Met haar Polo reed ze naar het dorp, op de jongens af

Waarom reed een vrouw met haar auto in op een groep jongens? „Ik ben blij dat ik weer kan lopen.”

„Het is vreselijk”, zegt een zoon op het erf van een boerderij op het landgoed Eysinga State. Meer wil hij niet kwijt. We zijn aan de rand van het Friese dorp Sint Nicolaasga, op zoek naar het hoe en waarom van een incident, zondagavond, waarbij een 57-jarige vrouw, bewoner van het landgoed, twee jongens van veertien jaar oud heeft aangereden. De politie vermoedt opzet. Eén van de jongens, Ronald, raakte zwaar gewond. De ander, Sander, heeft alleen schaafwonden op zijn been en arm. „Ik heb heel veel geluk gehad”, vertelt hij.

Het was tegen negen uur toen ongeveer tien jongens de schrik van hun leven kregen. Ze waren aan de rand van het landgoed, bij de ingang van het bos, pal achter een instelling voor verstandelijk gehandicapten, bij elkaar gekomen. „We wilden een rondje in het bos fietsen”, zegt een van de jongens. „Maar we konden er niet door. De honden van de boerderij hielden ons tegen. Ja, en toen zijn we de honden gaan wegjagen.”

De vrouw, eigenaar van de honden, zei dat de jongens moesten ophoepelen, zeggen de jongens, en dat ze dat uiteindelijk ook daadwerkelijk hebben gedaan. Maar dat vervolgens, op hun terugtocht door het dorp, de vrouw ineens met vliegende vaart van achter op hen af kwam rijden. „Ik denk dat ze wel zestig of tachtig kilometer per uur reed”, zegt een van de jongens. Met haar Volkswagen Polo reed de vrouw van het landgoed naar het dorp, stak een fietspad naast de sporthal in en knalde op twee jongens die achter in het groepje fietsten. Eén van hen werd de lucht in geslingerd terwijl de auto tegen een lantaarnpaal tot stilstand kwam. De paal brak en viel om. „Hij kwam boven op Ronald terecht”, zegt een jongen. Sander schoof onder de auto en kon met lichte verwondingen eronder vandaan worden getrokken. „Daar lag ik”, zegt hij, een achtergebleven remblokje oprapend. Van zijn mountainbike is vrijwel niets meer over. „Een pakje ijzer. Maar dat maakt mij niet uit. Ik ben blij dat ik weer kan lopen.”

De politie hield de vrouw aan, heeft haar verhoord en vroeg gisteren om nieuwe getuigen. Haar man heeft zijn spijt over het incident betuigd en heeft advocaat Tjalling van der Goot van het kantoor Anker en Anker uit Leeuwarden ingeschakeld. Die mag even niets zeggen; de officier van justitie heeft de verdachte beperkingen opgelegd. Ze mag alleen contact hebben met haar raadsman. „Om te voorkomen dat er informatie van en naar de verdachte komt die het onderzoek hindert”, aldus het Openbaar Ministerie.

De aanrijding is het gesprek van de dag in het Friese dorp, maar het is lastig te achterhalen wat er precies is gebeurd. De politie zei kort na het incident te vermoeden dat er opzet in het spel was, en dat er misschien „een al langer lopend conflict” aan ten grondslag heeft gelegen. De echtgenoot van de verdachte zegt vandaag in de Leeuwarder Courant dat de jongens al een paar avonden langs waren geweest om de honden te jennen. En inderdaad kunnen de jongens zich bij de omschrijving „langer lopend conflict” niets anders voorstellen dan de kwestie met de twee honden. „Die honden blijven nooit op het erf”, klaagt er één. „Ze lopen altijd los. En ze lopen ver weg. Iemand van ons loopt een krantenwijk en een van de honden loopt hem zelfs soms helemaal achterna.” Als de tieners de honden treffen, vertellen ze, dan dollen ze hen wel eens. „Misschien dat dit voor die vrouw zondag de druppel was die de emmer deed overlopen”, zegt een van hen.

Soms dagen de jongens de honden uit. Laten hen blaffen. Eén van de jongens toont een schaafwond op zijn hand. „Ik wilde zondag stoer doen. Ik joeg de honden weg. Liet ze blaffen. En toen ging ik ineens stil staan met de fiets. Om te laten zien dat ik dat durf. Ik viel en en had een wond. Daarom ben ik iets eerder weggegaan. Later hoorde ik wat er daarna is gebeurd.”

De jongens schudden het hoofd. „Die vrouw is volkomen gek.” Ze bijten op hun lip. „Ik hoop dat ze haar nooit meer laten gaan.” Ze lopen weg. „Ik ben voor de doodstraf”, roept iemand, half achterom kijkend.

    • Arjen Schreuder