Spotify voor beginners

Levenslessen voor het digitale tijdperk. Vandaag: hoe krijg je je bandje in de bibliotheken van iTunes en Spotify? Peter van der Ploeg zette zijn eigen deathmetal-cd online. Het overtypen van tracknamen blijkt het ingewikkeldst.

illustratie anne van wieren

Mijn haar was tien jaar geleden langer dan dat van de meeste Nederlanders. Dat kwam goed uit: ik zong in een rockband met de achteraf gezien niet zo pakkende naam Teotwawki. We brachten dat jaar, 2004, in eigen beheer een cd’tje uit: The Mass Of Void. Zes nummers, net iets langer dan een half uur. We waren apetrots en verkochten ’m bij optredens en in een paar platenzaken in de buurt. Het ging best goed, maar net toen de zalen groter en de nummers strakker werden, viel de band uiteen en zag ik de stadions vol gillende vrouwen definitief aan mij voorbij gegaan.

YouTube bestond nog niet. We hadden een website met foto’s, teksten en tourdata, maar er muziek op krijgen was een enorm gedoe. Online professioneel de muzikant uithangen viel niet mee, tien jaar geleden. Maar de tijd heeft de industrie ingehaald. Dat blijkt als ik ons album alsnog in de moderne, digitale bibliotheken van diensten als Spotify en iTunes probeer te krijgen.

Stuur het naar de aggregatoren

Je muziek gewoon uploaden naar Spotify en iTunes kan niet. Die willen geen miljoenen losse overeenkomsten afsluiten, en ze willen ook geen muziek waarvan ze niet zeker weten of de rechtenkwesties geregeld zijn. Een album moet een natrekbare streepjescode hebben, en elk nummer moet z’n eigen ISRC-code hebben, een trackingcode. Muziek die bij platenlabels vandaan komt heeft dat allemaal. Maar voor zomaar iemand (ik) is dat lastiger.

Voor onafhankelijke muzikanten en bands zijn dus er artist aggregators, die in feite werken als platenbaas, maar dan eentje die het niets uitmaakt of je muziek een succes wordt of niet. Een aggregator checkt alle muziek voordat het naar de digitale diensten wordt gestuurd. Deels luisteren ze echt naar de muziek, deels laten ze software naar de bestanden kijken om te controleren of je niet stiekem andermans werk aan het stelen bent.

Het werkt zo: jij betaalt per jaar een bedrag, zodat de aggregatoren zorgen dat je muziek, voorzien van de juiste codes, bij de grote, digitale muziekboeren terechtkomt en blijft. Als je muziek wordt beluisterd krijg je daar royalties voor, nadat zowel de muziekboeren als de aggregatoren daar een gedeelte vanaf hebben gesnoept. Je houdt wel alle rechten van je muziek zelf.

Spotify, met twintig miljoen gebruikers een van de belangrijkste spelers op de digitale muziekmarkt, werkt met vier aggregatoren: Tunecore, CDBaby, EMU Bands en Record Union. Wie, net als ik, niet van plan is serieus geld te verdienen, kan het beste gewoon kiezen voor de laagste kosten. De percentages van de royalties worden pas interessant als je van plan bent heel populair te worden. De meesten vragen tussen de dertig en vijftig euro, maar bieden je bijna de volledige royalties. Het Zweedse bedrijf Record Union is wat karig met de opbrengsten die ze uitbetalen: slechts 85 procent van de royalties, maar je betaalt er ook maar vanaf 13 euro per jaar. Alsof ik een rockster ben die de labels voor het uitkiezen heeft, teken ik bij Record Union.

Binnen vier dagen op Spotify

Ze willen de muziek in .wav hebben, het bestandsformaat zonder kwaliteitsverlies. Het rippen en uploaden is zo gepiept, en voor wie dat nooit heeft gedaan is er een uitgebreide handleiding op de site. De meeste tijd gaat zitten in het overtypen van de tracknamen en het zestien keer opnieuw controleren of je alles goed hebt geschreven. Je kunt namelijk niet meer terug. Als je release klaar is en er staat een tikfout in, dan komt-ie ook zo in iTunes en Spotify – best wel een nachtmerrie.

Ik kies voor het ‘top dog’-pakket, met Spotify, iTunes, Amazon MP3, Google Play, en Deezer. Dat pakket is 16 dollar per jaar voor een album. Voor 2 dollar kan ik een winkel bijkopen. Wie weet krijg ik ineens de behoefte om het album ook beschikbaar te hebben op Rhapsody, Rdio, eMusic, Nokia Mixradio, Simfy, Wimp, Vidzone of 7Digital.

Hoe lang het duurt voor de muziek in de digitale schappen ligt verschilt per winkel, maar de volgende dag al krijg ik een mailtje van Record Union dat de cd in Deezer en iTunes staat. Ik open euforisch iTunes op mijn telefoon, en ja! Het staat er echt: voor 6,93 euro ben je eigenaar van de beste deathmetal die tien jaar geleden werd gemaakt in Haarlem en omstreken. Een kind krijgen is specialer, maar je eigen muziek te koop zien in iTunes komt in de buurt. Amazon en Google duren een dagje langer, en na vier dagen, een zaterdagochtend, staat alles ook in de heilige online muziekgraal: Spotify. Het voelt alsof we geboekt zijn voor een wereldtour, met Metallica in ons voorprogramma.

Nog even wachten op het geld

Ik ben benieuwd wat er met mijn account gebeurt bij Record Union. Daar kan ik m’n royalties zien als iemand een nummer koopt. Ik probeer het zelf op mijn telefoon in iTunes. Voor 0,99 euro koop ik mijn eigen nummer. ‘Speel af’, natuurlijk, en hard ook. Voor de opbrengsten maakt het weinig uit: elke dienst pakt om te beginnen een commissie van tussen de 30 en 40 procent van elke verkoop of stream, en daarna snoept Record Union er nog eens 15 procent vanaf.

Ik hoef sowieso nog even niet op geld te rekenen. De muziekverkopers verwerken hun verkoopcijfers maandelijks. Op z’n vroegst komt die ene splinter van een fractie van mijn eigen euro pas eind november weer terug. „We krijgen de verkoopcijfers ongeveer acht weken nadat die verkoopperiode is afgelopen”, schrijft Record Union. „Dan moeten we elke rapportage nakijken en ze verwerken in ons systeem.” Wat dat betekent? Dat het volle, gillende stadion nog even moet wachten.

    • Peter van der Ploeg