Minder spaghetti, minder wissels, minder storingen

ProRail verbetert Utrecht Centraal. Een negendaagse klus moet ‘spoorboekloos rijden’ vanaf in 2017 mogelijk maken.

Aan de noordkant van het station Utrecht Centraal wordt gewerkt. Foto Maurice Boyer

Wie dit weekeinde op de stations de beeldschermen met vertrektijden bekeek, zal veel donkerblauw hebben gezien: de kleur waarin de vertragingen en uitgevallen treinen worden aangekondigd. In Utrecht werd zaterdag begonnen aan een nieuwe fase van de vernieuwing van het Centraal Station. Dat leidde tot vertragingen in grote delen van Nederland.

Tot komende zondag zijn dagelijks vierhonderd mensen bezig om het spoor te vervangen. Zeven sporen waren dit weekeinde afgesloten, doordeweeks zijn er drie buiten gebruik. Het hele knooppunt wordt herzien.

„Het is nu nog een grote spaghetti van sporen”, vertelt Ronald Hazeu zaterdag bij de bouwplaats. Hij stuurt als bouwmanager van ProRail de spoorwerkers aan. „In de loop der jaren zijn er steeds sporen bijgekomen, het is organisch gegroeid, maar er zat geen groter plan achter. Dit is de eerste keer sinds 1918 dat we het helemaal opnieuw herinrichten.”

In het nieuwe plan zijn er minder wissels. De sporen komen rechter te liggen. Ook wordt een nieuw perron in gebruik genomen.

„Als er nu een trein vertraging heeft op het ene spoor, kan een ander daar last van hebben omdat ze vaak kruisen”, zegt Hazeu. „Een trein die vanuit Amersfoort binnenrijdt, komt voortaan altijd vanaf hetzelfde traject binnen.” Dat de banen rechter komen te liggen, is om de treinen op hogere snelheid te laten binnenkomen. „En minder wissels betekent natuurlijk ook: minder wisselstoringen, minder onderhoud.”

Maar minder wissels heeft ook een nadeel. Als er een storing is, kun je die minder goed opvangen. Hazeu kent de kritiek. „Maar er blijven nog steeds voldoende mogelijkheden om bij te sturen”, zegt hij. „Van de tweehonderd wissels in het stationsgebied blijven er zeventig over.”

De bovenleidingen worden weggehaald. Overal ligt losgeknipt koperdraad. Er zijn achttien nieuwe portalen geplaatst waaraan nieuwe bovenleidingen komen te hangen. Tussen de betonnen dwarsliggers waarop straks de rails liggen, wordt voor tienduizend ton aan stenen gestort.

‘DSSU’ heet het project: Doorstroomstation Utrecht. „De vernieuwingen zijn hard nodig”, zegt ProRail-woordvoerder Mercedes Grootscholten. „Er reizen nu iedere dag 285.000 mensen over Utrecht Centraal. Dat zal in vijftien jaar oplopen tot 360.000 per dag. ProRail investeert ruim een miljard per jaar in het spoor en de stations.”

Zo komt er in Utrecht eentje bij: Vaartsche Rijn, maar anderhalve kilometer ten zuiden van CS. Aan dat station wordt momenteel hard gewerkt, het is volgend jaar af. Grootscholten: „Dat moet het regionale verkeer opvangen en Utrecht Centraal ontlasten.” Ten noorden van het station komt een nieuwe verkeersleidingspost. Ook komt er een extra brug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Rond Utrecht komt tachtig kilometer nieuw spoor.

Het station moet in 2016 klaar zijn. Zelf spreekt ProRail niet meer van een station, maar van een ‘ov-terminal’ „met veel ruimte en licht”, aldus een filmpje promofilmpje op de website.

Liggen ze op schema? Ja, zegt ProRail. Grootscholten: „Er zijn zestig weekenden lang werkzaamheden. Vanaf 2017 willen we spoorboekloos rijden. De overheid hangt de ETMET-filosofie aan. Elke Tien Minuten Een Trein.”

Vandaag worden de rails losgezaagd. Volgend weekeinde worden de seinen weer in werking gezet. Maar voor de reizigers blijft het voorlopig afzien. „We proberen het zo goed mogelijk aan te kondigen”, zegt Grootscholten. „We plaatsen advertenties, de NS past de reisplanners aan. Heb je de stationshal gezien? Daar staan allemaal mensen in hesjes om je de weg te wijzen.”

Het zal het allemaal waard zijn, belooft ze. Als straks ook het spoor van Amsterdam Centraal eenzelfde behandeling krijgt (2016) en Den Haag en Zwolle af zijn, zullen de reizigers blij zijn. „In 2020 ligt het spoor er weer netjes bij.”

    • Merlijn Kerkhof