Hilarisch grappig en extreem somber

Robin Williams (1951-2014)

Acteur en komiek

Hij werd ‘de grappigste man ter wereld’ genoemd. Maar Robin Williams speelde ook serieuze filmrollen goed.

Als er dan één moment moet zijn dat de carrière van acteur en komiek Robin Williams het beste samenvat, dan is het zijn rol als poëzieleraar John Keating in Dead Poets Society (1989) waarin hij zijn leerlingen oproept om het beste uit hun levens te halen. Het was een van de meer serieuze rollen van de man die in 1997 door Entertainment Weekly werd uitgeroepen tot ‘de grappigste man ter wereld’. Maar bij Robin Williams lagen vuur, ernst en een dwaze toewijding aan de verbeelding altijd in elkaars verlengde. Iedereen had wel zo’n leraar willen hebben, die het gezag tartte, op de tafels sprong en zijn leerlingen, hoe jong ze ook waren, liet voelen dat artistieke vervoering soms met een prijs komt. Het stemt weemoedig, nu bekend is geworden dat Williams gisteren in zijn huis in Noord-Californië om het leven is gekomen, vermoedelijk door verstikking. Het politieonderzoek was vanochtend nog niet afgerond. Zijn publiciste Mara Buxbaum vertelde vakblad The Hollywood Reporter dat Williams de laatste tijd weer aan zware depressies leed en vroeg de privacy en het rouwproces van de familie te respecteren. Williams had zich eerder deze zomer in een afkickkliniek laten opnemen.

Maar een filmografie zo rijk en veelzijdig als die van Robin Williams laat zich natuurlijk niet in één moment samenvatten. Want er zijn ook nog die vreemde alien uit tv-serie Mork & Mindy (1978-1982), de manische personificatie van neuroloog Oliver Sacks die in Awakenings (1990) comateuze patiënten doet ontwaken met een Parkinson-medicijn, en het enorme mantelpak dat Williams aantrok als Mrs. Doubtfire (1993), waarin hij een gescheiden vader speelt die vermomd als gouvernante zijn kinderen kon blijven zien. Regisseur Christopher Columbus stond op het punt een vervolg op die succesfilm te maken. Dat zal hoogstwaarschijnlijk worden afgeblazen. Wel zal Williams later dit jaar nog in een aantal al afgeronde films in de bioscopen te zien zijn, waaronder de derde A Night at the Museum-film met Ben Stiller, waarin hij als miniatuur-Teddy Roosevelt de Atlantische Oceaan oversteekt en in het British Museum mag rondgalopperen.

Robin Williams is zowel de vermeende psychokiller uit Christopher Nolans Insomnia (2002), waarin hij een gevaarlijk acteerduel aangaat met de aan slapeloosheid lijdende Al Pacino, als de hysterische dokter uit Patch Adams (1998), de grondlegger van de Cliniclowns. Hij kreeg zijn eerste Oscarnominatie voor zijn rol als hyperactieve radiopresentator in Good Morning, Vietnam! (1987), of beter gezegd ‘Goooooooooooooooood morning, Vietnam!’, en mocht de Academy Award na vele andere nominaties en prijzen, eindelijk in ontvangst nemen als allesbegrijpende psycholoog in Good Will Hunting (1997), over een door trauma geplaagd wiskundegenie. Het is een palet vol bonte kleuren en extremen. Zijn rolkeuze zoekt dezelfde uitersten als de gemoedsaandoeningen van zijn personages. Hij werd geprezen om zijn collegiale generositeit en improvisatievermogen. Achter elke bulderlach gaapte een zwart gat. Elke dolle uitbarsting balanceerde op de rand van gekte. De melancholie had een glimlachend gezicht. Mildheid kon omslaan in wreedheid. Emoties die hij op het witte doek beter in de hand had dan in het echte leven en dan moest dempen met alcohol, of oppeppen met cocaïne. Een verslaving die hij, ondanks een relatief lange cleane periode van midden jaren tachtig tot 2006, omschreef als een monster dat altijd op de loer lag en waarvan het een illusie was dat je het in bedwang kon houden.

Acteurs leven in hun rollen. En ze leven erin voort. Dus denk je aan die openingsbeelden uit The World According to Garp (1982), Williams eerste grote filmrol, waarin een Teletubbie-achtige baby met verwonderde ogen op de tonen van ‘When I’m Sixty-Four’ van The Beatles de wereld inkijkt. En hoe Robin Williams nu voor altijd 63 zal blijven.