Hij hielp ons, wij helpen hem niet

Afghanen die voor de Nederlandse missie in Uruzgan werkten en nu in gevaar verkeren, krijgen officieel steun. Maar tolk Ahmadzai merkt daar niets van. Zijn asielaanvraag is afgewezen.

Abdul Ghafoor Ahmadzai hoorde vorige week dat hij niet in Nederland mag blijven. De IND ziet „geen morele gronden” inhoudelijk naar de zaak van de voormalige Defensietolk te kijken. Foto’s Ans Brys

Het was de mooiste en de afschuwelijkste week in het leven van Abdul Ghafoor Ahmadzai. Op 12 oktober 2010 werd in Kabul zijn zoon geboren. Hij was erbij dankzij verlof van zijn baan als tolk voor het Amerikaanse leger. „Geweldig en betekenisvol” werk dat hij eerder ook voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan had gedaan.

„Vier dagen na de geboorte belde mijn vader. Hij was met mijn broer door de Talibaan klemgereden en geblinddoekt. Mijn broer hadden ze doodgeschoten omdat ze dachten dat ik het was”, vertelt Ahmadzai. „Je moet direct vertrekken of ze doden jou ook”, waarschuwde zijn vader.

Zijn zoon is nu bijna vier jaar oud, maar Ahmadzai (31) heeft hem nooit meer vastgehouden. „Ik heb hem laatst via Skype verteld dat ik zijn vader ben. Hij begreep er niets van. Mijn dochter van vijf-en-een-half kan zich mij nog herinneren, maar mijn zoon weet eigenlijk niet wie ik ben.”

Ahmadzai had gehoopt inmiddels allang een nieuw leven in Europa of de Verenigde Staten te hebben opgebouwd en zijn gezin uit Afghanistan te kunnen redden. Maar vorige week wees Nederland, zijn voormalige werkgever, zijn asielaanvraag definitief af. Nu rest alleen gezinshereniging in Afghanistan. Al zal dat een kortstondige zijn. „Teruggaan wordt mijn dood”, zegt Ahmadzai. „Dan heeft de Talibaan gewonnen.”

Dutch approach

Na de waarschuwing van zijn vader kwamen de bedreigende telefoontjes van de mannen die doorhadden dat ze de verkeerde hadden vermoord. „Ze belden me dat ze wisten waar ik was. Ze zeiden dat ze me hadden gezien in de media.” Toen Ahmadzai in de zomer van 2009 voor de Nederlandse troepen werkte, had de Britse zender BBC een lovende reportage gemaakt over de Dutch approach waardoor het in Uruzgan beter ging dan in andere provincies. Niet alleen de huidige commandant der strijdkrachten Tom Middendorp schittert in dat filmpje, ook de vertaler van de krijgsmacht is te zien en te horen. Tegen het beleid van Defensie was Ahmadzai herkenbaar in beeld gebracht.

Uit angst ontvluchtte hij Afghanistan binnen een week na de geboorte van zijn zoon. In overvolle veewagens reisde hij door Centraal-Azië en de Kaukasus. In een gammel bootje waar mensen uitvielen en verdronken stak hij over van Turkije naar Griekenland. Hij heeft uitgerekend dat hij in totaal 17.000 dollar aan mensensmokkelaars heeft betaald.

Na verdere omzwervingen door Europa kwam hij in Noorwegen terecht. „Achteraf had ik daar beter geen asiel kunnen aanvragen, maar ik had toen geen idee van de Europese regels.” Want omdat Ahmadzai in Noorwegen een asielprocedure aanspande, heeft de Nederlandse Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zijn verzoek hier niet in behandeling genomen. Noorwegen gaat, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Griekenland, in principe goed met asielzoekers om en daarom ziet de Nederlandse overheid „op juridische dan wel morele gronden geen reden om de aanvraag inhoudelijk in behandeling te nemen”. De rechter gaf de IND daarin vorige week in hoger beroep gelijk.

