smokkeltunnels heeft dichtgegooid, is de economische situatie dramatisch verslechterd. „Het restaurant loopt slecht, want niemand kan het zich meer veroorloven duur uit eten te gaan. Met vrienden praat ik alleen nog over ‘de situatie’. Er is geen nachtleven, zoals ik in Syrië gewend was, dus het is moeilijk plezier te maken. Ik ben depressief.”

Het enige lichtpuntje is zijn Gazaanse vriendin. Hij ontmoette haar in Egypte en ze hielden contact via Facebook. Drie maanden geleden zijn ze verloofd, het huwelijk is gepland rond Kerst. „Maar als de situatie zo blijft, gaat de bruiloft niet door. We hebben geen geld.”

Heeft hij spijt dat hij naar Gaza is gegaan? „Moeilijke vraag. Ik mis mijn familie, mijn vrienden. De cultuur is hier heel anders. Mensen in Syrië zijn veel progressiever, families zijn harmonieus. Hier heerst veel haat en nijd binnen en tussen families. Het is een weerspiegeling van alle oorlogen, armoede en politieke machtsstrijd. Maar ik heb hier nieuwe vrienden gemaakt, ik hou van mijn verloofde en ik heb hier een geweldige baan gevonden. Ik ben lang genoeg in Gaza om het mijn tweede thuis te noemen.”