Niet iedereen krijgt kans op redding

Liberia krijgt als eerste Afrikaanse land een experimenteel medicijn van de VS. Er zijn al ruim duizend doden.

In Liberia zijn militairen ingezet om de verspreiding van ebola tegen te gaan. Besmette gebieden worden afgesloten van de buitenwereld. Foto Reuters

Als eerste Afrikaanse land krijgt Liberia de beschikking over een experimenteel medicijn tegen ebola, dat eerder in het land werd toegediend aan twee besmette medewerkers van de Amerikaanse christelijke organisatie Samaritan’s Purse. Dat maakte de Liberiaanse regering gisteren bekend.

De wereldgezondheidsorganisatie WHO maakte gisteren bekend dat de ebola-epidemie in West-Afrika inmiddels meer dan duizend levens heeft geëist. Afgelopen zaterdag waren er 1.848 besmettingsgevallen geteld en liep het dodental op tot 1.013.

De twee Amerikaanse ebolapatiënten, de artsen Nancy Writebol (59) en Kent Brantly (33) die het experimentele middel eind juli in een ziekenhuis in Liberia kregen, zijn inmiddels naar een ziekenhuis in de VS overgebracht. Ze zijn aan de beterende hand.

Nadat de experimentele behandeling bekend was geworden, brak wereldwijd een ethische discussie los over de vraag waarom het testmiddel niet werd gebruikt voor Afrikaanse patiënten. Vandaag organiseert de Wereldgezondheidsorganisatie een discussie tussen ethici, epidemiologen en infectieziektedeskundigen. De vraag is óf experimentele medicijnen die nauwelijks op mensen zijn getest überhaupt wel aan zieke patiënten kunnen worden gegeven. De nog grotere vraag is wie er dan het eerst aan de beurt is. De WHO maakt er geen geheim van dat er tot het eind van dit jaar te weinig medicijn voor iedere patiënt voorhanden is.

De Spaanse priester Miguel Pajares die vorige week ziek door ebola vanuit Liberia naar Madrid werd vervoerd, zou het experimentele medicijn in ieder geval wel krijgen. Desondanks overleed hij vanochtend. Of hij het medicijn ook echt heeft gekregen, wil het ziekenhuis niet zeggen.

De Amerikaanse arts Brantly knapte meteen op toen hij eind juli het medicijn kreeg, op een moment waarop zijn toestand verslechterde. Writebol kon haar eerste stappen buiten bed weer zetten nadat ze nog een tweede dosis had gekregen.

Brantly kreeg behalve het experimentele medicijn ook een bloedtransfusie van bloed van een 14-jarige jongen die „onder zijn handen” genas van ebola. „De jongen en zijn familie wilden de dokter helpen die het leven van de jongen redde”, aldus Samaritan’s Purse.

In dat bloed zaten antilichamen tegen het ebolavirus. Het experimentele medicijn dat beide patiënten kregen, heet ZMapp en heeft ook antilichamen als actief bestanddeel. Antilichamen zijn moleculen die het afweersysteem maakt om ziekmakende virussen en bacteriën te vernietigen. Ze hechten zich aan de binnendringers, waarna cellen van het afweersysteem de ziekmakers herkennen en opruimen. Bij iemand die met een voor hem onbekend virus besmet raakt, duurt het een paar dagen voordat de antilichaamproductie op gang komt. In die tijd kan een agressief virus de patiënt al doden.

De drie verschillende ebola-antilichamen in ZMapp zijn opgewekt in dieren die werden besmet met brokstukken van het ebolavirus. Fabrikant Mapp Biopharmaceutical Inc had afgelopen jaren dierproeven gedaan en was net het eerste onderzoek bij mensen aan het organiseren. Dan wordt langzaam onderzocht wat een medicijn in mensen ‘doet’. Hoe het geneest en welke bijwerkingen er zijn. Doorgaans duurt het dan nog 2 tot 5 jaar voordat alle testen zijn afgerond en een medicijn wordt toegelaten door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) of de European Medicines Agency (EMA).

ZMapp is niet het enige experimentele medicijn. Iets verder in de ontwikkeling is TKM-ebola van het Canadese bedrijf Tekmira. Na de eerste toediening aan gezonde vrijwilligers had de FDA verdere proeven bij mensen stopgezet omdat er vragen waren over bijwerkingen. Tekmira heeft gemeld dat de FDA die stop nu heeft opgeheven, zodat het medicijn in principe aan ebola-patiënten zou kunnen worden verstrekt. Het bedrijf zal meewerken aan ‘verantwoord gebruik’.

Ethisch is het een ingewikkelde kwestie wannéér dat gebruik verantwoord is. Zowel ZMapp als TKM-ebola, nog een derde medicijn én een viertal vaccins die tegen ebola in ontwikkeling zijn, zijn westerse medicijnen. Ze worden ontwikkeld met steun van het Amerikaanse leger, uit angst voor bioterrorisme met het ebolavirus.

In het verleden is er veel kritiek geweest op het testen van nieuwe westerse medicijnen bij arme mensen in Afrika. Stel dat er in een veldhospitaal in Sierra Leone veel mensen een experimenteel medicijn krijgen, wel het ebolavirus verslaan, maar slachtoffer worden van een ernstige bijwerking die ze alleen op een geavanceerde intensive care kunnen overleven. Die faciliteiten zijn er dan niet voor hen. Uitgangspunt bij medisch handelen is dat de behandeling geen schade mag veroorzaken. Van een experimenteel medicijn dat nog niet bij mensen is getest is dat per definitie onbekend. Maar in alle westerse landen zijn er nu activistische patiënten die het recht opeisen experimentele medicijnen te nemen die nog niet zijn goedgekeurd.

    • Wim Köhler