Teruglezen: drie-eenheid Amerikaanse literatuurkritiek beklaagt zich over succes ‘Het puttertje’

ANP KIPPA BAS CZERWINSKI

Het boek is al bijna een jaar uit, maar de discussie onder literatuurcritici in Amerika houdt niet op: wat moeten ze toch aan met Donna Tartts Het Puttertje?

Er was genoeg lof in Amerika voor de derde roman in twintig jaar van de Amerikaanse schrijfster Donna Tartt, die in 1993 succesvol debuteerde met The Secret History. Michiko Kakutani, literatuurcritica voor The New York Times, noemde Het puttertje ‘a glorious Dickensian novel’. En thrillerschrijver Stephen King omschreef de roman, over de gevolgen van de toevallige bemachtiging van een beroemd schilderij door hoofdpersoon Theo Decker, als ‘een zeldzaamheid’. Officiële bevestiging kwam in april van dit jaar, toen Tartt met The Goldfinch de Pulitzer Prize for Fiction won.

Ondermaats

De drie-eenheid van de Amerikaanse literatuurkritiek, The New Yorker, The New York Review of Books en The Paris Review, verbazen zich over het succes van Tartts boek. Uit een interessante reportage in het Amerikaanse maandblad Vanity Fair blijkt dat de drie literaire instituten eensgezind zijn in hun mening over Het puttertje: het boek is ondermaats. ‘Kinderliteratuur’, verzucht James Wood van The New Yorker in Vanity Fair. Daags na de winst van Pulitzer Prize zei hij tegen het maandblad:

“Dit is het bewijs van de infantilisering van onze literaire cultuur waarin volwassenen alleen nog Harry Potter lezen.”

Authenticiteit

De ontvangst van Het puttertje doet volgens Vanity Fair denken aan de reacties op Tom Wolfes A Man in Full (1998). Het boek dwong Norman Mailer, John Updike en John Irving - ‘three literairy lions’ - op de barricades. Wolfes boek behoorde volgens het drietal thuis in de vliegveldboekhandel, niet de literaire canon. Mailer vergeleek het lezen van het dikke boek met ‘sex met een 150 kilo wegende vrouw’:

“Once she gets on top it’s all over. Fall in love or be asphyxiated.”

Wat is dan wél serieuze literatuur? Voor Wood heeft dat vooral te maken met authenticiteit, een gevoel voor werkelijkheid. Dat gevoel mist Wood in Het puttertje:

“Tartt’s novel is not a serious one—it tells a fantastical, even ridiculous tale, based on absurd and improbable premises.”

Lorin Stein van The Paris Review sluit zich daarbij aan. Volgens Stein zullen romans als Wolf Hall van Hilary Mantel nog generaties lang gelezen worden omdat ze gaan over ‘het echte leven’. Stein:

“Ik wil fictie die gaat over de werkelijkheid.”

Saai

De literaire discussie over Het puttertje woedt niet alleen in Amerika. Hoewel onder andere De Telegraaf en de Volkskrant Tartts derde roman geslaagd vonden, werd het boek met name door Vrij Nederland en NRC Handelsblad afgeserveerd.

Schrijver, vertaler en literatuurcriticus Rob van Essen, die Het puttertje namens NRC Handelsblad recenseerde, verbaasde zich in april net als Wood over de toekenning van de Pulitzer aan Tartt:

“Ik heb eens op Twitter naar lezersreacties gezocht. Toen stuitte ik op veel mensen die na de eerste 100 pagina’s zijn afgehaakt. En dan toch: er waren ook aardig wat mensen die The Goldfinch omschreven als ‘a good read’. Verbazingwekkend vond ik dat. Donna Tartt is een goede schrijver, laten we dat niet vergeten. En ik heb haar eerste twee romans met veel plezier gelezen. En in het begin van Het puttertje lijkt het haar weer te lukken. Maar daarna gebeurt er niets interessant. Eigenlijk wordt het boek daarna vrij saai.”

U kunt hier de reportage ‘It’s Tartt—But Is It Art?’ in het Amerikaanse maandblad Vanity Fair teruglezen.

    • Roderick Nieuwenhuis