‘We zijn de dood ontvlucht’

Duizenden bedreigde yezidi’s ontvluchtten de afgelopen dagen onder erbarmelijke omstandigheden hun land. Koerden en Amerikanen zorgden voor hun veiligheid.

Gevluchte yezidi's steken de grens tussen Irak en Syrië over. Volgens Koerdische autoriteiten zijn zo’n 45.000 yezidi’s afgelopen week de grens gepasseerd. Foto AP

De eerste keer dat Murad al-Yas Khalaf vorige week met een deel van zijn familie uit Sinjar probeerde te vluchten, werd hij tegengehouden door een groep van zo’n twintig militanten van de Islamitische Staat (IS). Hij werd niet aangevallen maar teruggestuurd, vertelt hij in The Wall Street Journal. Khalaf behoort tot de yezidi’s, een etnisch-Koerdische minderheid met een eigen religie.

Na die eerste keer had hij nog vier pogingen nodig om veilig gebied te bereiken. Hij stak de grens over naar Syrië en vond na een barre tocht van twee dagen onderdak bij Koerdische strijders. Van daaruit wist hij zijn familie in Sharia te bereiken, in Koerdisch Irak.

Nu verblijft Khalaf met negentien familieleden in één kamer in een huisje dat beschikbaar is gesteld door een dorpsbewoner. Khalaf heeft geluk gehad, vindt hij zelf. Net als zo’n vijfhonderd andere yezidi’s in dit dorp die de afgelopen dagen wisten te ontkomen aan de hel in de bergen bij Sinjar. Eerder waren tienduizenden yezidi’s en leden van andere religieuze minderheden de bergen in getrokken op de vlucht voor militanten van de Islamitische Staat.

In de ogen van de sunnitische jihadisten zijn de yezidi’s duivelsaanbidders. Ze kregen daarom de keuze: hun oude geloof afzweren en zich bekeren tot de islam, of worden gedood. „We zijn de dood ontvlucht op weg naar een andere dood”, zegt Barakat Issa in The Guardian.

De verhalen van de yezidi’s die in veilig gebied zijn aangekomen, zijn hartverscheurend. Over ouders die hun kinderen zagen sterven door uitdroging, diarree of koorts. Over kinderen niet ouder dan een jaar of drie, die uren moesten lopen bij veertig graden, zonder beschutting, zonder drinken. Over familieleden die achter moesten blijven omdat ze niet sterk genoeg waren om de tocht te maken.

„Sommige van mijn familieleden zijn door IS ontvoerd”, zegt Risalah Shirkani in The Guardian. Ze zag onthoofde lichamen, zwangere vrouwen die moesten bevallen tijdens hun vlucht.

Net als duizenden anderen maakte Shirkani gebruik van de corridor die de afgelopen dagen is geschapen door Koerdische strijders, gesteund door bombardementen van de Amerikaanse luchtmacht op stellingen van de Islamitische Staat.

De Amerikaanse president Obama zei zaterdag dat de luchtaanvallen tegen de „barbaarse terroristen” nodig waren om Amerikaanse burgers te beschermen en „genocide te voorkomen”.