Troost zoeken op de rampplek

Een aantal nabestaanden van de slachtoffers van de ramp met vlucht MH17 gaf aan naar de rampplek te willen afreizen. Nu is het daar nog te onveilig. Daarnaast is de vraag wat het eigenlijk oplevert. „Ook zonder bezoek kan het rouwproces goed verlopen.”

De Australiërs Angela Dyczynsk en haar man Jerzy bezoeken de plek waar hun dochter Fatima om het leven kwam bij de ramp met vlucht MH17. Foto’s AFP, ANP

‘Oh, ja”. Toine van de Sande begrijpt het helemaal: de drang van de twee Australische ouders die onlangs op eigen kracht de plek bezochten waar het toestel van Malaysia Airlines op 17 juli neerstortte. Zelf ging hij meerdere keren terug naar de plek in de Libische hoofdstad Tripoli waar in mei 2010 een toestel van Air Afriqiyah verongelukte. Bij dat ongeluk kwamen 104 inzittenden om het leven. Van de Sande (73) verloor er zijn dochter, schoonzoon en een kleinzoon. Ruben, het vierde lid van het gezin, overleefde als enige de ramp. Van de Sande: „Ik had ook direct de behoefte om naar de onheilsplek te gaan.”

Die behoefte bestaat ook bij een deel van de nabestaanden van de 298 in Oekraïne omgekomen inzittenden. Volgens Malaysia Airlines heeft inmiddels „een twintigtal” nabestaanden aangegeven naar de rampplek te willen afreizen. Is het ook verstandig? Levert een bezoek aan het rampgebied iets op? Van de Sande: „Het heeft mij enorm geholpen. Ik heb een beeld van de plek waar mijn kinderen om het leven zijn gekomen.” Greta Rotsteeg (90) verloor bij dezelfde ramp twee kleinkinderen. Zij ging bewust niet naar Tripoli. „Waarom? Ik zou ze er niet mee terug hebben gekregen.”

Als een herbelevenis. Zo omschrijft Alice Donkervoort het zien van de beelden van de zoektocht naar de lichamen van de slachtoffers in Oekraïne. „Toen ik hoorde dat het heel lastig zou worden om ze te bergen, moest ik meteen aan Michael denken.” Michael was haar broer. Een getalenteerd F16- piloot die op 31 augustus 2006 op volle snelheid neerstortte in een onherbergzaam gebied in Afghanistan.

Donkervoort ademt diep in maar kan niet voorkomen dat de herinnering aan die dag haar stem breekt. „Het idee dat mijn broertje daar zielsalleen lag en we niet wisten of hij geborgen zou worden, was verschrikkelijk.” Bij een kop thee in haar modern ingerichte woning in Barneveld herpakt ze zich en vertelt over de opluchting toen al snel het bericht kwam dat de crashsite was gevonden. „Dat was heel belangrijk, ondanks dat we natuurlijk wisten dat je weinig terugvindt na zo’n klap.” De aankomst van de kist op vliegveld Eindhoven, precies zoals dat deze weken gaat bij het onthaal van de kisten uit Oekraïne, was indrukwekkend. „De ceremonie en die stilte waardoor je het ritmische geluid van het marcheren van de militairen zo goed hoort, zijn onvergetelijk.” Toch hield ze een onbevredigend gevoel. „Voor mijn idee lag mijn broertje niet in die kist want ik kon hem niet zien of aanraken.” Afghanistan, dáár wilde ze naartoe. „Op zoek naar Michaels ziel.”

Een heel intiem moment

Ze was niet de enige nabestaande die wilde afreizen. Vanaf het moment dat twee medewerkers van Defensie bij Marianne Krist aanbelden met de mededeling dat haar zoon Tom ernstig gewond was geraakt bij een aanslag in de Afghaanse stad Deh Rawod, wilde ze erheen. Marianne, gezeten naast haar man Wil in hun zonovergoten tuin in Brabant: „Zo snel mogelijk.”

De oorlogssituatie liet dat echter niet toe. Nog dezelfde week wordt het hersendode lichaam van eerste luitenant Krist overgebracht naar het militair ziekenhuis in Utrecht. Daar wast Marianne Krist, in het dagelijks leven verpleegkundige, nog één keer het lichaam van haar zoon. „Ik waste het laatste bloed en zand van zijn lijf. Dat was een bijzonder moment. Heel intiem.”

