Schaakwereld is nog lang niet af van Iljoemzjinov

Kirsan Iljoemzjinov is opnieuw verkozen tot voorzitter van de FIDE. Ook Garri Kasparov kon niets doen aan zijn hegemonie.

Velen hadden gehoopt op een wisseling van de wacht bij de verkiezing van de nieuwe president van de internationale schaakfederatie FIDE, maar het ging zoals het sinds 1995 steeds was gegaan. In Tromsø, waar behalve de schaakolympiade ook het congres van de FIDE plaatsvindt, werd de zittende president Kirsan Iljoemzjinov gisteren met grote meerderheid herkozen. Hij kreeg de stemmen van 110 landen. Garri Kasparov, die hem van de troon had willen stoten, kreeg 61 stemmen.

Aan de ijver van Kasparov heeft het niet gelegen. Hij had de steun van de Amerikaanse miljardair Rex Sinquefield, dus hij kon Iljoemzjinov met diens eigen beproefde wapen bestrijden: een goed gevulde buidel met geld.

Bijna een jaar lang is Kasparov de wereld overgevlogen, veelal in een privévliegtuig van Sinquefield. Hij was de eerste die een harde campagne tegen Iljoemzjinov voerde, maar de marge waarmee hij verloor, was nog groter dan die van de vorige uitdagers van Iljoemzjinov: de Nederlands-Belgische schaaksponsor Bessel Kok in 2006 en oud-wereldkampioen Anatoli Karpov in 2010. Hij had net zo goed geen campagne kunnen voeren.

Kirsan Iljoemzjinov zei kort geleden dat hij graag tot het eind van zijn leven president van de FIDE wil blijven, als de schaakbonden hem zouden blijven steunen. Hoe kan het dat die dat al zo lang doen?

Iljoemzjinov is een onwaarschijnlijke leider, voor wie een grote sportbond als de FIDE zich zou moeten schamen. Hij was president van de zogenoemde autonome republiek Kalmukkië van 1993 tot 2010, toen hij door de regering van Rusland, waar Kalmukkië een deel van is, werd gedwongen om op te stappen. In die tijd wist hij het straatarme Kalmukkië nog verder te verarmen met allerlei megalomane fantasieprojecten waar nooit iets van terechtkwam en door de staatskas als zijn eigen bezit te beschouwen.

Hij schrok westerse sponsors af door zijn vriendelijke contacten met mensen als Saddam Hussein en Moammar Gaddafi en door zijn verhaal over buitenaardse wezens die hem in hun ruimteschip zouden hebben meegenomen. Dom is hij beslist niet, maar vrijwel alles wat hij in het openbaar zegt, is onzin.

Kasparov, een van de grootste schakers aller tijden en een man met een tomeloze energie, zou natuurlijk een beter boegbeeld van de wereldschaakbond zijn, maar ook hij is geen heilige. Waar Kasparov komt, komt ruzie, en bijna alle organisaties waarmee hij zich in het verleden heeft bemoeid, zijn ontploft. Als politieke activist in de Verenigde Staten hoort hij bij het kamp van de neoconservatieven, de extreme haviken die willen dat Amerika er overal in de wereld keihard op los slaat. De FIDE zou onder zijn leiding waarschijnlijk scherp gepolitiseerd zijn, en lang niet alle landen die op hem gestemd hebben, zouden daar blij mee zijn.

De teams van Iljoemzjinov en Kasparov hebben elkaar ervan beschuldigd dat ze op grote schaal stemmen hebben gekocht en ze zullen allebei wel gelijk hebben. Waarschijnlijk heeft Iljoemzjinov het grootschaliger en effectiever gedaan, want hij heeft ervaring en kent zijn mensen. Russische ambassades hebben in een aantal landen aan de schaakbonden laten weten dat ze liever niet zagen dat de Poetin-hater Kasparov de nieuwe president van de FIDE zou worden. Misschien heeft dat nog wat uitgemaakt, misschien niet.

Belangrijker lijkt dat de drie laatste verslagen kandidaat-presidenten buitenstaanders waren in de FIDE. Kasparov wilde in 1993 de FIDE een doodssteek geven door zijn wereldkampioenschap te privatiseren, maar afgezien daarvan hadden Kok, Karpov en Kasparov zich nooit veel met de FIDE bemoeid tot het moment dat ze besloten dat ze president wilden worden. Het harde traject van jarenlang vergaderen, handen schudden en baby’s kussen hadden ze niet doorlopen.

Iljoemzjinov daarentegen heeft in de loop der jaren onder het motto ‘samen worden we rijk’ een team om zich heen gevormd dat precies weet hoe de hazen lopen in de wereldschaakbond. Hij is daar overigens niet kinderachtig in; verslagen tegenstanders drukt hij graag aan zijn hart. Na zijn overwinning stelde hij aan Kasparov voor om vicepresident te worden, en Kasparovs paladijn Nigel Short mag, als hij wil, president van een nog op te richten Afrikaanse schaakorganisatie worden. Ze zullen het niet doen, maar op deze manier heeft Iljoemzjinov vaak tegenstanders tot bondgenoten gemaakt. De schaakwereld zal het nog lang met hem moeten doen.

    • Hans Ree