Dit is hoe het kalifaat zijn geld verdient

Foto AFP

De islamitische terreurgroep ISIS riep ruim een maand geleden een kalifaat uit, de Islamitische Staat. Dat is vooral slimme PR, die duizenden boze jonge sunnieten uit het Midden-Oosten en Westen aantrekt. Veel experts concludeerden dat de meeste moslims de kalief, Abu Bakr al-Baghdadi, niet als leider van alle gelovigen zullen accepteren. Maar hoe zit het met de economie van het nieuwe kalifaat?

Land van Eufraat en Tigris

De Islamitische Staat bezet steden en dorpen in het vruchtbare gebied langs de twee rivieren Eufraat en de Tigris. Daartussen: niets dan woestijn. Alles bij elkaar beslaat het kalifaat tussen 150.000 en 200.000 vierkante kilometer, ongeveer evenveel als Suriname of Uruguay.

Het kalifaat bezet de minst welvarende delen van Irak en Syrië. De welvaart zal er veel lager zijn dan in Irak en iets lager dan in het Syrië van voor de burgeroorlog. Een ruwe schatting van het bbp: 26 miljard dollar.

Tabel NRC

Zelfmoordchef

Dan het bestuur. De kalief heeft gouverneurs aangesteld en een ‘kabinet’ met een minister van Financiën. Ook is er een chef die zelfmoordterroristen aanstuurt.

De Islamitische Staat verzorgt basale overheidsdiensten, zoals het innen van belasting, beveiligen van steden en zorgen voor stromend water, elektriciteit en sociale voorzieningen. Daarvoor zijn veel mensen nodig. Dat besefte kalief Ibrahim ook. Hij riep alle moslims ter wereld op te komen helpen bij de opbouw van het kalifaat.

Dammen

Industrie ontbreekt vrijwel. Hulpbronnen zijn er wel: de rivieren. In het gebied zijn ook dammen voor stroomopwekking. Zo controleert de Islamitische Staat de dam bij Samarra en en sinds eind vorige week ook de dam bij Mosul. Van daaruit kan de waterhuishouding in Mosul en andere steden én de irrigatie van grote landbouwgebieden worden geregeld.

Ook hebben we de enorme dam bij Haditha bij het kalifaat gerekend. Die voorziet een groot deel van Irak van stroom. Donderdag was de dam nog in handen van het Iraakse leger, schrijft The New York Times, maar de jihadisten proberen hem wel te veroveren.

Olie en gas

Belangrijker nog is dat het kalifaat in zijn huidige omvang olie- en gasbronnen heeft. In Syrië controleert de meerderheid van de oliebronnen in de provincies Raqqa en Deir el-Zor. Volgens de Syrische oppositie in ballingschap zijn die in normale tijden goed voor 180.000 vaten per dag.

Die olie wordt op de zwarte markt verkocht aan binnen- en buitenlandse tussenhandelaren. Ironisch genoeg is ook het Syrische regime een afnemer – omdat deze handel simpelweg het gemakkelijkste is.

In Irak heeft de Islamitische Staat de oliebronnen bij Ajeel en de gasvelden rond Mansuriyah in handen, die 1 miljoen dollar per dag zouden opleveren. Maar dat verbleekt bij de Baiji-raffinaderij, die eenderde van de geraffineerde olie van Irak produceert. Stel dat de Islamitische Staat die verovert. Dan is geschoold personeel nodig. En Siemens heeft al zijn medewerkers al geëvacueerd.

Landbouw

Het kalifaat heeft ook landbouwgebied, met name rond de Eufraat en de Tigris. Maar volgens het wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties is de productie in het Syrische deel in deplorabele staat. Aan de Syrische burgeroorlog ging al een ernstige droogte vooraf.

De landbouw in het Iraakse deel staat er beter voor, maar daar is niet veel bruikbare grond. Wat rest is de lokale productie van relatief laagwaardige goederen en diensten in dorpen en steden.

kaart NRC

Buurlanden

Zo ontstaat het beeld van een protostaat met olie, zij het niet veel, en raffinage die kan voorzien in eigen energiebehoefte. Of export mogelijk is, hangt af van de relatie met de buren: het kalifaat heeft geen toegang tot open water.

Is het kalifaat levensvatbaar? Het zal, om economisch te functioneren, langdurige relaties met de omringende gebieden moeten aangaan. Met buurlanden dus die zich juist door de opmars van de jihadisten bedreigd voelen.

    • Toon Beemsterboer & Maarten Schinkel