Kunstenaars gedragen zich als hersenloze robots

Kunstenaars gaan ervan uit dat ze nooit rijk worden. Met zo’n houding komt het er inderdaad nooit van, vindt Maaike van Steenis.

‘Ik hoef er natuurlijk niet rijk van te worden…” Het is zo’n beetje de meest gehoorde opmerking als je veel optrekt met kunstenaars en creatieven.

„Waarom eigenlijk niet?” vraag ik dan. Geschrokken kijken ze me aan. Onthutst dat je durft te tornen aan deze algemeen geldende waarheid. Als antwoord komt er dan iets vaags.

„Nou, gewoon…geld is toch niet het belangrijkste?”

Als het op geld aankomt herhalen veel kunstenaars (die toch bekendstaan als individualisten pur sang) als hersenloze robots wat ze op academies en conservatoria jarenlang hebben moeten aanhoren: dat je voor het geld een ander beroep moet kiezen.

Want het is toch logisch dat er eerder geld uitgegeven wordt aan een ziekenhuis dan aan een museum, beargumenteren ze. Hun voorbeelden gaan altijd over de keuze tussen cultuur en zorg of onderwijs. Nooit over die tussen bijvoorbeeld een museum of het vervangen van een aantal prima functionerende lantarenpalen.

Ach, ach, wee, wee

Het lijkt erop dat kunstenaars zelf het voortouw nemen in het bagatelliseren van het belang van kunst voor de samenleving.

Ze worden tijdens hun opleiding immers al klaargestoomd voor de slachtofferrol. Die van de arme kunstenaar die leeft op een sjofel zolderkamertje en prachtige dingen maakt maar daar nauwelijks van kan leven. Dat beeld heeft natuurlijk iets romantisch. Maar de meesten houden het geen jaren vol. Daarom kiezen veel kunstenaars uiteindelijk voor een andere carrière.

Is het vreemd dat de politiek vraagtekens heeft bij het nut van kunst als de makers zelf ook niet al te overtuigd lijken van de waarde?

De bezuinigingsgolf die een aantal jaar geleden oprukte is de perfecte voeding voor die slachtofferrol. Zie je nu wel, niemand ziet hoe belangrijk het eigenlijk is wat we doen. En we hebben het al zo zwaar. Ach, ach, wee, wee. Er werd volop geprotesteerd. Er ging geen week voorbij of ik kreeg wel een of andere petitie in mijn mailbox.

Het lijkt of kunstenaars en cultuuraanbieders vooral druk bezig waren zichzelf te overtuigen van het belang van kunst voor de maatschappij. Ze riepen om het hardst hoe belangrijk het wel niet is. En als je dat roept bij een manifestatie waar alleen cultuurminnend publiek komt, is iedereen het al snel met je eens. Terwijl de doorsnee-Nederlander (who ever that may be) zijn schouders ophaalt.

Politici belust op bezuinigingen lachten ondertussen in hun vuistje. Zij beseffen maar al te goed dat hoe krampachtiger je probeert iemand ergens van te overtuigen, hoe minder geloofwaardig je overkomt. Een beetje zoals die dertigers die zichzelf voortdurend als happy single omschrijven en ondertussen op allerlei datingsites ingeschreven staan.

Ik ben geen voorstander van de cultuurbezuinigingen, maar ik heb er wel begrip voor. Er zijn simpelweg minder euro’s te verdelen.

Keuzes maken

De oplossing van de overheid daarop is alleen niet passend. Er wordt nu met de vinger naar de particulieren en het bedrijfsleven gewezen. Sponsoring en crowdfunding, daar zou de kunstwereld het van moeten hebben.

Het is vreemd om eerst te roepen dat alle kunstenaars luie subsidieslurpende nietsnutten zijn, die voor zalen die voor 90 procent leeg zijn onbegrijpelijke stukken opvoeren, en vervolgens te denken dat het bedrijfsleven en vermogende particulieren staan te popelen om dat te financieren. Als overheid moet je juist uitleggen dat je het zeker wel belangrijk vindt maar simpelweg keuzes moet maken.

Het wordt tijd dat kunstenaars gaan staan voor wat ze waard zijn en dit ook uit gaan dragen. Zodat politici weer reageren zoals Winston Churchill deed toen hem gevraagd werd om te snijden in de uitgaven voor cultuur ten gunste van die voor de oorlog. Hij antwoordde simpelweg: „Then what are we fighting for?”

    • Maaike van Steenis