Soms dagen ze de honden uit. En dit keer was de maat vol

In Sint Nicolaasga reed een vrouw zondag in op een groep jongens, een van hen raakte zwaargewond. De politie vermoedt opzet. De jongens vertellen hun verhaal.

„Het is vreselijk”, zegt een zoon van de adellijke familie op het erf van een boerderij. Hij oogt aangeslagen, bezorgd. „Maar ik moet u vragen het terrein te verlaten.”

We wandelen over het landgoed Eysinga State, aan de rand van het Friese dorp Sint Nicolaasga, op zoek naar het hoe en waarom van een incident, zondagavond, waarbij een bewoonster van het landgoed twee jongens van veertien jaar oud heeft aangereden. De politie vermoedt opzet. Eén van de jongens, Ronald, raakte zwaargewond. De ander, Sander, heeft alleen schaafwonden op zijn been en arm. „Ik heb veel geluk gehad”, vertelt hij.

Ze kwam de jongens achterna

Het was tegen negen uur toen een groep van ongeveer tien jongens de schrik van hun leven kregen. Ze waren aan de rand van het landgoed, bij de ingang van het bos, pal achter een instelling voor verstandelijk gehandicapten, bij elkaar gekomen. „We wilden een rondje in het bos fietsen”, zegt een van de jongens. „Maar we konden er niet door. De honden van de boerderij hielden ons tegen. Ja, en toen zijn we de honden gaan wegjagen.”

De eigenaar van de honden zei dat de jongens moesten ophoepelen en dat hebben ze uiteindelijk ook gedaan, zeggen de jongens. Maar vervolgens, op hun terugtocht door het dorp, reed de vrouw ineens met vliegende vaart van achter op hen in, vertellen ze.

Ze reed een fietspad op en raakte de twee jongens die achter in het groepje fietsten. Eén van hen werd de lucht in geslingerd terwijl de auto, een Volkswagen Polo, tegen een lantaarnpaal tot stilstand kwam. De paal brak en viel om. „Hij kwam boven op Ronald terecht”, zegt een jongen. Sander schoof onder de auto en kon met lichte verwondingen eronder vandaan worden getrokken. „Daar lag ik”, zegt hij, een achtergebleven remblokje oprapend. Van zijn mountainbike is vrijwel niets meer over. „Een pakje ijzer. Maar dat maakt mij niet uit, ik ben blij dat ik weer kan lopen.”

Het speelt waarschijnlijk al langer

De politie hield de vrouw aan en heeft haar gisteren verhoord. De aanrijding is het gesprek van de dag in het Friese dorp, maar het is lastig te achterhalen wat er precies is gebeurd. De politie zei kort na het incident te vermoeden dat er opzet in het spel was, en dat er misschien een lang slepend conflict aan ten grondslag heeft gelegen.

De tien jongens kunnen zich daar niet veel meer bij voorstellen dan de kwestie met de twee honden. „Die lopen daar altijd los”, klaagt er één. „De honden blijven nooit op het erf. Iemand van ons loopt een krantenwijk en zelfs hem loopt een van de honden helemaal achterna.”

Als ze de honden treffen, dollen ze de honden soms. „Misschien dat dat voor die vrouw gisteren de druppel was die de emmer deed overlopen”, zegt een van hen. Soms dagen de jongens de honden uit. Laten hen blaffen. Eén van de jongens toont een schaafwond op zijn hand. „Ik wilde gisteren stoer doen. Ik joeg de honden weg. En toen ging ik ineens stil staan met de fiets. Om te laten zien dat ik dat durf. Toen viel ik. Ik had een wond. Daarom ben ik iets eerder weggegaan. Later hoorde ik wat er daarna is gebeurd.”

De jongens schudden het hoofd. „Die vrouw is volkomen gek.” Ze bijten op hun lip. „Ik hoop dat ze die vrouw nooit meer laten gaan.” Ze lopen weg.

    • Arjen Schreuder