Nieuwe kijk op WOI

De vaststelling dat Nederland neutraal was tijdens de Eerste Wereldoorlog is correct, maar doet de gecompliceerde historische werkelijkheid nauwelijks recht. Al tijdens de catastrofale zomer van 1914 bleek dat het juridische begrip neutraliteit binnen het internationale recht zich slecht verhield tot de meedogenloze praktijk van oorlogsvoering.

De Duitse aanval op het neutrale België (het geschonden verdrag werd door de agressor afgedaan als ‘een vodje papier’) was weinig geruststellend. Spoedig drong het besef door dat óók handhaving van de Nederlandse neutraliteit ingrijpende gevolgen zou hebben.

De internationale handelsrelaties, overzeese rijksdelen en ligging van ons land tussen de oorlogvoerende partijen maakten het idee van afzijdigheid tot een illusoire wensdroom. Een miljoen Belgische vluchtelingen zocht hier zijn toevlucht en Nederland moest zich voegen naar de Britse blokkadepolitiek.

Tegelijkertijd fungeerde het land voor het aangrenzende Duitsland als economische levensader voor de invoer van grondstoffen en levensmiddelen.

Ruim vier jaar was de steeds terugkerende vraag hoe die neutraliteit invulling moest krijgen.

Op basis van uitvoerig onderzoek schreven de historici Wim Klinkert, Samuël Kruizinga en Paul Moeyes hierover een prachtig boek met een originele aanpak. Aan de hand van portretten van diverse hoofd rolspelers laten zij zien hoe de veelzijdige neutraliteit van Nederland vorm kreeg.

Binnen de aanhoudende stroom publicaties over de Eerste Wereldoorlog springt het boek van Klinkert, Kruizinga en Moeyes er beslist uit. De auteurs maken duidelijk dat de Nederlandse neutraliteit moeizaam en vooral in veel onderling gekrakeel vorm kreeg. Dat verhaal is in de historiografie van de Grote Oorlog ten onrechte onderbelicht gebleven.

    • Robin te Slaa