Obese grizzlyberen zonder diabetes

Moddervet worden grizzlyberen in de herfst. Maar hun insulinehuishouding is dan toch normaal. Hoe kan dat?

Tijdens hun zeven maanden durende winterslaap eten grizzlyberen niets. Daarom vreten ze zich in de herfst helemaal vol: ze verdubbelen hun vetpercentage en worden anderhalf keer zo zwaar.

Volgens menselijke maatstaven zijn ze dan obees. Maar hun insulinehuishouding blijft normaal. Sterker: als grizzlyberen op hun allerdikst zijn, vlak voor hun winterslaap, zijn hun cellen het gevoeligst voor insuline, het hormoon dat het glucosegehalte in het bloed reguleert, schrijven Amerikaanse biologen in het wetenschappelijke tijdschrift Cell Metabolism van 5 augustus.

Opvallend, want bij de meeste obese mensen verliezen de cellen juist hun gevoeligheid voor insuline, waardoor de bloedsuikerspiegel te hoog blijft. Dit leidt uiteindelijk tot diabetes type 2. Maar sommige obese mensen krijgen dat niet. Bij hen is het eiwit PTEN (uit vetcellen), minder actief dan normaal. Ook bij grizzly’s blijkt het uitschakelen van PTEN verantwoordelijk voor hun ‘gezonde’ obese staat. En bij hen gebeurt dat ieder jaar opnieuw.

Opmerkelijk genoeg voldoen beren tijdens hun winterslaap wel aan de definitie van diabetes: dan reageren hun cellen niet op insuline. Zodra ze (afgeslankt) weer wakker worden, komt de insulinegevoeligheid meteen weer terug.

De omkeerbare diabetestoestand van de beren maakt extreme schommelingen in metabolisme mogelijk, concluderen de onderzoekers. Hoe dat werkt, is nog onduidelijk. In elk geval is de relatie tussen obesitas, insulinegevoeligheid en diabetes type 2 niet zo rechtlijnig als gedacht – en dat is ook belangrijk voor het humane diabetesonderzoek.