Turkije kiest ‘sterke man’, geen modeldemocraat

Turkije is naar de stembus gegaan en het heeft gekozen voor een ‘sterke man’. Na drie achtereenvolgende overwinningen bij parlementaire verkiezingen en na bijna twaalf jaar premierschap kan Recep Tayyip Erdogan zich opmaken om op 28 augustus voor vijf jaar tot de twaalfde president van Turkije te worden geïnaugureerd.

Toen duidelijk werd dat de verkiezingszege hem niet meer kon ontgaan, sprak de 60-jarige Erdogan gisteravond in de hoofdstad Ankara de ambitie uit om president van alle 77 miljoen Turken te zijn. Dat zal niet eenvoudig worden. Erdogan, oprichter van de regerende islamitische AKP, heeft de laatste jaren weinig geduld met tegenstanders. Demonstranten in Istanbul en andere steden die zich vorig jaar tegen hem keerden, waren in zijn ogen al gauw „bandieten”. Hij greep in toen politie en justitie onderzoek verrichtten naar corruptieaffaires die aan hem en aan zijn familieleden kleefden. Dat viel tegen van de leider van een partij die mede sterk is geworden dankzij haar belofte om de corruptie te bestrijden. Beweren dat Erdogan een modeldemocraat is, zou sterk overdreven zijn.

Ook zijn kille houding toen Turkije eerder dit jaar werd getroffen door een mijnramp, met honderden doden tot gevolg, liet zien dat Erdogan nog ver weg is van de onomstreden status die een ‘president van alle Turken’ zou moeten nastreven.

Zijn verdienste en van de AK-partij is hun bijdrage aan de opbloei van de Turkse economie. Daar staat tegenover dat de AKP zich steeds meer heeft ontpopt als een conservatieve moslimpartij. Dat kwam recent tot uitdrukking in absurde opmerkingen van vicepremier Bülent Arinç, partijgenoot van Erdogan. Vrouwen hoorden niet in het openbaar te lachen en niet zonder hun man op vakantie te gaan, dat waren maar uitingen van moreel verval. De aloude tegenstelling tussen het seculiere en het streng islamitische deel van de Turkse bevolking zal er alleen maar groter door worden. Per Twitter gaven honderden vrouwen het juiste antwoord: ze lachten.

De verkiezing van Erdogan tot president zou niet zo betekenisvol zijn geweest als hij niet de wens had geuit om de Grondwet te wijzigen. En wel zodanig dat de president, nu grotendeels een ceremoniële functie, veel meer bevoegdheden worden toebedeeld. Nu hij ten gevolge van de regels van zijn partij niet meer tot premier kon worden herkozen, opteerde Erdogan voor het aan te kleden presidentschap; de macht smaakt hem kennelijk nog steeds naar meer.

Niettemin: zijn verkiezing tot president van Turkije, NAVO-lid en belangrijke handelspartner van de Europese Unie, is de uitkomst van een democratisch proces. De meerderheid van de Turken wilde hem en het Westen zal het ermee moeten doen.