Staand naast het bed van zijn zoon op de intensive care spreekt vader Wil kort daarna zijn voorbereide afscheidswoorden uit. „Al weet je natuurlijk nooit of hij er iets van heeft meegekregen.” Op zachte toon: „Ik denk het niet.” In overleg met de artsen wordt nog dezelfde dag de beademing gestopt. Marianne: „Ik ben zo blij dat hij nog thuis is gekomen. Het waren, gek genoeg, heel mooie dagen. Het was een waardig afscheid.” Haar man knikt. Toch blijft het gevoel naar Afghanistan te willen afreizen. Naar de plek waar hun zoon verbleef, leefde, leiding gaf en plezier had met zijn kameraden. Zij: „Naarmate de tijd verstreek, drong het verlies zich steeds meer op. Daarmee groeide bij ons de behoefte om te gaan.”

Zo makkelijk ging dat niet. Defensie zag vooral de gevaren, een deel van de nabestaanden bleef onverkort de wens bij het ministerie aankaartten. Het leidt de eerste jaren tot niets. Op het moment dat staatssecretaris van Defensie Jack de Vries (CDA) te gast is in het tv-programma bij Paul de Leeuw en hem uitnodigt een keer met hem mee te gaan naar de Nederlandse militairen in Afghanistan, is voor Marianne Krist de maat vol. Ze stuurt een woedende mail aan De Vries. Waarom zou De Leeuw wel veilig naar Afghanistan kunnen maar nabestaanden niet? Twee uur later hing De Vries aan de lijn. Marianne: „We kwamen niet echt nader tot elkaar maar ik heb mijn punt wel duidelijk gemaakt.”

Ook Anita ten Brinke, moeder van de in 2008 omgekomen soldaat Jos ten Brinke, wil gaan. Na een bijeenkomst voor nabestaanden van gesneuvelde militairen, schiet ze Defensieminister Eimert van Middelkoop aan. „Waarom kunnen jullie wel de koningin veilig naar Afghanistan brengen maar ons niet?” Van Middelkoop (ChristenUnie) moet het antwoord schuldig blijven maar belooft er op terug te zullen komen.

Hij houdt woord. Op 8 september 2010 vertrekt een tot dat moment voor de buitenwereld geheim gehouden vlucht naar Afghanistan. Aan boord: zestig nabestaanden en begeleiders. Psychologen hebben de nabestaanden voor vertrek bezocht en gevraagd na te denken over wat ze van de reis verwachten. Alice Donkervoort: „Ik wilde het land proeven, ruiken, voelen. Met het idee: dit heeft Michael ook ervaren.” Haar opzet slaagt. „Ik heb dezelfde lucht geademd als hij.”

Op de plek van de crash kan de familie Donkervoort niet komen. Alice: „We zijn er overheen gevlogen. Toen we de coördinaten kruisten, wist ik: dichterbij kom ik niet.” Het ontroert haar opnieuw.

De cirkel is rond

In haar reistas naar Afghanistan heeft Alice Donkervoort wat zand uit het bos waar ze als kind uren speelde met haar broer. „Dat zand heb ik in Afghanistan begraven. En ik heb wat Afghaans zand mee teruggenomen naar Nederland. Zo is de cirkel rond.”

Voor Theo ten Brinke, vader van Jos, hoefde het aanvankelijk niet, zo’n reis naar Afghanistan. Hij is geen wereldreiziger. De „zelfgeknutselde” bom die zijn zoon dodelijk verwondde, wakkerde het enthousiasme voor het land ook niet aan. Achteraf is hij blij dat hij samen met zijn vrouw is gegaan. Zittend op het erf van hun boerderij in het Twentse Rekken, zegt hij: „Het was het laatste puzzelstukje.”

Zijn vrouw Anita, met om haar hals een gouden munt met daarop de beeltenis van hun zoon: „We zijn in Afghanistan een paar keer gewoon op een heuvel gaan zitten en hebben om ons heen gekeken. Daar zagen we waar Jos ons over had verteld. Dat was heel mooi.”

