Milities hebben nu de macht in Artjomovsk

Oekraïense militairen winnen terrein op de rebellen. In hun kielzog bewaren milities nu de orde. Soms met harde hand. Bewoners weten niet meer wie ze moeten steunen.

Een vrouw zit in een schuilkelder in Donetsk. De stad is omsingeld door het Oekraïense leger. Foto AFP

Tatjana Chodakovskaja vecht tegen de tranen in het gangetje van haar kapotgeschoten appartement. In de keuken liggen nog scherven van de ramen en van wat ooit een aquarium was, de muren en kasten zitten vol kogelgaten. De erker aan de straatkant is opengereten en zwartgeblakerd.

„Dit is geen politiemacht, dit zijn bandieten”, zegt ze over de leden van het Artjomovsk-bataljon, die haar man afvoerden na een vuurgevecht waarbij aan beide zijden gewonden vielen. Waar hij heen gebracht is en waarvan hij wordt beschuldigd, weet ze niet. Maar Semjon Chodakovski, ex-Berkoetlid en ex-legionair in het Franse vreemdelingenlegioen, werd door het vrijwilligersleger dat als ordedienst optreedt in deze stad, aangezien voor een gevaarlijk man die banden zou hebben met de separatisten. Tatjana: „‘Hoe minder je weet, hoe beter je slaapt’, zei mijn man als ik vroeg waar hij uithing.”

Toen de bataljonleden vorige week donderdag kwamen aankloppen, wisten ze dat zijn vrouw aanwezig was. Het weerhield hen er niet van stevig geweld te gebruiken toen de deur gesloten bleef. Terwijl voor en achter granaten door de ramen zeilden en haar echtgenoot schoten wisselde met de mannen van het bataljon, hield Tatjana zich met de kinderen schuil onder het bed. De knallen waren zo hard dat mensen enkele blokken verderop beschutting zochten.

Het Oekraïense offensief in de Donbass brengt de ene plaats na de andere terug onder controle van het regeringsleger. Maar in de bevrijde steden, zoals hier in Artjomovsk, keert de rust niet zomaar terug. Op plekken waar zwaar werd gevochten, heeft het artillerievuur huizen in puin gelegd en mensenlevens gekost. Sommige inwoners geven de rebellen de schuld, anderen koesteren rancune tegenover de Oekraïeners.

Tot voor kort waren in Artjomovsk de pro-Russische rebellen aan de macht. Onder hen waren ontvoeringen en het confisqueren van auto’s niet ongewoon, aldus Vadim Mardijan, hoofdredacteur van de pro-Oekraïense lokale krant Sobitija (Gebeurtenissen). Zelf werd hij meegenomen door de rebellen. „Er werd mij vriendelijk verteld hoe ik over de Volksrepubliek Donetsk moest schrijven. Gelukkig kwam de bevrijding een week later.”

Milities van vrijwilligers

Maar de nieuwe machthebbers gaan ook niet zachtaardig te werk. In het kielzog van het Oekraïense legeroffensief komt nu een reeks groepen en individuen die opnieuw het gezag van Kiev willen vestigen, met of zonder goedkeuring uit de hoofdstad. Vaak betekent dat: separatisten in de kraag grijpen. Soms op ronduit wrede wijze. Zo staan op de website van parlementariër Oleg Lyashko youtube-filmpjes waarin hij met zijn trawanten voormalige toplieden en medewerkers van de pro-Russische rebellen ontvoert en mishandelt. Ook het optreden van vrijwilligersmilities die met officiële steun van de Oekraïense regering opereren, dreigt de argwanende bevolking van de Donbass-regio verder te vervreemden.

„De facto heerst hier de krijgswet”, zegt hoofdredacteur Mardijan. De commandant van het Artjomovsk-bataljon heeft ook de leiding over de stad en het district. Zijn jonge militieleden lopen in uiteenlopende camouflage-uitrustingen in de straten en restaurants. De armlastige Oekraïense autoriteiten maken dankbaar gebruik van de vrijwilligers. Ze zijn geestdriftig en beschikken over eigen, vaak onduidelijke, financieringsbronnen.

