opinie

    • Marcel van Roosmalen

En toen belde dus mijn moeder van 82

Ik was zo’n columnist die graag op het verkeerde moment op de verkeerde plaats kwam. Dat dacht ik terwijl ik in de Amsterdam Arena naar Ajax-Vitesse zat te kijken. Over deze wedstrijd viel weinig te vertellen, behalve dan dat onze keeper Piet Velthuizen geen beste indruk maakte, maar dat was over een paar dagen ook iedereen vergeten. Dit was er een voor de statistieken.

Het nieuws kwam via de sociale media. In Den Haag protesteerden tweehonderd mensen namens de gelegenheidsbeweging Pro Patria – ‘Voor het vaderland’ – tegen aanhangers van terreurbeweging IS, moslimradicalen en antisemitisme. In de Schilderswijk werden ze opgewacht door ‘islamitische jongeren’ die ‘Allah is groot’ riepen en met stenen gooiden. Van een afstand was ik voor het eerst van mijn leven voor de mobiele eenheid, misschien moest ik dat voortaan maar doen: partij kiezen voor de ploeg met gemiddeld het hoogste IQ.

En toen belde dus mijn moeder van 82, die niet wilde geloven dat ik in een voetbalstadion zat omdat ze geen achtergrondgeluiden hoorde.

„Ik zit in de Amsterdam Arena”, zei ik. „Ze maken hier geen geluid.”

„Nou”, zei ze, „hij heeft de hele dag op de bank gelegen. Behalve als ik naar de keuken ga, dan gaat hij ook naar de keuken.”

Waar heeft ze het nu weer over?, dacht ik. Wie bedoelt ze? Was de klusjesman die laatst de deuren had geschilderd blijven hangen? Dat kon er dan ook nog wel bij, moest ik dan voortaan ‘papa’ tegen die man gaan zeggen? Anderzijds, waarom eigenlijk niet? Een van haar beste vriendinnen was iets begonnen met een hovenier en die had nu allemaal leuke plantjes in de tuin.

„Wie bedoel je?”, zei ik.

„Senna”, zei ze.

Senna was het poesje van de kinderen van mijn zus, die op last van mijn Formule 1-gekke zwager was vernoemd naar Ayrton Senna, ze logeerde bij haar totdat het gezin terug kwam van vakantie.

„Als ik ’m brokjes geef is het gewoon feest, dan klimt hij in mijn been. En ik praat er ook tegen.”

„Wat zeg je dan?”

„Nou, ‘niet in de gordijnen klimmen’ bijvoorbeeld, maar dat doet hij ook niet. Ik vind het een leuk beestje.”

Daar ging ik de komende tijd nog veel van horen, het was een keer wat anders dan het doornemen van overlijdensberichten en de prostaatklachten van een kennis.

Nee, die kat mocht nog even blijven, dacht ik terwijl keeper Piet Velthuizen een inschattingsfoutje maakte.

Verder was het een verloren zondag.

    • Marcel van Roosmalen