Europa zoekt rol in chaotisch Irak

De druk op premier Maliki om te vertrekken neemt toe, maar kan zijn beoogde opvolger Irak verenigen?

In de kofferbak van een auto zijn gevluchte yezidi’s uit de noordwestelijke stad Sinjar op weg naar de grens met Syrië. Foto Reuters

Midden in de crisis in Irak rond de opmars van de extremistische Islamitische Staat, is in Bagdad een nieuwe crisis ontstaan nu premier Nouri al-Maliki weigert te wijken voor een nieuwe regeringsleider. President Fouad Masoum benoemde gisteren viceparlementsvoorzitter Haider al-Abadi als premier. De Verenigde Staten, die al maandenlang aandrongen op Maliki’s vertrek, juichten de benoeming van Abadi toe. Ook Iran steunt Abadi.

Maar Maliki sprak gisteravond van een „coup tegen de grondwet” en stuurde aanhangers en speciale veiligheidstroepen de straten van Bagdad op. Voorlopig is volgens analisten eerder een machtsstrijd binnen het shi’itische establishment dan een staatsgreep aan de gang. De Islamitische Staat maakte meteen gebruik van de verwarring om de situatie verder te destabiliseren en stuurde geruchten via Twitter de wereld in dat zijn grote offensief tegen Bagdad was begonnen. Dat was niet het geval.

Volgens het sektarische systeem dat de VS na hun invasie van Irak invoerden, is de premier altijd een vertegenwoordiger van de shi’itische meerderheid. Maliki, die in 2006 aantrad, verzamelde gaandeweg zoveel macht dat hij de bijnaam ‘Saddam light’ verwierf. Met de hulp van de ‘Malikiyoun’ – familieleden, vrienden en partijgenoten – bouwde hij een schaduwstaat. Maar hij bracht Irak niet veel goeds: veel ruzie met de Koerdische minderheid die in het noorden naar onafhankelijkheid streeft en groeiende woede bij de sunnieten die gemarginaliseerd werden.

Op die woede is de opmars gebouwd van de Islamitische Staat, voorheen Islamitische Staat in Irak en al-Sham (ISIS), in het sunnitische midden van Irak, die inmiddels aan de grenzen van Koerdistan is aangeland, honderdduizenden mensen, met name niet-moslims, op de vlucht heeft gejaagd en de VS tot luchtaanvallen heeft gedwongen. Daarom hamert de bezorgde westerse buitenwereld sinds enkele maanden op Maliki’s vertrek. Een meer ‘inclusieve regering’ moet Irak weer bij elkaar brengen. Maliki’s regering telt óók Koerden en sunnieten, maar die hebben voor hun gemeenschappen weinig kunnen uitrichten. President Barack Obama onderstreepte gisteren dat zo snel mogelijk een regering moet worden gevormd die „de legitieme belangen van alle Irakezen vertegenwoordigt en die het land kan verenigen in de strijd tegen de Islamitische Staat”. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry kondigde vanochtend meer hulp aan zodra die regering is gevormd.

Of Haidar al-Abadi, een ex-minister van Communicatie, in staat is het land te verenigen, is de vraag. En als hij daartoe in staat is, zal het veel tijd vergen. Maar Maliki wil voorlopig niet van wijken weten. Zijn partij, de Staat van het Recht, won eerder dit jaar de parlementsverkiezingen, en hij stelt dat hij grondwettelijk als leider van de grootste partij het recht heeft de nieuwe regering te vormen. Hij kondigde aan naar de rechter te gaan.

Maliki heeft echter steun verloren in de shi’itische gemeenschap, zelfs binnen zijn eigen partij. De Iraakse Nationale Alliantie, die alle shi’itische partijen omvat, nomineerde Abadi als komende regeringsleider. Het is nu afwachten hoe de machtsstrijd verder verloopt. Maliki is ook minister van Defensie en van Binnenlandse Zaken en heeft leger en milities onder zich. Hoe ver is hij bereid te gaan?

    • Carolien Roelants