In ruil voor hun steun knijpt Kiev een oogje dicht voor de onrustbarende facetten van de paramilitaire bondgenoten. Wat te denken van het Azov-bataljon dat met zijn ultrarechtse ideologie en beeldtaal net de Russische stereotypes over fascistische Oekraïense vechters bevestigt? Of de gevechtsdiscipline, die te wensen overlaat. „Die bataljonlui zijn niet goed getraind”, zegt Mardijan over de mannen die Chodakovski arresteerden. „Schieten en granaten gooien, het lijkt wel een anti-maffiaoperatie in Palermo.”

Dat vinden ze ook in de flat waar de Chodakovski’s wonen. „Iedereen was thuis,” vertelt buurvrouw Irina. Op de trap liggen kogelhulzen in bloedvlekken. Buren proberen in het appartement het water dat uit de opengebarsten leidingen gutst, op te dweilen. Irina is pro-Oekraïens, zegt ze, maar hier heeft ze geen begrip voor. „Dit is niet de manier waarop je dingen aanpakt. Het gaat om mensen en mensenlevens.” Bij de mannen die op een bankje in de achtertuin zitten te roken, lokt het voorval verhalen uit over andere ongenoegens, zoals pesterijen bij checkpoints. En, zegt Rostislav Martsjenko (51), „ze lopen rond in de stad met hun vinger aan de trekker. Je weet niet wat er in hun hoofden zit.”

Konstantin Mateysjenko, commandant van het Artjomovsk-bataljon is kort over de aanval op het appartement van Chodakovski. „Hij is een terrorist. En hij schoot terug.” Mateysjenko, een breedgeschouderde man met grijze haren in zandkleurige gevechtsuitrusting, heeft zijn eigen decoratieve toets toegevoegd aan het kantoor van de burgemeester, die al enige tijd op ziekteverlof is: op zijn bureau liggen twee granaten. Wat hij precies gedaan heeft? „Dat moet uitgezocht worden.” Hij zucht. „Zijn Nederlandse lezers echt geïnteresseerd in Chodakovski? Of werkt u misschien samen met de Volksrepubliek Donetsk?”

Auto’s stelen en huizen beroven

Op het plein voor het stadhuis zitten Dina (52) en Natasja (35) op een bankje. Hun jurken vormen samen het geel-blauw van de Oekraïense vlag, maar ze zijn pro-Russisch. Onder hun vrienden wordt angstig over het bataljon gepraat. „Ik hoorde geruchten dat bataljonleden ook auto’s stelen en huizen beroven”, zegt Natasja. Hoofdredacteur Mardijan betwist dat. „Toen de mensen van de Volksrepubliek auto’s stalen, belden mensen mij. Nu krijg ik zulke telefoontjes niet meer.”

Natasja Zhoekova, een pro-Oekraïense manager in een meubelbedrijf, ziet een cruciaal onderscheid tussen de rebellen en het bataljon. „Als de rebellen van de Volksrepubliek iets illegaals deden, konden de slachtoffers bij niemand klagen. Ze moesten het zelf maar met hen regelen. Dat gaf een hulpeloos gevoel. Nu kunnen ze de publiciteit zoeken en verwachten dat ze bescherming krijgen.”

De verdeelde bevolking van Artjomovsk wacht vooral af. „In het verleden steunden we de ene of de andere. Nu steunen we niemand meer”, zegt Diana (17) op een bankje in het park waar het Lenin-standbeeld staat. „De inwoners maakt het niet echt meer uit wie het bewind voert”, zegt ook Mardijan. „Velen realiseerden zich dat de Volksrepubliek Donetsk hen niet vooruit kon helpen. Nu willen mensen gewoon het leven terug zoals het een half jaar geleden was.”

Maar die wens is moeilijk te vervullen. Zullen de bataljonleden en de restanten van de rebellenbeweging straks gedwee terug gaan naar een vreedzame levensstijl? Je komt in de Donbass makkelijk aan een wapen, zegt Mardijan. Ook al zijn de militaire operaties hier straks misschien voorbij, denkt hij, „zal de partizanenoorlog nog een hele tijd duren”.