Gatto speelt zangerig viool met energiek orkest Pelléas

In het orkest zat zaterdagavond één man die niet in stemmig zwart was gekleed, maar in een helder blauw velours jasje – violist Lorenzo Gatto. De Belgische solist (1986) was tijdens Duparcs Aux étoiles, poème nocturne alvast tussen het Orchestre de Chambre Pelléas gaan zitten om mee te spelen. Het stuk liep vloeiend over in de Eerste vioolromance van Beethoven, door Gatto gespeeld op de gebruikelijke plaats voor het orkest.

Het jonge Orchestre de Chambre Pelléas, onder leiding van Benjamin Levy, speelde in het Concertgebouw tijdens de Robeco Summer Nights.

De programmering van die zomerserie moet toegankelijk zijn, en het liefst ook wat jongere luisteraars aanspreken. Daarvoor moet dit wel het ideale orkest zijn, en Levy de ideale dirigent.

Na de pauze speelden zij een suite uit Beethovens Die Geschöpfe des Prometheus. Voor ze begonnen vertelde de dirigent liefdevol wat er in de muziek gebeurt. Na ieder voorbeeld zette het orkest meteen in.

Hoewel de presentatie van Gatto – Brusselaar, in 2009 tweede bij de Koningin Elisabethwedstrijd voor viool – modern en losjes is, herinnert zijn zangerige speelstijl aan een vooroorlogse traditie.

Hij zet legatoboogjes waar ze niet hoeven te staan (waar de kortste nootjes onder lijden) en schuwt het portamento niet (het glijden van toon naar toon). Hij laat de noten stromen door een indrukwekkende strijktechniek.

Voor de pauze klonk Ravels Tzigane.

Gatto speelde het mysterieus en ingetogen, zonder de vaak gehoorde agressie in de eerste noten. Het orkest was op zijn best in Beethoven. De orkestklank kent nog wat oneffenheden, maar zat vol broeierige energie.

    • Merlijn Kerkhof