Erdogan is de sterke leider van een zwak land

Erdogan gisteravond tijdens zijn overwinningstoespraak in Ankara. Foto AP / Burhan Ozbilici

Turken houden van hem, blijkt wel uit de grote overwinning die hij gisteren behaalde bij de presidentsverkiezingen. Maar premier Erdogan speelt blufpoker. Hij lost de problemen niet op, schrijft docent internationale politiek Jonathan Holslag, verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel.

Enkele weken geleden schreef ik dat het geweld in het Midden-Oosten niet zal uitbranden, noch onder controle gehouden kan worden. Verscheidene lezers wezen erop dat Turkije delen van Syrië en Irak zou overnemen. Een sterk Turkije zou een formidabele buffer vormen tegen de chaos in het Midden-Oosten en een gematigd alternatief aanreiken voor religieus extremisme. Erdogan als nieuwe sultan, een Süleiman de Grote. Mijn inschatting is echter dat de Turkse sterke man blufpoker speelt en dat voorspelt niet veel goeds voor zijn land.

Recep Tayyip Erdogan is een indrukwekkende verschijning. Er zijn niet veel andere politici die 10 jaar als eerste minister hebben overleefd. Ik herinner me nog goed hoe hij in het Dolmabahçe Palace in Istanbul een vergadering bijwoonde. Onder begeleiding van een schare janitsaren – uitgerust met sabels, hellebaarden, blazers, drums en nepsnorren – marcheerde de premier als een krijger, maar met de diep melancholische ogen van een straathond. Het merendeel van de Turken houdt van hem en in augustus zal deze meerderheid Erdogan opnieuw naar een verkiezingsoverwinning leiden, waardoor hij voor nog eens vijf, misschien wel tien jaar tot President zal worden verkozen.

Machtige leider maakt nog geen machtige natie

Zelfs een Ottomaanse Sultan zou heel gelukkig zijn geweest met een twintigjarig bewind. Maar een machtige leider is niet hetzelfde als een machtige natie. Turkije worstelt bijvoorbeeld nog steeds met de ambities van de 13 miljoen Koerden. Het klopt dat Erdogan dankzij zijn pragmatische aanpak goede punten wist te scoren en stemmen kon ronselen bij de Koerdische bevolking. Maar de Koerden meer rechten geven en mogelijk hun leider vrijlaten is niet hetzelfde als hen de onafhankelijkheid schenken. Wellicht stevenen we zelfs af op een nieuwe destabilisatie, waarbij de Koerden zich gesterkt zullen weten door de opmars van hun aanverwanten in Irak, terwijl Ankara vindt dat het genoeg toegevingen heeft gedaan.

Turkije moet alvast niet rekenen op Iraaks Koerdistan als een dociele provincie. Turkije heeft de macht om de Koerden binnen zijn eigen grenzen te onderdrukken en om de uitwisselingen over de grens te bemoeilijken. Maar de Iraakse Koerden beschikken over gigantische oliereserves en genoeg water om zich niet bedreigd te hoeven voelen. Er bestaat geen optimale oplossing voor Erdogan. Hij zal moeten kiezen: ofwel op vreedzame wijze een deel van de macht afstaan, ofwel macht verliezen als gevolg van een langdurige strijd in een van de meest ontoegankelijke regio’s van het Midden-Oosten.

Bovendien zal Erdogan blijven kampen met een kwetsbare economie. De groei vertraagt, maar nog zorgwekkender is het structurele tekort op de lopende rekening, het lage spaarsaldo, en de afhankelijkheid van de volatiele buitenlandse portfolioinvesteringen. De competitiviteit van de industrie heeft te lijden onder stijgende loonkosten en een gebrek aan innovatie. Toegegeven, de Beurs van Istanbul doet het goed, maar bijna de helft van de waarde op de Istanbul-30 Index bestaat uit financiële instellingen. Het aandeel van de industrie is ongeveer gelijk aan dat van de… goksector.

Investeerders niet te spreken over economisch populisme

Turkije beschikt over bewonderenswaardige, dynamische ondernemers en ook de uitbreiding van Turkse investeerders naar de Balkan, Centraal-Azië en Afrika is indrukwekkend. De buitenlandse investeringen in de Turkse industriesector stagneren echter al 6 jaar. Bedrijven doen steeds vaker hun beklag over de gewoonte van Erdogan om economisch populisme te beoefenen en zich te veel te mengen in economische zaken. Intussen bedraagt de arbeidsparticipatie slechts 50 procent, blijft de werkloosheidsgraad schommelen rond 10 procent en krijgt het vertrouwen van de consument rake klappen.

Hierdoor riskeert Erdogan dezelfde fout te maken als zoveel andere machthebbers in de regio: teruggrijpen naar een grotendeels rurale achterban en een gelijktijdige vervreemding van de steden. De afgelopen jaren wakkerde Erdogan bewust de spanningen aan tussen de verstedelijkte kust en het agrarische achterland. Tot dusver slaagde hij er ook in om de steun in te winnen van de verarmde inwoners in de steden, maar zonder robuuste groei kan die steun niet als vanzelfsprekend worden beschouwd.

Recep Tayyip Erdogan is ook een meester in het vervreemden van zijn buitenlandse partners. De spanningen met de Verenigde Staten zijn snel opgelopen, de relaties met Israël zijn ook nog steeds gespannen, Egypte is in ongenade gevallen en de banden met Saoedi-Arabië zijn verzuurd. In de tussentijd lijkt Ankara de droom van een toetreding tot de Europese Unie te hebben opgegeven, ook al neemt Europa 45 procent van de Turkse export af. Dan blijft er enkel nog Iran over, waarmee er een lichte diplomatische vooruitgang werd geboekt, enkele vrienden in Oost-Azië, en het Rusland van Vladimir Poetin.

Misschien is dat wel de grootste nachtmerrie van Erdogan: om net als Vladimir Poetin een sterke leider te worden van een zwak land – maar dan een zwak land zonder olie en aardgas.