Etnisch probleem? Nee joh, gewoon wat overlast

Bewoners die contacten leggen buiten hun eigen groep, zien overlast in hun wijk veel minder vaak als etnisch spanning. Van hen kunnen we iets leren, betoogt Maurice Crul.

Een schoolklas in Madurodam. Foto ANP

Een jongetje van een jaar of twaalf maakt zijn rugnummer 10 op zijn oranjeshirt helemaal waar door aan de rechter zijlijn op hoge snelheid twee medespelers te passeren en dan vaardig naar binnen te draaien om vervolgens met zijn linkerbeen via de zijkant van de rechterpaal te scoren.

Het is mooi weer en op het Johan Cruyff Court in de Amsterdamse wijk IJburg voetbalt een bonte etnische mix van jongens. Alleen de ‘witte’ Nederlandse jongens ontbreken. Zij springen verderop vanaf de brug in het water.

Geen een meerderheid

Volgens een recent rapport dat in opdracht van het Amsterdamse Bureau Onderzoek & Statistiek is geschreven is de IJburgse wijk Haveneiland West één van de wijken in Amsterdam waar de meeste conflicten voorkomen. In de Haveneilandbuurt is niet één etnische groep die de meerderheid vormt. Mensen van Nederlandse afkomst vormen de grootste minderheid (47 procent) in de wijk. Er wonen jonge professionals van alle kleuren, vaak tweeverdieners, die op zomeravonden met glaasjes prosecco en brood met olijventapenade op hun balkon zitten.

De geluidsoverlast van spelende kleine kinderen is in de buurt één van de hoogst scorende oorzaken van overlast. Ze spelen in binnenstraten en pleinen waarvan omringende bouwblokken werken als klankkast. Die kleine kinderen zijn iets vaker afkomstig uit ‘witte’ Nederlandse gezinnen.

De tweede grote oorzaak voor conflict zijn tienerjongeren. Bij gebrek aan ander onderdak in de buurt, staan ze vaak binnen in het portiek of op de galerijen. Deze wat oudere kinderen zijn weer iets vaker Nederlanders van Surinaamse, Marokkaanse of Turkse afkomst.

Door deze twee ergernissen denkt ruim eenderde van de bewoners negatief over andere bevolkingsgroepen in de wijk.

Waarom zien sommige mensen de wereld door een etnische bril en anderen niet?

Tijdens mijn recente gasthoogleraarschap in de Verenigde Staten sprak ik regelmatig over dit onderwerp met mijn Amerikaanse collega-professor Andreas Wimmer, een vooraanstaand socioloog in Princeton. In zijn boek Ethnic Boundary Making legt hij uit hoe etnische grenzen tot stand komen. Uit onderzoek dat hij deed onder Princeton-studenten op Facebook bleek bijvoorbeeld dat de studenten vaak vriendschappen onderhielden met studenten op de campus die uit dezelfde stad of staat kwamen als zijzelf. Doorslaggevend was dat ze uit dezelfde plek kwamen. Dat zij verschillende etnische herkomst hadden bleek dan helemaal niet belangrijk meer.

Princeton-professor Martha Tienda vertelde mij verder dat studenten in hun freshman-jaar op Princeton University room mates bewust werden ‘gemengd’. Dit heeft een positief effect op etnisch diverse samenstelling van hun vriendengroep op de campus.

Hinderlijke, Nederlandse gewoonte

Wat gebeurt er precies door het onderlinge contact? Professor Susan Fiske, een sociaal psycholoog in Princeton, legde mij uit dat door het contact positieve interetnische ervaringen meer betekenis krijgen en zo minder snel negatieve gevoelens ontstaan bij interetnische incidenten.

Dat zien we terug in IJburg. Diegenen in de buurt die mengen met mensen buiten hun eigen etnische groep – zowel autochtoon als allochtoon – zien conflicten in de buurt niet door een etnische bril.

Een voorbeeld uit het onderzoek: als je als Turks gezin bevriend bent met je Nederlandse buren, denk je als een Nederlands jongetje van andere buren altijd zijn fiets in het portiek laat slingeren niet: „Dat is een hinderlijke typisch Nederlandse gewoonte.” Je denkt gewoon: „Dat ene jongetje doet dat en dat is hinderlijk.”

Begin met de onzichtbare groep

Er wordt vaak gedacht dat spanningen in een wijk alleen kunnen verminderen als de overlastgevende tieners of de lawaaiige kinderen worden aangepakt. Maar dit Amerikaanse onderzoek bewijst nu juist dat er ook een andere weg is om spanningen in de wijk aan te pakken.

Begin bij die mensen die wel contacten onderhouden over etnische grenzen heen en conflicten niet door een etnische bril bekijken. Zij zijn meestal een onzichtbare groep – want ze klagen niet – maar vaak in aantallen zeer aanzienlijk. Vraag juist deze mensen om gezamenlijk oplossingen te verzinnen voor de overlast in hun huizenblok.

Voor hen is het ‘etnische probleem’ gewoon een ‘probleem van overlast door jongeren’.

    • Maurice Crul