Een selfie die je niet kan delen

In Rotterdam staat deze maand de grootste inloopcamera ter wereld, waar je een levensgrote foto van jezelf kan maken. „Ik haat selfies.”

De zelfportretcamera; een aluminium gevaarte met twee zwarte gordijnen als zijkanten. De andere foto’s op deze pagina’s zijn met de inloopcamera gemaakt in de studio van Susanna Kraus in Berlijn. Foto Andreas Terlaak

Het is zo ongeveer de grootste selfie die je kunt maken. In zwart-wit, 2 meter bij 60 centimeter, op zwaar glanzend fotopapier. Of een fotograaf je heeft geportretteerd. Maar je hebt het zelf gedaan. Met één druk op een knop.

Deze selfie kun je niet delen, alleen bij jezelf ophangen. Het is een uniek exemplaar, zonder negatief en dus niet vaker af te drukken en ook niet te delen via sociale media. Niets digitaal, maar een analoge afdruk uit een inloopcamera.

Sinds zondag staat de grootste walk-incamera ter wereld in de hal van De Rotterdam, het nieuwe iconische gebouw van Rem Koolhaas op de Wilhelminapier in de havenstad. Deze zelfportretcamera is een aluminium gevaarte, 8 bij 3 meter groot, met twee zwarte gordijnen als zijkanten. Van een afstand is het een reuzecamera.

Dit is hoogwaardige technologie uit de jaren zeventig, maar dan anno 2014 opnieuw uitgebracht. De originele zelfportretcamera werd voor Mercedes-Benz ontwikkeld door de Duitse ingenieur en uitvinder Werner Kraus, zijn dochter en twee kleinzonen maakten er in de afgelopen jaren een mobiele versie van.

Rotterdam heeft dit weekend de wereldprimeur als eerste pleisterplaats van deze rondreizende Imago Photour Camera.

Achter het ene gordijn tref je de studio. Grote lampen staan gericht op het kleine stukje waar je mag staan. Voor je staat een spiegel, maar daarin zie je niet je eigen spiegelbeeld maar hoe een fotograaf je ziet. „Dat is een schok voor veel mensen, het is een confrontatie dat je er anders uitziet dan als je ’s ochtends voor de spiegel staat. Daar gaan mensen van over zichzelf nadenken”, zegt Susanna Kraus. „Je laat het portret niet door een fotograaf regisseren, maar je doet het helemaal zelf. Dan druk je zelf af. Sommige mensen hebben aan een minuut genoeg, anderen zijn een half of heel uur bezig.”

Als je de knop indrukt, komt een objectief tevoorschijn van achter een openklappend deurtje. Dat objectief is de trots van Kraus, maar ze laat hem aan niemand zien. „Mijn vader was in de jaren zeventig als enige in staat om 1-op-1-beelden te maken. Dat heb ik met hulp van fotografie-experts met nieuwe technieken nog verder kunnen verbeteren. Niemand kan dit.”

Achter het tweede gordijn zit Kraus in de doka. Als de bezoeker heeft afgedrukt, gaat zij daar aan het werk om de afdruk direct – als bij een Polaroid – op een speciaal zilver gelatinepapier af te drukken, dat van een grote rol uit het dak in de camera naar beneden komt. Een minuut of tien later krijg je het portret mee, als je de prijs van 390 euro hebt afgerekend voor een heel portret of 290 euro voor een half portret.

Kraus wil het zelfportret uit haar camera geen selfie noemen. „Dit is het tegendeel van een selfie”, zegt Susanna Kraus. „Ik haat selfies. Je stuurt daarbij een moment in de tijd weg. Het is vluchtig, je staat niet stil hoe je jezelf afbeeldt. Met een portret in onze camera word je gedwongen na te denken: hoe wil jij in de tijd voortleven? Welk beeld heb je van jezelf? Je hebt maar één kans, je kunt niet een hele reeks maken zoals met je mobiele telefoon of digitale camera. Je moet geconcentreerd zijn, zoals een acteur op het podium."

Wankelmotor

Kraus is een actrice die in films als Das Leben der Anderen en televisieseries als Tatort meespeelde en op de planken stond bij bekende theaterregisseurs als Frank Castorf. In 2004 stuitte ze op een doos van afdrukken uit haar jeugd in de jaren zeventig, toen haar vader met de zelfportretcamera furore maakte. Ze kwam op het idee om de camera te reanimeren.

