Eten tegen de boycot

Rusland weigert veel versproducten uit het Westen. Daarvan zijn ook veel Nederlandse boeren en tuinders de dupe. Er is dus overschot. Wat moeten we extra eten om dat overschot weg te werken?

illustratie jet peters

Drieënhalve kilo kaas, drie pond tomaten, twee kilo appels en peren. Dat zijn de hoeveelheden die per hoofd van de Nederlandse bevolking over heel 2013 naar Rusland werden geëxporteerd. Kunnen we de Russische boycot dan niet gewoon opvangen door in de lunchpauze een broodje Stolwijker te halen in plaats van Italiaanse Taleggio? En als we nou allemaal een peer als vieruurtje eten, of een wortel als knabbel tussendoor?

Zo moeilijk kan het niet zijn. Nederland exporteerde in 2013 voor 528 miljoen euro naar Rusland, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het gaat vooral om kaas (230 miljoen euro), varkensvlees (78 miljoen euro) en groenten. En trouwens, varkensvlees wil Rusland al sinds het begin van het jaar niet meer uit de Europese Unie hebben, omdat er toen Afrikaanse varkenspest uitbrak in Polen en de Baltische staten.

Brancheverenigingen uit de landbouw schreeuwen moord en brand. LTO Nederland wil compensatie voor de land- en tuinbouw. De Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) vreest „druk op de Nederlandse vleesketen”.

Laten we de balans opmaken. Nederland exporteert naar Rusland per jaar 61.000 ton kaas, 28.000 ton varkensvlees, 36.000 ton appels en peren. Als je die aantallen deelt door 16,8 miljoen Nederlanders, valt het best mee wat we allemaal extra zouden moeten eten om de Hollandse boer te compenseren. Die drieënhalve kilo kaas die we dan jaarlijks per persoon extra moeten eten, is misschien wat veel, maar een pondje kip of 200 gram boter en 30 gram sla extra in een heel jaar – dat kunnen we toch best behappen?

We kunnen het eigenlijk niet alleen

Economen schieten meteen in de lach als je de vraag stelt hoeveel Nederlanders moeten consumeren om de Russische export zelf op te eten. Als we allemaal wat meer kaas en peren eten, heeft dat maar een „minimaal effect”, zegt econoom Frank Rijkers van ABN Amro. Alle Nederlanders zouden voor alle productgroepen moeten meedoen, en die kans is volgens hem heel klein.

Maar belangrijker is dat Nederland handelt in een open Europese markt, zegt Rijkers. Alle Europese exportlanden hebben nu de tomaten, aardappels en biefstukken over die normaal naar Rusland gingen. Dus als duidelijk wordt dat in ons land opeens veel vraag is naar wortels en uien, dan zullen buitenlandse bedrijven proberen hun overschot hier te verkopen.

Je kan wat boeren voor Rusland produceren dus niet op zichzelf zien. Paprika exporteert Nederland bijvoorbeeld zelf relatief weinig naar Rusland, toch daalt de prijs ervan al, meldde RTL Z vorige week. „Andere landen die wél paprika naar Rusland exporteren hebben die nu over. Dat leidt tot overaanbod, en dat is nadelig voor de prijs van Hollandse producten, die veelal naar Duitsland gaan”, legt Rijkers uit.

En de prijs van Nederlandse tomaten, die Nederland veel aan Rusland slijt, heeft weer invloed op de prijzen van paprika’s en komkommers, zegt Rijkers. „Vrachtwagens met tomaten zijn direct omgekeerd aan de Russische grens, er komen nu acuut veel tomaten op de markt. Die prijs daalt zó hard, dat inkopers meer goedkope tomaten en minder komkommers en paprika’s kopen. Daardoor gaan dus de prijzen van komkommers en paprika’s, die wij niet veel naar Rusland exporteren, direct omlaag.”

    • Anna Vossers