Ahmadzai moet dus terug naar Noorwegen, dat hem vervolgens kan uitzetten. Noorwegen heeft hem na een jarenlange procedure namelijk afgewezen. Het land heeft een collectieve regeling voor tolken die voor de Noren werkten in Afghanistan, en daar valt Ahmadzai dus niet onder. Juist daarom vestigde hij zijn laatste hoop op Nederland. „Voor de Talibaan maakt het echt niet uit voor wie je precies werkte”, zegt hij.

Geen ticket naar de VS

Abdul Ghafoor Ahmadzai is een vrolijke man die met smaak vertelt over zijn kinderen, zijn avonturen als vertaler in Afghanistan en zijn leven in Noorwegen. Hij probeert optimistisch te blijven met uitspraken als „laat de wereld je glimlach niet veranderen, maar verander met je glimlach de wereld”. Maar hij is ook zichtbaar vermoeid door angst voor zijn familie en de slepende onzekerheid. „Ik begin de hoop te verliezen.”

In Griekenland en Duitsland is hij in de gevangenis gestopt. In die paar maanden dat hij in Nederland is, heeft hij al in vier asielzoekerscentra gezeten en ook daar is hij ongelukkig. „Overal waar ik kom zitten Afghanen met lange baarden. Ze zitten me constant op de huid. ‘Waarom bid je niet? Waarom vast je niet? Waarom scheer je je?’ Ik kwam naar Europa om vrij te zijn, niet om volgens hun regels te leven”, zegt Ahmadzai. „Maar je zult zien dat zij degenen zijn die asiel krijgen.”

Om zijn landgenoten te ontlopen, brengt hij zijn dagen door in de plaatselijke bibliotheek. Hij draagt een camouflagebroek en op blauwe gympen en gebruikt de gratis wifi om te skypen met zijn familie en kan facebooken met vrienden. Hij wijst op zijn scherm zijn collega-tolken aan. „Allemaal hebben ze asiel in Amerika.”

Had Ahmadzai in Afghanistan de benodigde papieren ingevuld, dan maakte ook hij kans op een ticket naar de VS. Dat land heeft net als in ieder geval ook Australië, Duitsland, Canada, Denemarken, Zweden en Groot-Brittannië een collectieve regeling voor de vertalers die voor hun troepen werkten. De regels zijn overal anders, maar er wordt erkend dat deze mensen in Afghanistan gevaar lopen en dat de landen die ze daar in dienst hadden verantwoordelijkheid dragen.

Foto’s in Nederlands uniform

Nederland houdt eraan vast „per individueel geval” te beoordelen of asiel wordt verleend. „Mensen die in levensgevaar verkeren omdat zij voor de Nederlandse missie gewerkt hebben, moeten op steun kunnen rekenen”, schreven de betrokken ministers vorig jaar in antwoord op Kamervragen. Maar onduidelijk is hoe dat wordt ingevuld. De IND registreert Afghaanse tolken niet als speciale categorie asielzoekers en heeft dus geen idee hoeveel er in Nederland verblijven of juist zijn uitgezet.

In Uruzgan zouden tussen 2006 en 2010 zo’n 120 lokale tolken rechtstreeks voor Nederland hebben gewerkt. Daarnaast nam Defensie hier wonende Afghanen mee als vertalers.

Het ministerie van Defensie wil Ahmadzais dienstverband bevestigen noch ontkennen, maar hij heeft foto’s en documenten om het te bewijzen. De bankrekening waar hij zijn Nederlandse salaris op kreeg. Een brief van de Royal Dutch Army waarin wordt bevestigd dat hij in juli 2009 een paar weken op verlof mag. En foto’s waarop hij lachend met Nederlandse militair poseert, beide in hetzelfde beige woestijnuniform van de landmacht, een rood-wit-blauw vlaggetje op hun linkermouw.

„Ik heb in Afghanistan schouder aan schouder gevochten met Nederlanders en ze geholpen met de goede contacten met de burgers daar. Is het nu niet jullie beurt om mij te helpen?” vraagt Ahmadzai.

    • Emilie van Outeren