Pet Shop Boys laten publiek Tivoli dansen en zingen

De Pet Shop Boys zijn nooit jong geweest. Al vanaf hun doorbraakhit West End Girls uit 1986 presenteert het Britse duo zich als de beheerste, nadenkende tegenhanger van de gemiddelde pop/dance-act. Met de stuwende, licht dreigende dance-ritmes uit de keyboards van Chris Lowe en de intelligente, maatschappijkritische teksten van zanger en frontman Neil Tennant beheersen ze al bijna dertig jaar de dansvloer zonder die zelf ooit onbekommerd te betreden.

Tijdens hun vorige wereldtournee, Pandemonium (2009/2010), leek de groep het spoor een beetje bijster. Een knullig decor en een dansend en zingend damestrio leidden de aandacht af; Tennant oogde pafferig en ongeïnspireerd. Ze verbraken na 28 jaar de samenwerking met platenlabel Parlophone, kondigden een terugkeer naar hun dance-roots aan en brachten onder hun eigen label het door Stuart Price geproduceerde album Electronic uit. Op de gelijknamige wereldtournee zet deze bescheiden wedergeboorte zich voort: filmprojecties, lichteffecten en een slim opgebouwde setlist bezorgden Tivoli gisteren een opwindende clubavond. De twee dansers in extravagante kostuums die de volle zaal moesten opzwepen waren niet eens nodig; het publiek van overwegend dertigers en veertigers danste en zong uitbundig mee met It’s A Sin, Suburbia, Rent en andere hits.

Tennant bezag en dirigeerde de meute als een tevreden vader. Hij klonk warm, persoonlijk – soms hief hij even de ogen ten hemel om de ernst van zijn teksten te onderstrepen, maar telkens volgde dan een geamuseerd glimlachje. De avond was te geslaagd om te zwelgen in verdriet. Lowe verschool zich naar gewoonte achter een immense zonnebril en stond stoïcijns achter de toetsen, maar zelfs hij getuigde van humor: Love etc werd gebracht vanuit twee verticale, strak opgemaakte bedden, met projecties van lenige jonge dansers onder hun onbeweeglijke bijna-oudemannenhoofden. IJzersterk.

    • Sandra Heerma van Voss