The Kill Team kon z’n gang gaan

Amerikaanse soldaten zouden stelselmatig ongewapende Afghaanse burgers hebben gedood, met nauwelijks juridische vervolging. Dit blijkt uit een rapport van Amnesty International.

Een Afghaanse man toont foto’s van familieleden die in 2012 vermist raakten, tijdens een Amerikaanse militaire operatie in Kabul. Foto AP

Strijdmakkers uit de Amerikaanse gevechtseenheid van soldaat Adam Winfield hebben herhaaldelijk ongewapende Afghanen gedood. Een van hen sneed daarna vingers af, die hij bewaarde als trofeeën. Na afloop werden de onwettige acties zo geënsceneerd dat het leek of de eenheid, die bekend stond als ‘The Kill Team’, onder vuur had gelegen, en dus had gehandeld uit zelfverdediging.

Winfield stuurde wanhopige Facebookberichten naar zijn vader. „Er zijn mensen in mijn peloton die wegkomen met moord. Ik wil er iets aan doen, maar het probleem is dat ik me hier niet veilig voel om het aan iemand te vertellen.” Winfields vader probeerde vergeefs binnen de militaire hiërarchie de misdaden aan de kaart te stellen. „Ze deden niets”, zei hij. „Helemaal niets.”

Het relaas van The Kill Team is een van de verhalen die door Amnesty International aan de orde worden gesteld in het gisteren verschenen rapport Left In The Dark. Daarin toont de mensenrechtenorganisatie hoe volgens haar het Amerikaanse militair-juridische systeem faalt in het vervolgen van schendingen van het oorlogsrecht door Amerikaanse militairen.

„Duizenden Afghanen werden gedood of verwond door Amerikaanse troepen sinds de invasie, maar de slachtoffers en hun families hebben nauwelijks kans op gerechtigheid”, zei Richard Benett, Amnesty Internationals Asia Pacific-directeur.

De mensenrechtenorganisatie onderzocht tien incidenten in Afghanistan tussen 2009 en 2013. Daarbij werden tenminste 140 burgers door Amerikaanse militairen gedood, inclusief enkele zwangere vrouwen en ten minste vijftig kinderen. Amnesty interviewde 125 getuigen, slachtoffers en familieleden, van wie de meesten nooit eerder waren gehoord.

Verdwijningen en dodelijke schietpartijen

Voor de nachtelijke aanval op een huis door speciale eenheden in de provincie Paktia en voor een serie verdwijningen, mishandelingen en dodelijke schietpartijen in de provincie Wardak, vond de organisatie „overvloedig en onomstotelijk bewijs voor oorlogsmisdaden”. Volgens Amnesty is geen van de betrokkenen vervolgd.

Het juridische tekortschieten zou te wijten zijn aan de macht van commandanten om onderzoek tegen te houden. Bovendien berust onderzoek vooral op de getuigenissen van de manschappen.

„Er wordt verwacht dat soldaten en commandanten zelf mogelijk mensenrechtenschendingen rapporteren. Dat leidt duidelijk tot een belangenconflict”, aldus Amnesty. Wanneer het wel tot vervolging kwam, bleken militaire rechtbanken niet onafhankelijk. Zelden konden Afghanen getuigen.

Vervolging van Amerikaanse militairen vindt maar zelden plaats. Amnesty International vond sinds 2009 slechts zes zaken die voor het gerecht kwamen, los van de zaken die de organisatie zelf onderzocht.

In de zaak van The Kill Team werd uiteindelijk in 2011 ingegrepen. Niet doordat Winfields vader alarm had geslagen en om een onderzoek had gevraagd, maar omdat de eenheid geweld gebruikte tegen een Amerikaanse militair. Pas toen kwamen ook de moorden op Afghaanse burgers aan het licht. Zeven militairen kregen gevangenisstraffen. Eind vorig jaar waren drie van hen weer op vrije voeten.

    • Joeri Boom