De elfde van Opeth klinkt als een bevrijding

Al elf albums bracht de Zweedse metalband Opeth uit. Geen zo controversieel als de vorige, Heritage: een gefrustreerde plaat met veel kritiek als gevolg. Maar nu slaat Opeth terug met een meesterwerk.

foto Roadrunner Records

Alleen van heel goede albums leer je het einde echt kennen. Want om regelmatig de laatste tonen van een cd te halen, moet de muziek telkens een nieuwe bocht omgaan, met elke luisterbeurt een nieuw, fris uitzicht. Zo’n plaat is Opeths Pale Communion. Je haalt het einde makkelijk, en het is prachtig. Dit album is een meesterwerk.

De afgelopen jaren ging het helaas niet over hoe hun cd’s eindigden, maar was de Zweedse band middelpunt van een enorm flauwe discussie over hun koers.

Vorig album Heritage (2011) was verfijnd en symfonisch, waar er voorheen van dikker hout planken werden gezaagd. Geen grunts meer, maar alleen nog cleane zang. Tja. Was het nog wel metal wat ze maakten, nu zanger/gitarist en brein van de band Mikael Åkerfeldt de deathgrunt had doodverklaard? Of is het nu eigenlijk progrock? Mogen we dit wel leuk vinden?

Kappen nou! Opeth was altijd al verfijnd en symfonisch, grommende grunts of niet. Zelfs hun eerste platen, nog pikzwarte death metal, stonden vol harmonie. Wie Opeth zo goed vindt vanwege het stampende Blackwater Park (2001) en anders niets, moet die cd lekker aanzetten, en stoppen met zeuren over dat ze er nog zo één moeten maken.

Åkerfeldt ging de discussie nog wel aan. „We zijn nog altijd een metalband”, zei hij strijdvaardig in tijdschrift Metal Hammer, dat hem aankondigde als ‘de ketter’. „Metal is een progressieve vorm van muziek. Het is niet één ding, het is heel veel dingen.” Hij zal er de conservatieve metalheads vermoedelijk alleen maar mee tegen de lange haren instrijken.

Soms rockt het, soms een lief plofje

En dat terwijl het bekritiseerde Heritage eigenlijk al een reactionair album was. Åkerfeldt wilde zo graag níet doen wat anderen van hem vroegen (harder, sneller), dat hij die plaat maakte – en dat kon je horen. Rebellie om de vastgeroeste metalheads wat op te schudden. Lovenswaardig, maar het resultaat miste focus. Åkerfeldt bouwde zijn kunstwerk op frustratie.

De nieuwe, elfde plaat Pale Communion klinkt juist als een bevrijding. Een diepe zucht, eindelijk adem. Waar Heritage te weinig zout en te weinig zoet was, is Pale Communion perfect in balans, gekruid met alles wat Opeth zo spannend maakt: de uitgesponnen composities, intelligent en fijngevoelig.

Het begint alsof je een lange oprijlaan opkomt, met het mooi opbouwende ‘Eternal Rains will Come’. Er is veel ritme: ‘Cusp of Eternity’ rockt als een gek, en het instrumentale nummer ‘Goblin’ is een avontuur. Er is melancholie, in het ingetogen ‘Elysian Woes’, en in de dijk van een middenschip op het album, ‘Moon Above, Sun Below’ – vol prachtige zanglijnen en melodieën.

Mis je metal? Luister naar de solo’s van gitarist Fredrik Åkesson, die nu echt z’n draai lijkt te hebben gevonden, zoals in ‘River’. En humor is er ook, in de verwijzing naar het duistere intro van die oude plaat Blackwater Park, dat nu in ‘Voice of Treason’ terugkomt. Waar dat toen escaleerde in snoeiharde death metal, stijgt het hier naar een soort lief plofje, gevolgd door de bedwelmende, en gegroeide zang van Åkerfeldt.

De teksten zijn zwaarmoedig. Tegen tijdschrift Aardschok wilde Åkerfeldt alleen over ‘Cusp of Eternity’ vertellen dat het is geïnspireerd door een treurig nieuwsbericht over een Syrische vrouw die de oorlog ontvlucht met haar drie kinderen, maar twee kinderen op zee kwijtraakt.

Metal is: rebels jezelf zijn

Over de meer persoonlijke teksten (de rest) wil Åkerfeldt niets kwijt. ‘Life has become a burden, move in circles of suppressed despair’, zingt hij in afsluiter ‘Faith in Others’. Het maakt het luisteren extra intens: weg van de nietszeggende teksten waar Åkerfeldt zich voorheen wel eens aan vergreep. Daarbij: de muziek is helemaal niet zwaarmoedig. Pale Communion is in balans: het is geen lichtgewicht, maar wel vriendelijk en uitnodigend.

Waar de plaat hard in is, is in het de mond snoeren van de rockpolitie, die de band een bepaalde richting op stuurde. Want wat ís metal eigenlijk? Is het zo hard, snel en extreem mogelijk? Nee, metal is maken wat je wilt, waar je trots op bent, rebels jezelf. Opeth had een mokerhard album kunnen maken, om terug in het gevlij bij de metalbloggers te komen. Maar dat zou lang zo effectief niet zijn als Pale Communion. Åkerfeldt zei het zelf zo: „What we’re doing is rebelling against metal, but that’s only because we love it so much. For me, our attitude is metal.”

    • Peter van der Ploeg