Miss Europe móét stofzuigen op de Parade

Een nieuwe stad, deels nieuwe voorstellingen: op rondreizend theaterfestival De Parade, nu in Amsterdam, wordt het contrast tussen kolder en kunst scherper.

Van ‘drag queens’ tot historische speeches en van trendy Aziatische dans tot melancholieke Russische volkssprookjes. Reizend theaterfestival de Parade laveert tussen kolder en kunst, maar sinds het kunstgehalte toeneemt, worden de contrasten scherper. In Amsterdam – de eindhalte – zijn de uitersten eens te meer zichtbaar.

Zo heeft het jonge makerscollectief Young Gangsters zich er deze editie te gemakkelijk vanaf gemaakt. Wat willen zij precies met de puberale Jezus-persiflage Jesus is my homeboy? Vol vaart en (flauwe) humor racen de makers langs hun versie van Christus’ levensverhaal, met Jezus gehuld in goudkleurige boxer. Maar door de amateuristische uitwerking verwordt de vrolijke rondgang langs katholieke kitsch tot een verzameling flauwiteiten.

Aan het andere einde van het spectrum, want gespeend van lucht of humor, bevindt zich Speak! Van Sanja Mitrovic. Hierin houden een man en een vrouw beurtelings een speech, waarna het publiek de meest overtuigende spreker kiest. Als we na de stemming de oorsprong van de tekst vernemen, blijkt dan dat we soms per ongeluk een speech van Hitler of Saddam Hussein hebben bekroond, enkel omdat Mitrovic’ tegenstander (acteur Geert Vaes) een betere spreker is.

Sterk concept, maar de uitvoering is wel erg spartaans. Wie een voorstelling maakt over demagogie, zou lekker moeten uitpakken. Hoe meer het publiek zich immers laat meeslepen, hoe groter de schok als de bron wordt onthuld. Speak! vermijdt juist elk effectbejag, en dat is jammer. Al is het ook verfrissend om zo’n sobere voorstelling op de Parade te zien.

Maar de ideale Paradevoorstelling is natuurlijk inhoudelijk en vermakelijk tegelijk. Thomas, Sacha en Jos bijvoorbeeld paren in De trein naar Pavlovsk (en Oostvoorne) een melancholieke, poëtische vertelling over het vroegere Rusland aan een transparante, vrolijk-relativerende presentatie. Cecilia Moiso houdt haar publiek een even confronterende als aanstekelijke spiegel voor in L.O.V.E, waarin dansers met uitgesproken mimiek diverse stadia van de liefde nabootsen. Verlangen, extase, verdriet, woede en walging volgen elkaar zo snel op dat je er duizelig van wordt.

Even duizelingwekkend is Bokko, van Vanja Rukavina en Kees van Laere, die een hyperactieve performance maakten naar voorbeeld van de Aziatische ‘bokko’-dansrage. Tot in perfectie beheersen ze de pasjes, waarvan ze het tempo steeds opvoeren. Knap vallen vorm en inhoud samen: met hun volmaakte uitvoering van Aziatische danspasjes zetten de twee traditionele Oost-West-contrasten op zijn kop.

Ook Who run the world van Stephanie Louwrier ontregelt aangenaam. Razendsnel schakelt zij tussen vrouwbeelden; macha, manvrouw, meisje, Miss Europe. Ze haat mannen, verkondigt Louwrier, strak in pak. Om er vervolgens toch maar een uit het publiek te versieren. Het ene moment wil ze zichzelf trots feminist noemen, maar verslikt zich zowat in dat woord; dan weer kan ze als een hysterische Miss Europe het stofzuigen toch niet laten. Slim verzoent Louwrier zo allerlei tegenstellingen: hard en kwetsbaar, lelijk en sexy, man en vrouw. Je hoeft niet te kiezen, lijkt ze te zeggen; het kan allemaal. Net als op de Parade.

    • Herien Wensink