‘Oorlogsmisdaden in Afghanistan’

Soldaten VS maken zich volgens Amnesty vaak schuldig aan misdaden, zonder te worden vervolgd.

Amerikaanse soldaten van de Delta Company, anderen dan genoemd in het artikel, op patrouille in de Afghaanse provincie Kandahar. Foto Reuters

Strijdmakkers uit de Amerikaanse gevechtseenheid van soldaat Adam Winfield hebben herhaaldelijk ongewapende Afghanen gedood. Een van hen sneed daarna vingers af, die hij bewaarde als trofeeën. Na afloop werden de onwettige acties zo geënsceneerd dat het leek of de eenheid, die informeel bekend stond als “het Kill Team”, onder vuur had gelegen, en dus had gehandeld uit zelfverdediging.

Winfield stuurde wanhopige Facebook berichten naar zijn vader. „Er zijn mensen in mijn peloton die wegkomen met moord. Ik wil er iets aan doen, maar het probleem is dat ik me hier niet veilig voel om het aan iemand te vertellen.” Winfields vader probeerde vergeefs binnen de militaire hiërarchie de misdaden aan de kaart te stellen. „Ze deden niets”, zei hij. „Helemaal niets.”

Het relaas van het Kill Team is een van de verhalen die door Amnesty International aan de orde worden gesteld in het vandaag verschenen rapport Left in the Dark. Daarin toont de mensenrechtenorganisatie hoe volgens haar het Amerikaanse militair-juridische systeem faalt in het vervolgen van schendingen van het oorlogsrecht door Amerikaanse militairen.

„Duizenden Afghanen werden gedood of verwond door Amerikaanse troepen sinds de invasie, maar de slachtoffers en hun families hebben nauwelijks kans op gerechtigheid”, zei Richard Benett, Amnesty Internationals Asia Pacific-directeur.

Tien incidenten onderzocht

De mensenrechtenorganisatie onderzocht tien incidenten in Afghanistan tussen 2009 en 2013. Daarbij werden tenminste 140 burgers door Amerikaanse militairen gedood, inclusief enkele zwangere vrouwen en ten minste vijftig kinderen. Amnesty interviewde 125 getuigen, slachtoffers en familieleden, van wie de meesten nooit eerder waren gehoord.

Bij de nachtelijke aanval op een huis door speciale eenheden in de provincie Paktia en bij een serie verdwijningen, mishandelingen en dodelijke schietpartijen in de provincie Wardak, trof de organisatie „overvloedig en onomstotelijk bewijs voor oorlogsmisdaden”. Volgens Amnesty is geen van de betrokkenen vervolgd.

Het juridische tekortschieten zou te wijten zijn aan de macht van commandanten om onderzoek tegen te houden. Bovendien berust onderzoek vooral op de getuigenissen van de manschappen.

„Er wordt verwacht dat soldaten en commandanten zelf mogelijke mensenrechtenschendingen rapporteren. Dat leidt duidelijk tot een belangenconflict”, aldus Amnesty. Wanneer het wel tot vervolging kwam, bleken militaire rechtbanken niet onafhankelijk. Zelden konden Afghanen getuigen.

Vervolging van Amerikaanse militairen vindt slechts zelden plaats. Amnesty Internationale vond sinds 2009 slechts zes zaken die voor het gerecht kwamen, los van de zaken die de organisatie zelf onderzocht.

In de zaak van het Kill Team werd uiteindelijk, in 2011, ingegrepen. Niet doordat Winfields vader alarm had geslagen en om een onderzoek had gevraagd, maar omdat de eenheid geweld gebruikte tegen een Amerikaanse militair. Pas toen kwamen ook de moorden op Afghaanse burgers aan het licht. Zeven militairen kregen gevangenisstraffen. Eind vorig jaar waren drie van hen weer op vrije voeten.

    • Joeri Boom