Werner Kraus werkte eind jaren zestig als wetenschappelijk onderzoeker bij Mercedes-Benz. Het concern vroeg de natuurkundige of hij het verbrandingsproces in beeld kon brengen van de wankelmotor. Om de afbraak van deeltjes te zien in een verbrandingswolk was een supersnel 1-op-1-objectief nodig, dat het beeld direct op ware grootte op papier kon zetten. Dat was een techniek die niemand beheerste.

De camera kwam er, maar de ontwikkeling van de motor werd gestopt. Werner Kraus verkeerde in die tijd veel in kunstenaarskringen in München, die grote sessies hielden „zoals dat ging begin jaren zeventig”. Op een van die vele lange avonden ontstond het idee om de techniek te gebruiken voor een zelfportretcamera. Met kunstenaar Erhard Hößle ontwierp Kraus de camera, die in de jaren daarna in musea in München als het Haus der Kunst en het museumcomplex Pinakothek der Moderne werd tentoongesteld. Kunstenaars, modedesigners en psychologen maakten er gebruik van. Tot er geen fotopapier meer voor te krijgen was.

Susanna Kraus haalde in 2004 de oude camera uit de mottenballen en zocht contact met fotopapierproducent Illford, dat samen met haar een zilvergelatine papier ontwikkelde waarop de foto’s direct konden worden afgedrukt. Dat kostte een aantal jaren. Inmiddels is Illford in surseance, maar de fabrikant heeft Kraus verzekerd dat zij papier kan blijven krijgen. „Ze vinden de machine cultuurgoed dat bewaard moet blijven.”

Mislukte crowdfunding

Sinds 2011 heeft Kraus een studio in Berlijn waar ze het originele apparaat gebruikt. Ze doet er zelf projecten, maar mensen kunnen er ook een portret laten maken. Bekende kunstenaars als Nick Cave en Wim Wenders kwamen langs, maar ook gewone mensen voor een zelf- of familieportret. Tot zes mensen kunnen in het studiootje. De camera is echter 4 ton zwaar en niet te vervoeren. Ze wilde er een wereldtournee mee maken „om iedereen in de ervaring te laten delen”.

Met haar twee zoons, een botenbouwer en een student, heeft ze de techniek van de camera eerst gereconstrueerd en daarna opnieuw opgebouwd. Ze kreeg hulp van fotografiespecialisten. Haar jongste zoon werkte aan een nieuw design, gebaseerd op een niet gebouwd ontwerp dat Erhard Hößle nog had liggen. Haar vader heeft nog even mee kunnen denken, maar overleed in 2011. „Ik had hem dit nog zo graag mee laten maken. Hij was een knappe charmante oude vent, die het in talkshows altijd goed deed.”

De financiering was lastig. Een poging met crowdfunding mislukte. „Maar aluminiumproducent Hydra is bijgesprongen en sponsort het project. Dus is de camera nu grotendeels van aluminium”, zegt Kraus. Hij weegt minder dan 800 kilo, kan in een bestelbus vervoerd worden en is in één dag op te bouwen of af te breken.

In De Rotterdam lukte dat afgelopen vrijdag in drie uur. Alleen met het regelen van de techniek waren ze deze eerste keer daarna nog uren bezig. En de ontwikkelmachine staat dit keer op de 27ste verdieping en niet in de doka, omdat er geen water was en de huiseigenaar vreesde voor chemicaliën op de vloer. Op de pilaren hangen de eerste foto’s die Kraus zondag zelf maakte voor haar serie Faces of Rotterdam. Ook de komende weken fotografeert ze nog bezoekers die ze interessant vindt voor haar project. In een aangrenzende ruimte exposeert ze foto’s uit Berlijn.

Na Rotterdam, waar Kraus tot 31 augustus bij haar camera blijft, wil ze de wereld rond met de camera. De volgende bestemming is nog niet bekend. Er is contact geweest met Wenen, Hongkong en New York. „En misschien wil een museum de camera wel kopen. MoMa in New York en Tate in Londen hebben al geprobeerd contact te leggen, maar ik heb ze nog niet kunnen antwoorden. We waren tot deze week te druk met het bouwen van de camera.”

    • Daan van Lent