Dopingzaak Spakenburg is ‘een hele klus’

Dopingautoriteit stelt onderzoeksteam samen, ook intern onderzoek bij amateurclub

Tijdens zijn tweede interland loopt de Peruaan Joël Sanchez tegen de lamp. Peru probeert zich te kwalificeren voor het WK in Brazilië en speelt tegen Bolivia. Na de WK-kwalificatiewedstrijd moet Sanchez zich melden voor een dopingtest. Bij hem worden sporen van methylhexanamine aangetroffen.

Datzelfde middel namen de meeste spelers van voetbalclub Spakenburg in het seizoen 2011/2012. Dit dopinggebruik werd zaterdag door deze krant onthuld. Na zijn positieve test begin 2013 werd Sanchez door de wereldvoetbalbond FIFA geschorst voor twee jaar. Hij mag tot 21 januari 2015 geen enkele nationale, internationale of vriendschappelijke wedstrijd spelen, liet de FIFA een paar maanden na de positieve dopingtest weten.

Staat de toenmalige spelers van Spakenburg en de club zelf hetzelfde te wachten? Die zaak is een stuk ingewikkelder dan in het geval van de Peruaanse speler. De spelers van Spakenburg zijn in het seizoen 2011/2012 niet door de Nederlandse Dopingautoriteit getest. Directeur Herman Ram laat weten dat er geen urinemonsters uit dat seizoen voor Spakenburg bewaard zijn. Er zijn in 2012 234 onderzoeken gedaan, waarbij de Dopingautoriteit geen onderscheid maakt tussen betaald voetbal en amateurvoetbal. Grofweg is de verhouding 50/50.

Het eerste aanknopingspunt voor de Nederlandse Dopingautoriteit en de KNVB zijn de verklaringen van spelers van Spakenburg die verteld hebben dat het stimulerende middel werd gebruikt. Twee spelers vertelden, anoniem, zeer gedetailleerd over het gebruik van het supplement CrackV3, dat de stof methylhexanamine bevatte. Oud-profspeler Ricky van den Bergh bevestigde daarna ook aan deze krant dat hij in elk geval één keer het middel had gebruikt. Het bestuur van de voetbalclub erkende bovendien dat ze eind 2011 het verboden supplement hadden aangetroffen. Het hoofd medische staf vond het spul in de verzorgingsruimte. Hij maakte er een foto van, constateerde dat het methylhexanamine bevatte en verbood het de spelers nog langer te gebruiken. Maar of spelers zich daaraan hielden, heeft de club niet meer gecontroleerd. De voorzitter van de club, Marc Schoonebeek, zei daarover in Knevel en Van den Brink: „Kennelijk heeft het later een eigen circuitje gehad.”

In latere reacties op het verhaal probeerden speler Van den Bergh en ook het bestuur de zaak af te zwakken. Van den Bergh zei zaterdag tegen Omroep West dat hij na een wedstrijd „twee slokjes” uit een bidon had genomen. De club rept in een verklaring op de website nu van „vermeend” dopinggebruik en schrijft dat in 2011 inderdaad een supplement was aangetroffen waar „een verboden stof” in „zou kunnen zitten”. Verdediger Jeroen Hessing zegt in De Telegraaf: „Ik was indertijd aanvoerder en ik durf keihard te beweren dat er niets is gebeurd.”

Dat maakt het lastig voor de Dopingautoriteit, die het onderzoek leidt. Directeur Ram: „Het zal een hele klus worden. Hier zijn we wel een tijd mee bezig.” Vandaag begint Ram met het samenstellen van een team dat onderzoek gaat doen. „We zullen gestructureerd met mensen gaan praten en gaan zoeken naar bewijs. Over hoe dat precies gaat, kan ik niets zeggen.”

Ook de club zelf doet onderzoek. Het bestuur komt vanavond of morgenavond bijeen om daarover te praten. Het gaat dan onder meer over de de verzorger bij wie het middel verkrijgbaar was.

Een woordvoerder van de club laat weten dat er „ongelooflijk veel reacties” waren op het nieuws dit weekend. Aartsrivaal IJsselmeervogels, eveneens uit Spakenburg, heeft volgens een woordvoerder „sympathie” richting Spakenburg uitgesproken.