Marlea Kogeldans nam haar twee kinderen mee naar de plek in Suriname waar in juni 1989 hun geliefde oom Ruben omkwam bij de SLM-ramp. Kogeldans: „Ze waren 5 en 6 toen Ruben stierf. Ze hadden hetzelfde verdriet als ik. Hij was hun hun ‘oppasoom’, op wie ze zeer waren gesteld. Dus nam ik ze mee toen ik in 2003 naar de rampplek ging.” Een heftige ervaring, zeker voor kinderen. Kogeldans: „Je moet niet alleen vreugde met kinderen delen. Ook verdriet.” De reis voldeed aan haar verwachtingen. „Het heeft ons alle drie heel erg goed gedaan.”

Nabestaanden die afreisden naar de rampplek en met wie deze krant sprak, zijn het er over eens: de reis heeft hen onmiskenbaar geholpen in hun rouwproces. Alice Donkervoort: „Ik durf te zeggen: het is de meest waardevolle bijdrage geweest aan het rouwproces.”

Bekend met de positieve ervaringen van het bezoeken van de crashsite opperde Malaysia Airlines-topman Huib Gorter een dag na de ramp een vlucht voor de achterblijvers naar de rampplek te organiseren. In een warrig betoog zei hij op vrijdag 18 juli dat zijn organisatie „aan het evalueren is of er behoefte is om op een gegeven moment met nabestaanden naar Oekraïne te vliegen”. Die behoefte bleek er te zijn. Maar de veiligheidssituatie dwong Gorter een dag later om op zijn woorden terug te komen. „We hebben besloten om het niet te doen. Het is oorlog daar.”

Eric Vermetten, als hoogleraar psychotraumatologie aan de Universiteit Leiden betrokken bij de begeleiding van de nabestaanden van vlucht MH17: „Die toezegging van Malaysia Airlines was een overcompensatie van hun onmacht.” Begrijpelijk misschien, maar onhandig, vindt Vermetten. „Ze hadden het niet met zoveel stelligheid moeten brengen want nu blijkt hoe lastig het waar te maken is. Heel vervelend voor nabestaanden.”

Wat betreft het voornemen om naar het rampgebied te reizen, is het volgens Vermetten bovendien de vraag of het iets toevoegt. „Ik ben altijd heel terughoudend met het advies aan nabestaanden om af te reizen naar een rampplek. Inhoudelijk is onduidelijk op welke manier het bijdraagt aan het rouwen. Ook zonder bezoek kan het rouwproces goed verlopen.”

Die stelling lijkt inderdaad te gelden voor de nabestaanden die bewust niet afreisden naar de onheilsplek en met wie deze krant sprak. Gisela Schouwink verloor haar zoon Mark in Afghanistan. „Wij hadden foto’s, zijn verhalen, die van zijn vrienden en hebben hem met eigen ogen zien liggen in de kist. Zo’n reis zou weinig toevoegen. We hebben geen spijt dat we niet zijn gegaan.”

Brian Bouwens, de voormalig partner van de in Libië verongelukte Zeeuwse Joëlle van Noppen, wees de mogelijkheid eveneens af. „Ik herinner me Joëlle graag zoals ze was en niet het moment waarop haar leven is geëindigd.”

Eindstation

Volgens traumatoloog Vermetten kan het bezoeken van het rampgebied uitkomst bieden bij nabestaanden bij wie het rouwproces stagneert of bij een sterk levende behoefte een soort ‘eresaluut’ af te geven, bijvoorbeeld door het plaatsen van een kruis of het leggen van een steen.

Iets waar Marianne en Wil Krist juist veel kracht aan ontleenden. Als symbool van het eindstation van het leven van hun zoon namen ze een steen mee uit Afghanistan. Die prijkt prominent op zijn goed onderhouden graf in Berkel Enschot. Wil Krist: „Al die details horen bij het rouwproces.” Dat proces kreeg door het bezoek een extra dimensie, vertellen ze. In hun bagage naar Afghanistan nemen ze een deel van de altijd bewaarde navelstreng van hun zoon mee. „Wacht,” zegt Marianne. Ze loopt naar binnen en komt terug met het fotoalbum dat ze van hun reis maakte. Op de foto’s is te zien hoe Marianne en Wil samen de navelstreng in tweeën delen en een deel daarvan begraven in een zelf aangelegd tuintje. Marianne: „Dat was als moeder het meest emotionele moment.” Wil: „De gedachte dat Toms geboorte en dood letterlijk samenkwamen, gaf ons veel rust. Er viel een last van onze schouders.” Marianne knikt. Ze legt het fotoboek opengeslagen voor zich op tafel. De slijtageplekken op de hoeken van het album verraden intensief gebruik.