Maak die gang naar Syrië onmogelijk

Potentiële Syriëgangers zouden actief moeten worden vervolgd, hun paspoorten ingetrokken. Het is een illusie te denken dat de strijd van de Islamitische Staat (IS) tot Syrië en Irak beperkt blijft, meent Monique Samuel.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Toen mijn goede Koerdisch-Nederlandse vriendin Beri ruim twee weken geleden de deur van haar huis in een buitenwijk van Erbil dichttrok, wist ze niet of ze het ooit nog terug zou zien. „Ik wilde blijven, mijn volk steunen maar ik wist dat het beter was om te vertrekken, in ieder geval voor degenen die mij liefhebben,” stuurt ze me in een Facebook-bericht. „Ik heb de angst in de ogen gekeken, vrachtwagens vol gezinnen de stad in zien trekken. Kinderen in de laadbak. Dit is een echte oorlog en ik heb geen idee of er een einde aan komt.”

Afgelopen najaar leerde ik Beri en haar volksgenoten goed kennen tijdens een reis langs de grenzen van de Koerdische Regionale Autoriteit in Irak, waar ik optekende hoe hier niet alleen een florerende nieuwe staat ontstond, maar ook hoe de door Koerden gecontroleerde autonome zone zich ontpopte tot een vluchthaven voor christelijke minderheden, klassiek-religieuze groeperingen en honderdduizenden voornamelijk Syrische Koerden.

Met het plotselinge offensief van de Islamitische Staat (IS) zoekt nu ook de voormalige tegenstander – de Arabische Irakees – bescherming binnen de Koerdische grenzen. Zelden heeft het toch al verscheurde Midden-Oosten zo’n groot gevaar te duchten gehad als juist van deze terreurbeweging. Het is een illusie te denken dat de strijd van IS tot Syrië en Irak beperkt blijft. IS opereert al in Libanon en staat klaar om het stokje van het verzwakte (en in hun ogen niet genoeg militante) Hamas over te nemen.

Meer nog: IS-aanhangers tonen zich openlijk in de Europese straten. Terwijl Noorwegen in de angstige greep was van een radicaal-islamitische terreurdreiging door teruggekeerde Syriëgangers, demonstreerden IS-aanhangers in Den Haag en waren zij ook aanwezig in pro-Gaza-demonstraties in Amsterdam. Kinderen van nog geen zes jaar oud in legerkleurige kaftans met banieren en de inmiddels overbekende zwarte vlag in de hand, herhaalden de oproep tot takfir, de islamitische roep om jihad jegens of excommunicatie van een medemoslim die zich schuldig zou maken aan afvalligheid. Een van mijn vriendinnen met wie ik samen opliep werd hardhandig op de schouder getikt en vervolgens aangevallen op haar korte jurk en „walgelijke vieze blote borsten” (ze had een klein decolleté). Ook werden we aangesproken op de afwezigheid van een hoofddoek. De politie deed niets en was tevreden met het vreedzame verloop van het protest.

Hoewel vervelend en zeker intimiderend, zijn dit slechts de eerste tekenen van de groeiende overmoed. Het is dweilen met de kraan open. Terwijl Obama schoorvoetend toestemming heeft gegeven om de uitroeiing van tienduizenden yezidi’s te voorkomen, staat Europa passief aan de zijlijn. Zelfs van het door de christelijke partijen gesteunde verzoek in de Kamer om in de veroordeling van het recente geweld van een actieve genocide op minderheden te spreken wil het Nederlandse kabinet niets weten.

Wat weinigen lijken te beseffen is dat de IS veeleer een probleem van Europa is dan van de Amerikanen. Niet alleen verkeren we in veel dichtere geografische nabijheid, ook is het gedachtegoed van de IS geworteld onder een deel van de Europese samenleving. Het aantal Syrië- en Irakgangers neemt gestaag toe, evenals het aantal terugkerende. Voor hen is deze wereld een grote dar al-harb (huis van oorlog) waar de ongelovige (ook de progressieve medemoslim) bestreden moet worden.

Daarbij richt de jihad zich primair op gebieden met een significante islamitische minderheid. Afdoende aanwezig in Noordwest-Europa.

Europa en daarmee ook Nederland moeten nu daadkrachtig optreden. Het is onbegrijpelijk dat iedere vorm van lidmaatschap of betrokkenheid met IS of hieraan gelieerde terreurorganisaties niet volledig aan banden is gelegd. IS zou bovenaan moeten staan op iedere terreurlijst. Iedere lidmaatschap zou strafbaar moeten worden gesteld.

Ook zou de Syriëgang niet alleen actief moeten worden geweerd, maar feitelijk onmogelijk worden gemaakt. Potentiële Syriëgangers zouden actief moeten worden vervolgd, paspoorten ingetrokken en er zou nauwere samenwerking vanuit de EU met landen als Turkije en Jordanië plaats moeten vinden.

Daarnaast moet er een einde komen aan de individuele nationale aanpak van terugkerende Syriëgangers. Van Tunesië tot Australië en van China tot Canada worstelen overheden met wat te doen met terugkerende Syriëgangers. Er moeten – in ieder geval binnen de EU – gemeenschappelijke richtlijnen worden opgesteld en een nauwkeurig rehabilitatieplan worden ontwikkeld. Ook moeten inlichtingendiensten en politie harder kunnen optreden bij het minste vermoeden van dreiging van een aanslag.

We moeten alles doen wat in onze macht ligt om een humanitaire catastrofe in Irak te voorkomen. Het is onbegrijpelijk dat de IS nu ongestoord gebied heeft kunnen veroveren en burgers heeft kunnen uitroeien, verkrachten of tot slaven heeft kunnen maken. De internationale gemeenschap heeft een plechtige belofte op zich genomen om een scenario als in Rwanda nooit meer te laten plaatsvinden. De huidige situatie is echter minstens zo gevaarlijk of gevaarlijker. In de ogen van de IS zijn wij allen Tutsi’s.