Opinie

    • Floor Rusman

Trage en zachtaardige religietelevisie

Gevallen onderzoeker Diederik Stapel.

„Ik ben jaloers op jou, Tijs, jij gelooft in God. Ik verlang daarnaar, het zou heerlijk zijn.”

Aan het woord is Diederik Stapel, die drie jaar na zijn val naar eigen zeggen nog steeds niet gelukkig is, maar wel vrijer dan eerst. Tijs van den Brink interviewde hem zaterdag in Adieu God? (EO). Het was het eerste tv-interview met de voormalige wetenschapper sinds zijn ontmaskering als fraudeur.

Stapel zag er sympathiek uit, met zijn licht ineengedoken houding, warrige haar en glanzende ogen. Het was moeilijk voor te stellen dat deze man collega’s en promovendi heeft beduveld. Hij zei te zijn veranderd: voorheen haalde hij zijn neus op voor religie, maar sinds de val ziet hij in dat spiritualiteit antwoorden biedt die de wetenschap niet kan geven. Hij put nu troost uit Bijbelverhalen en realiseert zich hoe belangrijk het is om anderen te helpen. Vroeger deed hij dat niet, toen had hij het „veel te druk”.

Hoewel Stapel tot zijn spijt niet écht religieus is, heeft hij zich de bijbehorende verzoenende taal snel eigengemaakt. Voor hem is religie iets moois en zachts: ze staat voor vergeving, liefde en verbinding.

Goh, zou je als sceptische kijker kunnen denken. Het klinkt allemaal prachtig, maar werkt religie niet even vaak splijtend als verbindend? Elders in de wereld (Gaza, Syrië, Irak) worden in naam van God mensen vermoord. Maar op de Nederlandse televisie heeft religie niets met strijd te maken. In diverse programma’s kwam God voorbij als een weliswaar ondoorgrondelijk, maar ook liefhebbend opperwezen.

Nederland 2 trakteerde de kijker zaterdag op herhalingen van religieuze reportages. God kwam hierin naar voren als grote interventionist. In De verandering (EO) vertelde Dineke hoe Hij haar, zomaar tijdens het zondagsgebed, had laten opstaan uit de rolstoel waarin ze al veertien jaar zat. De vrolijke zuster Irene vertelde vervolgens in Kloosterleven (RKK) dat God altijd bij haar is. Hij staat voor haar ‘gewoon tussen de bakjes’ in de kloosterkeuken. Lachend: „Soms kookt er iets over, en dan zeg ik tegen Hem: hallo, had je dat niet even kunnen zeggen?”

Het geloof in een almachtige God wordt op de proef gesteld in tijden van rampen. Gisterochtend zond de RKK de eucharistieviering in Hilversum uit – de gemeente die vijftien inwoners verloor aan de MH17-ramp. Pater Jules Dresmé besteedde speciale aandacht aan het drama. „Misschien denken jullie wel: God, waar ben je?” God houdt de boel in de gaten, maar intervenieert niet te veel uit respect voor de vrije wil, legde Dresmé uit. „Hij heeft ons niet in de hand, maar neemt ons bij de hand.”

Traag en zachtaardig, zo zou je de Nederlandse religietelevisie kunnen omschrijven. En bovenal valt ze op door nederige mensen te tonen. Ze maken zich graag ondergeschikt aan God en de groep – dat levert andere televisie op dan de vele realityseries, waarin elk individu heerst in zijn eigen universum.

Het verschil ertussen is goed te zien in de transformatie van Diederik Stapel. Eerst was hij een ijdele Zonnekoning, op zoek naar individueel succes. Inmiddels beseft hij dat hij niet zonder anderen kan. „Je moet elkaar vasthouden”, aldus Stapel 2.0. Nu is nog de vraag of de groep hem weer wil omarmen.

    • Floor Rusman